Van Royen: staalcrisis even diep als vorige; "Ik ben ook hardstikke tegen subsidies'

BEVERWIJK, 20 OKT. De crisissfeer van begin jaren tachtig is terug in de Westeuropese staalindustrie. Vorige week luidden de gezamenlijke staalfabrikanten voor de tweede keer binnen een jaar in Brussel de noodklok met een plan om de overcapaciteit te verminderen. De Europese Commissie kreeg het zeer dringende verzoek in te grijpen, dumping uit Oost-Europa tegen te gaan en de staalmarkt te reglementeren. In de komende jaren verwacht de staalindustrie minimaal 50.000 banen te moeten schrappen.

De toestand van nu vertoont volgens bestuursvoorzitter ir. O.H.A. van Royen van Hoogovens verrassend veel gelijkenis met die van begin jaren tachtig. “Het capaciteitsoverschot ligt met 30 miljoen ton in dezelfde orde van toen. Het verschil is dat de sector destijds is gesaneerd via de hefboom van nationale subsidies. Naar rato van de genoten overheidssteun moesten bedrijven hun capaciteit verminderen. Resultaat: er werd 30 miljard ecu subsidie uitgegeven en 30 miljoen ton walserijcapaciteit afgebouwd. Vandaag zijn nationale subsidies verboden en dus kan deze hefboom niet opnieuw worden toegepast”, meent Van Royen. “Ik ben ook hardstikke tegen subsidies en ik steun de Nederlandse regering om daar niet aan mee te doen. Een subsidiewedloop zoals we eind jaren zeventig hebben gekend is voor een industrietak het meest desastreuze wat er kan bestaan.”

Alle Westeuropese staalconcerns, Hoogovens incluis, lijden momenteel door de forse prijsval omvangrijke verliezen. Zonder snel ingrijpen zullen de jaren '92 en '93 uitlopen op een catastrofe, menen de staalproducenten. De situatie is zo ernstig dat zij de succesvolle herstructurering van de industrie in de jaren tachtig - waarbij maar liefst 240.000 arbeidsplaatsen verloren gingen - teniet dreigt te doen. Van Royen stond zelf mede aan de wieg van het memorandum dat Eurofer, de koepel van staalfabrikanten, vorige week aan de Europese Commissie stuurde. De Hoogovens-topman, die eind dit jaar met pensioen gaat, is somber. Niet zozeer over de toekomst van zijn eigen bedrijf als wel over de dramatische prijsval op de staalmarkt en zelfs over het effect van het gezamenlijke beroep op Brussel.

“In april hebben we ook al een dergelijk verhaal overhandigd. Dat heeft niet mogen baten. Mijn verwachtingen zijn ook na deze sterkere noodkreet niet hooggespannen. De positie van de Commissie is op dit moment zwakker dan ooit door Maastricht en door de continue kritiek dat ze zich met van alles en nog wat wil bemoeien. We moeten deze druk wel uitoefenen, maar we kunnen niet denken dat de oplossing daaruit tevoorschijn komt. Ondertussen moet je als onderneming je eigen maatregelen treffen.”

Dat heeft Hoogovens intussen gedaan. Vorige maand is een drastische sanering aangekondigd van het staalbedrijf in IJmuiden. Volgend jaar verdwijnen er bij dit onderdeel ongeveer 2300 arbeidsplaatsen. Voor ongeveer 1000 mensen dreigt gedwongen ontslag. Het is voor het eerst sedert de Tweede Wereldoorlog dat Hoogovens zijn toevlucht neemt tot gedwongen ontslagen. Aanvankelijk reden tot fel verzet van de vakbonden die inmiddels alternatieven hebben aangedragen. De ingreep van Hoogovens komt bovenop de maatregelen die al in het kader van het zogenoemde Masterplan waren voorzien. Dit vorig jaar gestarte plan voorziet erin Hoogovens eind '95 qua kwaliteit en kostprijs weer bij de top-drie van de Westeuropese staalindustrie te brengen.

De ernstigste en meest structurele factor achter de huidige crisis in staal (en voor Hoogovens zeker zo belangrijk: ook in aluminium) is in de ogen van Van Royen de omwenteling in Oost-Europa en de vroegere Sovjet-Unie. “De hele wereldeconomie is, komende uit een labiele situatie, overstroomd door een politieke verandering die haar uit het lood heeft geslagen, met hele grote consequenties. Sinds 1990 is de economie in de Westerse landen al een beetje aan het sukkelen. Er is een soort van labiel evenwicht geweest van: wordt het nu nog slechter of pikt het weer op? Dit geldt bij uitstek voor bedrijven in de basismetaal zoals staal en alumunium. Nu is hier overheen gekomen de golf van de omwenteling in Oost-Europa. Vroeger exporteerde Europa staal naar het Oosten, vrij aanzienlijke hoeveelheden. Die zijn weggevallen, want in Rusland en Oost-Europa is de totale industriële produktie in elkaar geschrompeld. Omgekeerd zijn zij met hun basisindustrieën nog wel doorgegaan met produceren, terwijl hun verwerkende industrie gehalveerd is. En dat overschot komt dus nu naar West-Europa, want intern hebben ze daar geen afzet voor.”

Van Royen ergert zich eraan dat West-Europa nog steeds denkt door te kunnen gaan alsof er niks gebeurd is. “Wij zijn nog steeds bezig met onze provinciale probleempjes, onze ruzies binnen de EG. Wij zijn nog steeds bezig met de gedachte dat de bomen tot in de hemel groeien en dat ons sociale paradijs niet meer kapot kan. Maar we zullen in het Westen een behoorlijke stap terug moeten doen ter wille van onze nieuwe, democratische oosterburen. Ik vind dat politici en leidinggevenden er sterker de nadruk op zouden moeten leggen dat wij inderdaad offers moeten brengen.”

De Hoogovens-topman wijst ook op de “zwaar onderschatte kosten van de Duitse hereniging”, op de stijgende rente in Duitsland en het effect daarvan op de dollar, die door de zwakke, kwakkelende Amerikaanse economie toch al niet zo sterk stond. “Het zijn allemaal dominostenen, en de situatie verslechtert met de dag. Het is toch ongehoord dat een rijksbegroting binnen vier weken na publikatie alweer van tafel wordt gehaald.”

De stroom van goedkoop staal uit het Oosten heeft de bestaande situatie van overcapaciteit in West-Europa in hoge mate acuut gemaakt. “De afgelopen maanden is de situatie voortdurend verslechterd. Er is nu een kritiek stadium bereikt, de toekomst van de staalsector staat op het spel, met enorme sociale consequenties”, aldus de alarmkreet van de staalproducenten richting Brussel.

De verliezen bij de staalbedrijven hopen zich op, ook bij Hoogovens. In de eerste helft van dit jaar leed het concern 76 miljoen gulden verlies. Voor het tweede halfjaar wordt gerekend op “fors hogere verliezen”. Het verlies over '92 zal verder belangrijk groter uitvallen door “enkele honderden miljoen guldens” aan afvloeiingskosten en afwaarderingen als gevolg van de aangekondigde sanering. Toch sprak de concerntop in september de verwachting uit dat het effect van de ingrepen tot gevolg zal hebben dat al over '93, niet alleen voor het staalbedrijf maar voor de hele onderneming, weer op een positief resultaat mocht worden gerekend. Die prognose gold “ook indien de thans slechte marktomstandigheden zich zouden voortzetten.”

Van Royen zegt nu, kijkend naar '93: “De situatie van de wereldeconomie wordt op dit moment weer somberder. En de noodzaak om de ingrepen te doen wordt eigenlijk alleen maar nog saillanter. Als we naar volgend jaar kijken, staan de signalen eerder verder op rood dan op oranje.”

Hoogovens ondervindt de dumping van Oosteuropees staal het sterkst bij de relatief laagwaardige "lange produkten' (zogenoemde knuppels en betonstaal). Hier zullen de ingrepen dan ook het diepst zijn. De afdeling wordt omgevormd tot een aparte business unit met een veel kleinere omvang dan thans het geval is. Is dat de voorbode van definitieve afstoting? Van Royen: “Voor de eeuwwisseling stoppen we ermee. Hoe snel precies hangt er van af hoe snel wij in staat zijn om in die meerdere toegevoegde waarde en de "platte produkten' (dungewalst staal - red.) mogelijkheden te scheppen. Dat gaat niet van de ene dag op de andere. Dit is een strategie die we al jaren geleden gepubliceerd hebben. Ons probleem is dat ons oxystaalproces te hoogwaardig, te goed en te duur is om daaruit deze produkten te maken. Maar wij denken door het heel slim te doen nu de concurrentie nog enigszins te kunnen bijhouden. Als we nu met de lange produkten zouden stoppen hebben we een overschot aan ruwstaal, dan zouden we ook een oxystaalfabriek moeten sluiten wat op een vrijwillige capaciteitsreductie neerkomt. En dat heeft enorme extra sociale consequenties. We proberen de pijn zo klein en reëel mogelijk te maken. Die pijn is met deze 2300 man al zo groot omdat we geen sociale middelen meer hebben om het redelijk op te lossen. Ons verloop is heel klein geworden en ook de VUT en SOP-regelingen zijn nu eigenlijk uitgeput. Het kan niet meer anders dan met ontslagen.”

In sommige kringen is twijfel geuit of Hoogovens nog wel toekomst heeft. Van Royen verfoeit dat soort uitspraken. “Mensen die er weinig van af weten maken met enig gemak dergelijke opmerkingen. Ik ben van mening dat het voor Nederland erg goed is een basismetaalindustrie te hebben, een hele vooruitstrevende en moderne industrie en dat Hoogovens dat kan waarmaken. We moeten nu opnieuw, net als in de jaren tachtig, door een crisis heen. Maar ik voorspel u: we zullen het redden. In de eerste plaats door onze kosten zodanig omlaag te brengen dat we weer winst kunnen maken, door een bijzonder goede kwaliteit aan de markt te leveren en vooral ook met moderne installaties te werken.”

    • Ben Greif