Gabor: geen ander beleid na alarm over bos; Achtereenvolgende droge jaren hadden slecht effect op bossen

ROTTERDAM, 21 OKT. Staatssecretaris Gabor (natuurbeheer) ziet in de alarmerende cijfers van zijn ministerie over de afnemende vitaliteit van de Nederlandse bossen geen aanleiding tot drastische beleidswijzigingen.

Uit het jaarverslag van het ministerie van landbouw, natuurbescherming en visserij over de toestand van de Nederlandse bossen blijkt het aandeel weinig- en niet-vitaal bos dit jaar te zijn verdubbeld van 17,8 procent tot 34,6 procent. Het percentage vitaal bos nam af van 52 procent tot 42,9 procent. De verminderde vitaliteit is in alle provincies waargenomen en strekt zich uit over alle boomsoorten. De vrijwel gelijktijdig gepubliceerde peilingen van Natuurmonumenten bevestigen dit sombere beeld.

Gabor zei gisteren dat op korte termijn de verdroging van de bodem moet worden tegengegaan door drinkwaterwinning te verplaatsen naar minder verdroogde grond. Dat doel is ook al vastgelegd in de derde nota waterhuishouding. Een "snelle en krachtige' inkrimping van de veestapel, waarop Natuurmonumenten aandringt, wijst hij vooralsnog van de hand. Een woordvoerder van het ministerie wijst op een recent rapport van het Centraal Planbureau en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne, waarin wordt vastgesteld dat reductie van de veestapel met 30 procent de ammoniak-emissie met slechts 5 procent terugdringt.

Het regeringsbeleid zal zich blijven richten op vermindering van het "vervliegen' van ammoniak door injectie van mest in de grond en het afdekken van mestsilo's, aldus Gabor. Op die manier moet de ammoniak-emissie in het jaar 2000 met 50 tot 70 procent worden teruggedrongen. Ook stelt Gabor vast dat er nog te weinig gebruik wordt gemaakt van het budget voor verbetering van verzuurde grond door "bekalking', een vorm van "bemesting' van bossen met onder andere fosfaat, kalk en magnesium. Verder zou er meer onderzoek moeten komen naar de exacte oorzaken van de verminderde vitaliteit van het bos.

Dr. B. van Tooren van Natuurmonumenten denkt dat het beleid wel klopt, maar de uitvoering te wensen overlaat. Natuurmonumenten wil een snelle en krachtige inkrimping van de veestapel. Dit is volgens Van Tooren de enige echte "brongerichte maatregel': “De vermindering van ammoniak-emissie door afdekken en injecteren van mest biedt geen oplossing voor ander problemen, zoals de verontreiniging van het grondwater. Ook het "bekalken' van bossen om verzuring tegen te gaan is een vorm van symptoombestrijding. Daarmee red je de bomen, maar niet het bos”, aldus Van Tooren.

De dramatische verslechtering volgt op een periode waarop het redelijk leek te gaan met de Nederlandse bossen. Na een periode van verslechtering tussen 1984 en 1987 trad jarenlang een zekere stabilisering op. De landelijke vitaliteit - een gemiddelde van de verandering in vitaliteit van de afzonderlijke boomsoorten - schommelde rond de 80 procent en steeg vanaf 1989 licht. Dit jaar is er echter sprake van een forse teruggang tot 65,4 procent.

Vitaliteit van een boom wordt gemeten aan de hand van naald- of bladbezetting en -kleur, vergeleken met de "normale toestand'. Een niet-vitaal bos heeft nauwelijks overlevingskansen of is al gestorven. "Weinig vitaal bos' kan zich nog herstellen, maar loop grote kans verloren te gaan wanneer "vitaliteitsbeperkende factoren' zich blijven voordoen. Het jaarlijks onderzoek van het ministerie is gebaseerd op een steekproef bij 285.000 hectare bos. Daarbij moet worden benadrukt dat pas na tien jaar gesproken kan worden van een statistisch significante trend. Het onderzoek is in 1984 begonnen.

Schimmelcultuur, insektenvraat, verdroging van de bodem zijn enkele van die "vitaliteitsbeperkende factoren'. Deze factoren bemoeilijken echter het vaststellen van het aandeel van luchtverontreiniging en grondwaterdaling. Zure regen bevat hoge concentraties aan zwaveldioxide (SO2), afkomstig van de industrie en elektriciteitscentrales, stikstofoxiden (NOx), waar het autoverkeer grotendeels verantwoordelijk voor is, en ammoniak (NH3), die voornamelijk afkomstig is van mest.

Volgens het ministerie speelt dit jaar het cumulatieve effect van vier droge jaren een belangrijke rol in de verslechterde conditie van de bossen. De nadelinge effecten versterken elkaar. Hoe dit proces werkt, is nog niet geheel duidelijk. B. van Tooren van Natuurmonumenten: “Nader onderzoeken is wellicht nuttig en gewenst, maar wij pleiten nu toch voor actie.”