Bond: thuis sterven mag geen luxe zijn; Stervensbegeleiding net zo regelen als ouderschapsverlof

ROTTERDAM, 21 OKT. “Mensen willen graag in hun eigen omgeving sterven en hebben er heel veel voor over om dat te realiseren. Ik ken iemand die zich diep in de schulden heeft gestoken om een naaste daarbij te begeleiden”, zegt W.J. Brombacher, die voor de Unie van Katholieke Ouderenbonden (KBO) het rapport over verzorgingsverlof opstelde dat vandaag aan de vaste commissies voor volksgezondheid en sociale zaken uit de Tweede Kamer is aangeboden.

De ouderenbond wil dat er een wettelijke regeling komt voor het verzorgingsverlof. Die moet recht geven op maximaal zes weken vrij voor het begeleiden van een stervende. Gedurende die tijd zou betrokkenen een uitkering op bijstandsniveau moeten krijgen. Brombacher: “Anders wordt het een luxe die alleen is weggelegd voor mensen die genoeg verdienen om er onbetaald verlof voor op te nemen.” Ze weet uit eigen ervaring, ze was 18 jaar doktersassistente en 8,5 jaar verpleegster, hoe het kan zijn om in een ziekenhuis te sterven. “Ik heb gezien hoe mensen naar een badkamer werden gebracht, omdat dat de enige vrije ruimte was. Een moeder moest daar afscheid nemen van een kind, terwijl de verpleegsters in een uit liepen om spullen te pakken.”

Het voorstel van de KBO past volgens W. Francissen van de bond in het streven de zorg meer op maat te verlenen en te verleggen naar thuis. Het is in Nederland op steeds meer plaatsen mogelijk daar de soms noodzakelijke professionele ondersteuning voor de begeleiding van een stervende te krijgen.

In hun pleidooi voor de invoering van verzorgingsverlof stelt de Unie Katholieke Ouderenbonden KBO (220.000 leden) dat slechts 1 op de 10 Nederlanders thuis kan overlijden. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek sterft echter ongeveer de helft van de Nederlanders thuis. Brombacher zegt dat inderdaad eigenlijk een groot deel van de mensen thuis sterft. Het getal van 1 op 10 heeft volgens haar betrekking op mensen die in een ziekenhuis zijn opgenomen, zonder dat daarvoor een dringende medisch-technische reden is. Zij liggen daar, omdat niemand ze thuis kan verzorgen. Hoe groot dat aantal precies is kan ze niet zeggen.

“Wij willen het opnemen van verlof voor de begeleiding van een stervende op dezelfde manier regelen als het ouderschapsverlof”, zegt Francissen. Een regeling via de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten lijkt hem ideaal, omdat die geldt voor werknemers èn zelfstandigen. Volgens de KBO hoeft de AWBZ-premie daarvoor slechts weinig omhoog. De regeling zoals die in Denemarken al bestaat, noemt de KBO een goed voorbeeld. Daar kan iedereen op verzoek van een stervende een aantal weken betaald vrij krijgen. Die regeling geldt voor familie, buren, kennissen en vrienden. Om ervoor in aanmerking te komen, moet een medicus een verklaring afgeven dat de termiale levensfase is ingegaan.

Door de invoering van het recht komt er een einde aan het misbruik van andere regelingen, aldus Francissen. Volgens hem melden mensen zich ziek, om zo tijd te krijgen voor de begeleiding van een stervende. In veel gevallen kunnen zij geen onbetaald verlof nemen, omdat ze de inkomsten niet kunnen missen.

Volgens woordvoerder J. Lakeman van de Algemene Bond voor Ouderen ANBO (195.000 leden) is er in de praktijk van alle dag al genoeg ruimte om werkenden de kans te geven stervenden te begeleiden. Dat kan zijn doordat men vrije dagen opneemt of met medewerking van de werkgever een andere regeling treft. “We staan sympathiek tegenover het streven, maar wat moeten we er mee? De praktijk heeft de wens al achterhaald.” Bovendien lijkt het de ANBO een zaak die slechts moeilijk te formaliseren valt.

Volgens de AbvaKabo is in veel CAO's nu al de mogeljkheid van een betaald of onbetaald verlof om iemand te verzorgen aanwezig. Het is echter geen recht, maar afhankelijk van de toestemming van de werkgever. Een onderzoek van de AbvaKabo wees uit dat veel leden grote waarde hechten aan de invoering van een calamiteiten- en verpleegverlof. Het verlof voor de begeleiding van een stervende zou daar een onderdeel van kunnen zijn. De AbvaKabo heeft het opgenomen in een notitie over het arbeidsvoorwaardenbeleid 1993.

    • Dirk Limburg