Vijf eeuwen later

Achter de tralies zitten drie Indianenvrouwen. Ze hebben de ogen neergeslagen. Hun lange vlechten zijn op de rug met gekleurde linten samengebonden. Ze hebben geen schoenen of sandalen aan hun voeten. Hun vingers vlechten met automatische bewegingen de manden waar Ocotlán in heel Mexico om bekend staat. Ze zijn te koop, de manden.

Maar ook de vrouwen. Ze mogen bekeken worden door wie maar wil: begerige mannen, treiterende kinderen en blanke toeristen uit landen waar zij nog nooit van hebben gehoord. Ze mogen ondervraagd worden. In alle talen beschimpt. In alle talen beklaagd. Ze mogen door de tralies heen muntstukken aannemen en snoepgoed en sigaretten. Er mag zelfs in hun Indianengezicht worden gespuwd want ze zitten hier niet voor niets. De vrouwen hebben een misdaad begaan, zeggen de Indiaanse bewakers die lusteloos in de buurt van de gevangenispoort rondhangen, revolver op de heup; het zijn dievegges en hoeren, ze hebben hun mannen bedrogen, ze zijn ontspoord.

Je belandt per toeval op de binnenplaats van de gevangenis van het stadje Ocotlán. Je stapt na een lange, rommelige rit door de bergen uit de bus en staat dan op de markt, die een doolhof van met tentzeil en plastic afgedekte gangen lijkt. Je wordt voortgeduwd, omgepraat, door niet zichtbare handen betast. Je bent blij wanneer je er zonder kleerscheuren uit bent, je haalt diep adem - en dan sta je, dat lees je op een richtingaanwijzer, op de binnenplaats van een zwijnestal: de stadsgevangenis.

De geschokte toeristen verdringen zich voor de tralies. Ze zouden erdoorheen willen kruipen om de schuwe, gehurkte wezens aan te raken, om ze door elkaar te schudden in de hoop dat ze hun ogen opslaan en schuld bekennen, om een vaderlijke of moederlijke arm om hen heen te slaan opdat ze in huilen uitbarsten. Er zijn, aan de andere kant van de binnenplaats, ook mannelijke gevangenen die manden vlechten, maar daar bestaat van de kant van de vreemdelingen, wat de mannen ook roepen, geen enkele belangstelling voor. Het zijn de vrouwen die de show stelen.

Welke misdaden hebben de Indianenvrouwen begaan, van welke weg zijn ze, tussen hun maïs- en aardappelvelden, ontspoord? De bewakers mogen dan lusteloos rondhangen, ze zijn weinig terughoudend in het verschaffen van inlichtingen, en aan publikaties over het gedrag van de Mexicaanse vrouw van 1492 tot aan vandaag is gemakkelijk te komen: in vier delen staat haar hele maatschappelijke, culturele en morele geschiedenis te boek.

De meest voorkomende misdaad is het bewuste of onbewuste verzet tegen de overheersing van de man. De ongehuwde vrouw moet zich verweren tegen alle mannen; de gehuwde vrouw vooral tegen die van háár. Deze kan met haar doen en laten wat hij wil. Hij mag haar ontvoeren, verkrachten, slaan en in de steek laten. Dat mocht hij in 1492 en dat mag hij in 1992 nog. Zij daarentegen moet hem trouw zijn, zij moet haar lichaam aan hem geven als hij daarom vraagt, zij mag hem niet terugslaan en ze mag er al helemaal niet vandoor gaan.

Zij moet de lege kindermagen vullen als hij weg is, maar ze mag het brood en de melk niet stelen. En ze mag hem, in zijn dronkemansdelirium, niet bedreigen met háár magie of hekserij.

Mannen geven hun vrouw wegens wangedrag vaak aan; echtgenoten die geweld gebruiken worden door hun vrouwen nauwelijks aangeklaagd omdat gevangenschap van de kostwinner de hele familie tot de bedelstaf brengt. Maar op het platteland gebeurt het nog regelmatig dat lokale "rechters' mannen in hechtenis nemen teneinde vrijelijk over hun vrouwen te kunnen beschikken. En we moeten er maar niet aan denken hoe er met de gevangengenomen vrouwen wordt omgesprongen; het bekeken en gefotografeerd worden door de blanke nazaten van degenen die vijf eeuwen geleden dit continent hebben ontdekt zal waarschijnlijk qua vernedering nog onderdoen voor wat hun gewapende rasgenoten hun in de duisternis van de beestenkooi laten ondergaan.

Je belandt per toeval in de gevangenis van Ocotlán, maar je wilt er met geweld weer uit. Je vecht je een pad door het labyrint van de markt die een van de bestgesorteerde moet zijn van dit deel van het land. Eruit, langs de lappen pens en de honden en de kreupele die de toekomst voorspelt, om nog net de bus te halen die je door de bergen ver weg van de drie schuwgeworden vrouwen achter de tralies brengt.

    • Fleur Bourgonje