De inspiratiebronnen van de jaargang 1927

Dezer weken vierden Jan Blokker, Henk Hofland en Harry Mulisch hun 65ste verjaardag of werd hun een viering aangeboden. Flarden daarvan drongen tot de buitenwereld door, want de drie staan bekend als smaakmakers van een publieke opinie. Het is verleidelijk om de gelijktijdigheid van deze feesten als aanleiding te nemen tot een historische fantasie over deze jaargang en haar gemeenschappelijke betekenis in de contemporaine geschiedenis.

Hun verjaardagen zijn gelegenheden gebleken, waarbij vertegenwoordigers van het politieke en culturele establishment zich hebben laten zien en soms ook van zich hebben doen spreken. Welke reputatie de jarigen zich in het verleden ook hebben verworven in de kritische bezigheid van tegels te lichten op journalistiek en literair gebied, op hun 65ste verjaardag waren zij gerespecteerd, niet in de laatste plaats door generatiegenoten, die nogal eens een vergelijkbare overgang van posities in een kritische marge tot culturele autoriteit hebben doorgemaakt.

Hun feitelijke wortels liggen in Holland: Amsterdam (Blokker), Rotterdam (Hofland) en Haarlem (Mulisch). Die oorsprong keert in hun columns en romans terug. Het markeert de culturele verhoudingen in Nederland, dat de drie niet alleen een Hollandse jeugd hebben gekend, maar ook in dit deel van Nederland, meer in het bijzonder in Amsterdam, hun talenten zijn blijven ontplooien. Bewuste pogingen tot cultuurspreiding of pleidooien voor meer regionale gelijkheid hebben het historisch feit niet kunnen wegnemen, dat in de Nederlandse verhoudingen het culturele centrum in Holland is gelegen. De drie houden er een urbane levensstijl op na en hebben tot dusver geen blijk gegeven van de behoefte om in emigratie naar buitenplaatsen of het buitenland de ontwikkeling van de natie te volgen.

Geboren worden in 1927 betekent het levenslicht zien in de regeerperiode van een coalitie onder leiding van de christelijk-historische politicus De Geer en deel uitmaken van een complex, dat de drie op verschillende wijze zou bezig houden: het complex van het (vooroorlogse) paternalistische Nederland en het complex van een Indonesische onafhankelijkheidsstrijd, die in het literaire voorstellingsvermogen hier te lande utopisch als een antithese tot dit geborneerde paternalisme is beschreven. Deze dekolonisatie heeft vooral Hofland en Blokker bezig gehouden; Mulisch had het van huis uit te stellen met een ander buitenland, het universum van de voormalige Oostenrijks-Hongaarse monarchie.

De jaargang 1927 was oud genoeg voor een daadwerkelijke ervaring van de Tweede Wereldoorlog, maar te jong voor een actieve deelname aan verzet of collaboratie. Ook in de periode onmiddellijk na de bevrijding kunnen zij nog niet in de openbaarheid zijn getreden. Vertolkers van een typisch verzetsidealisme waren zij niet. Eerst in het volgende decennium kwamen zij aan het woord, toen de atoombom als instrument in de Koude Oorlog werd gepopulariseerd. En toen waren zij het en hun leeftijdgenoten, die over de verzetsgeneratie heen de consequenties uit de oorlog trokken.

De interpretatie van een overwegend christelijk, maar in ieder geval fatsoenlijk Nederland, dat onder de nazi-dictatuur had geleden maar haar ook had weerstaan en daaraan een nieuw bestaansrecht ontleende, werd verbrijzeld. In de plaats daarvan werden beelden gangbaar van een meedogenloze en absurde strijd, waarin verliezers en winnaars niet meer dadelijk herkenbaar waren, en van de naoorlogse maatschappij die in de overwinning op het nationaal-socialisme ten onrechte een argument had gelezen voor voortzetting van haar morele en politieke paternalisme.

De drie hebben uiteraard hun aandeel gehad in de gebeurtenissen van de jaren zestig, die - achteraf bezien - veel meer dan de oorlog als een werkelijke breuk met de heersende cultuur kunnen worden beschouwd. Deze jaargang had geen daadwerkelijk aandeel in de happenings of bezettingen. Ze nam evenwel posities in de media in van waaruit ze invloed kon doen gelden ten gunste van de contestatie.

Jan Blokker was redacteur van het televisieprogramma Zo is het toevallig ook nog eens een keer en hoofdredacteur van de VPRO-televisie; instituties, waarin op spectaculaire wijze afstand werd gedaan van de bestaande, veelal vooroorlogse media-conventies. Henk Hofland leidde het Algemeen Handelsblad in de dagen dat een opmerkelijk deel van de redactie een libertaire krant leek te prefereren boven een liberale loyaliteit. Harry Mulisch gaf literaire steun aan de contestatie van de provo's en was één van de librettisten van de opera "Reconstructie', waarin een morele afrekening met het Amerikaanse kapitalisme werd bezongen en een idealisering van het revolutionaire alternatief van de Cubaanse leiders Fidel Castro en Che Guevara.

Hun beeld van Nederland in oorlogstijd is het dominante geworden, hun adhesie aan de beweging van '60 wekt geen polemiek meer. In hun geschriften hebben ze, ieder op eigen wijze, de ontzuiling en secularisatie van Nederland aangekondigd en bevorderd; dat geldt ook voor een liberalisering van het politieke spraakgebruik en het sociale verkeer. Ze deden dat meestal als toeschouwer, geëngageerd maar op afstand. De uitkijkpost aan het raam, van waaruit men een overzicht heeft over het Spui of het Leidseplein, is een typerende standplaats voor een jaargang, die heeft moeten leren opmerkelijke of schokkende evenementen in deze eeuw vooral te bezien. Daarom is het talent van hun waarnemingsvermogen zo respectabel.