De ontkroning van Amsterdam

Ruim drie en een halve eeuw siert de zogenaamde Keizerskroon van Maximiliaan van Habsburg (1459-1519) onbetwist de Westertoren en het gemeentewapen van Amsterdam. Maar sinds enkele weken is de rust verstoord en lopen de meningsverschillen hoog op. Niet alleen de kleur van de mijter en de vraag of de kroon op de toren wel van Maximiliaan is, staan ter discussie. Zelfs het recht om de Keizerskroon in het wapen te voeren is onderhevig aan wetenschappelijke twijfel.

Aanstichter van de onrust is rechtshistoricus R. van Answaarden, die in het maandblad Ons Amsterdam meldde dat de hoofdstad ten onrechte met het symbool van de Keizerskroon in haar gemeentewapen pronkte. Als het aan Van Answaarden ligt dient ook de kroon op de Westertoren onmiddellijk verwijderd te worden.

De redenering is eenvoudig: volgens de rechtshistoricus is Maximiliaan nooit in het bezit geweest van de Keizerskroon en is het bijgevolg onmogelijk dat hij het symbool in 1489 aan Amsterdam heeft geschonken. Formeel was Maximiliaan nooit keizer - zo leert zijn biografie - aangezien hij nooit in Rome is geweest. Van de gebruikelijke pauselijke kroning was derhalve geen sprake.

De vraag is waar Maximiliaan het dan wel over had toen hij per decreet Amsterdam toestond "tot ewigen dagen' de "crone van onsen Rycke' in het wapen te dragen. Volgens Van Answaarden kan hiermee alleen de rooms-koningskroon zijn bedoeld die in de tijd van de Habsburgers reeds stond afgebeeld op het Amsterdamse stadswapen.

Die conclusie gaat mr. O. Schutte, de secretaris van de Hoge Raad van Adel, veel te ver. “Maximiliaan bedoelde wèl de Keizerskroon. In de oorkonde wordt duidelijk over "onsen Rycke' gesproken. En een rooms-koning heeft helemaal geen rijk.” Dat Maximiliaan nooit in Rome is gekroond doet volgens Schutte niet ter zake. “Na Karel V, de zoon van Maximiliaan, heeft geen enkele keizer zich nog laten kronen in Rome. Wie zegt dat deze machthebbers nooit legitieme keizers zijn geweest overdrijft.”

Afgezien van de legitimiteit bestaat er nog de nodige verwarring of het wel de juiste Keizerskroon is die Amsterdams beroemdste kerktoren siert. S.A.C. Dudok van Heel, medewerker van het Amsterdamse gemeentearchief, meent van niet. Volgens hem pronkt daar een kroon van keizer Rudolf II van de latere Oostenrijkse tak van de Habsburgers. “Toen de Westertoren in 1638 gereed kwam bestond de kroon van keizer Maximiliaan niet meer. Zijn kleinzoon Philips II had hem laten slopen.”

Keizer Rudolf II heeft volgens hem in 1602 een nieuwe kroon laten maken. Weliswaar naar het oude ontwerp, maar met enkele toevoegingen. “Dat werd de huiskroon van de Habsburgers waarvan de mijter sinds de zestiende eeuw blauw werd afgebeeld. De nieuwe Rudolfinische kroon is toen met een blauwe mijter op de Westertoren gezet.”

Volgens Van Heel sprong Amsterdam in het verleden al wat losjes om met de historische werkelijkheid als het de Keizerskroon betrof. Op schilderijen en op glas-in-lood-ramen uit de zeventiende eeuw schenkt Maximiliaan persoonlijk zijn keizerskroon aan de burgemeester van Amsterdam. Pure geschiedvervalsing, die er niettemin bij de bevolking inging als koek. Een handigheidje van de regering om meer status te krijgen, aldus Van Heel. “Zo concurreerde de regering met andere grote steden.”

En dan is er nog de kleur van de mijter in de kroon. Het geel is volgens de archivaris fout. De mijter moet blauw zijn, maar die kleur sneuvelde in de algehele verwarring tussen de verschillende kronen. In 1905 werd de originele kroon van Rudolf II aangezien voor de nagebootste versie van de kroon van Maximiliaan. En op een tekening van de originele kroon van Rudolf II die in 1898 in handen kwam van de Amsterdamse stadsarchivaris W.R. Veder bleek de mijter goudgeel. “Veder liet het bestuur weten dat de mijter ten onrechte blauw was en liet hem geel schilderen.”

Van Heel heeft nog een andere verklaring voor de kleurverandering. Volgens de archivaris woedde aan het begin van deze eeuw een strijd tussen hervormden en rooms-katholieken. “Het kan dat de kleur expres geel is gemaakt om de rooms-blauwe kleur te verwijderen.” Hij zegt echter uitdrukkelijk dat hij hierbij een slag om de arm houdt.

Hoe het ook zij, volgens de archivaris is er op de Westertoren en in het gemeentewapen sprake van een soort dubbele vergissing: een kroon die helemaal niet van Maximiliaan is met een verkeerde kleur mijter.

Ook daar denkt de Hoge Raad van Adel geheel anders over. “Volgens mij hoort de mijter geel te zijn”, verzucht secretaris Schutte, “Blauw was een uitzonderlijke kleur. Als de kleur al anders hoort, moet hij rood zijn.” Waarom rood ? Schutte bladert nogmaals door een boek waarin de kronen van verschillende steden worden vermeld. “Ik heb er nog geen één die blauw is”, zegt hij na een moment stilte. Eigenlijk maakt de kleur ook niet zoveel uit, zo besluit hij. “Die kroon bestond in het echt helemaal niet. Het was een symbool op papier. Iedere tekenaar beeldde hem weer anders af en dat mag.”

Van Heel begrijpt niet hoe Schutte op het idee komt dat de mijter rood zou kunnen zijn. “Hij vergist zich met de mijter van Sinterklaas”, is zijn enige verklaring. De archivaris heeft zat voorbeelden van de kroon met een blauwe mijter. “Op een wapenbord van Keizer Karel V in Gent staat de kroon juist afgebeeld.” Ook in Amsterdam is volgens de archivaris de blauwe kleur op vele plaatsen terug te vinden. “Kijk naar de afbeeldingen op de huizen langs de Brouwersgracht en de kronen in de gevelstenen boven de toegangspoort van het Amsterdams Historisch Museum.”

Blijft de vraag wat het gemeentebestuur zal moeten ondernemen. Van Answaarden vindt dat de kroon vervangen moet worden door een zestiende-eeuws voorbeeld van een open vorstenkroon. Van Heel vindt het te laat voor plotselinge veranderingen. “Van Answaarden belicht de zaak te juridisch”, meent hij, “De kroon behoort tot de folklore van de stad. Wie de bekroning van de toren ziet, weet dat het om Amsterdam gaat.”