Strijd om centrum van de macht in Japan

Al enkele maanden verkeert Japan in de ban van het corruptieschandaal rond de 78-jarige Shin Kanemaru, de king maker van de Japanse politiek. Kanemaru en niemand anders bepaalde de afgelopen jaren wie er premier kon worden van Japan. In augustus zag hij zich onder zware druk van het publiek, dat walgde van de manipulaties van hem en zijn factie, genoopt zijn positie als vice-voorzitter van de Liberale Democratische Partij (LDP) op te geven. Vorige week bleek dat Kanemaru ook zijn zetel in het parlement moest prijsgeven. Grote vraag is nu of hij in zijn val nog andere politici van zijn factie of de LDP, die Japan al 37 jaar zonder onderbreking bestuurt, zal meeslepen. Intussen is er een felle strijd ontbrand om de opvolging van Kanemaru als leider van de zogeheten Takeshita-factie in de LDP.

TOKIO, 20 OKT. Nog is zij de grootste van de vijf parlementaire facties binnen de regerende Liberaal Democratische Partij. Maar met de dag groeit in Japan de verwachting dat de factie, die sinds haar oprichting in 1987 de politieke dienst uitmaakt, vroeg of laat uiteenvalt, zo verbitterd en zo onverzoenlijk is het gevecht om de opvolging van Shin Kanemaru (78) geworden.

Morgen, op de dag dat Japans tot voor kort machtigste politicus, officieel zijn lidmaatschap opzegt van het parlement, zal de in een verbeten machtsstrijd verwikkelde factie, wier omstreden leider hij was geworden, een nieuwe voorzitter kiezen.

De kans bestaat dat er morgen helemaal geen beslissing valt en de verkiezing voor de meest invloedrijke functie in de Japanse politiek wordt uitgesteld en de ontreddering en verwarring in de LDP nog groter wordt. Want de machtsstrijd in de Takeshita-factie, vernoemd naar haar oprichter oud-premier Noboru Takeshita, doet de andere facties huiveren het politieke initiatief naar zich toe te trekken, bang als ze zijn dat een plotselinge verzoening in de Takeshita-factie hen voor jaren van de macht afhoudt. Tenslotte heeft premier Miyazawa, zelf leider van een kleine factie, zijn functie aan de steun van de grootste factie te danken. En dat geldt ook voor de niet minder ambitieuze minister Michio Watanabe van buitenlandse zaken, leider van een andere kleine factie.

Kandidaten voor het voorzitterschap van de grootste factie zijn Ichiro Ozawa, de beschermeling van Kanemaru en, na de val van de leider, omstreden voor een groep LDP'ers die Ozawa van machtswellust onder het mom van het streven naar politieke hervormingen verdenkt, en Keizo Obuchi, naar voren geschoven door de anti-Ozawa-groep. Voor de Ozawa-groep is Obuchi niet aanvaardbaar. Hij onderhoudt als oud-campagneleider van Noboru Takeshita nauwe banden met de oud-premier, die zich in de zaak-Kanemaru zo muisstil hield, dat het iedereen opviel.

Van verschillende kanten neemt de druk toe op Takeshita om, net als Kanemaru, zijn zetel in het parlement op te geven. Tijdens het onlangs begonnen proces tegen de van fraude verdachte ex-president van de transportfirma Sagawa, Hiroyasu Watanabe, dezelfde die Kanemaru de onwettige 500 miljoen yen aan politieke donatie schonk die diens val inluidde, kwam aan het licht dat Takeshita in 1987 met steun van de onderwereld premier van Japan was geworden. Een onthulling die samen met de luttele boete van 200.000 yen voor Kanemaru de afgelopen weken in het land een golf van verontwaardiging teweegbracht.

Takeshita stond in oktober 1987 kandidaat voor het presidentschap van de LDP, een functie die automatisch het premierschap oplevert, en werd door een ultra-nationalistische organisatie met vrachtwagens en luidsprekers in Nagata-cho, Japans regeringscentrum in Tokio, luidkeels het graf in geprezen om zijn verdienste als “zakkenvuller”. Dat kwam Takeshita's verkiezing niet ten goede. Op verzoek van Kanemaru bemiddelde Hiroyasu Watanabe bij de inmiddels overleden leider van een van Japans grootste misdaadorganisaties, de Inagawai-kai, om druk uit te oefenen op de ultra-nationalisten om met hun actie te stoppen. Met succes, het lawaai verstomde en de LDP koos Takeshita tot president en hij werd vervolgens premier, totdat het Recruit-schandaal (handel in aandelen met voorkennis) hem als premier de kop kostte.

Obuchi van de anti-Ozawa-groep is intussen in de bres gesprongen voor Takeshita. De laatste zou niet geweten hebben dat destijds een beroep was gedaan op een misdaadorganisatie en slechts “slachtoffer” zijn. Afgelopen weekeinde zei Obuchi dat de oud-premier in het parlement onder ede moest getuigen om zich van alle blaam te zuiveren. Obuchi schiep zo enige afstand tot Takeshita, waarmee zijn anti-Ozawa-groep naar zijn mening iets te riskant wordt vereenzelvigd en bovendien kwam hij tegemoet aan de eis van de voltallige oppositie, die zowel Kanamaru als Takeshita in het parlement als getuige wil horen.

Van een potentieel leider van de LDP wordt verwacht dat hij met de oppositie, die in het Hogerhuis de meerderheid heeft, zaken kan doen, moet Obuchi hebben beseft. Tenslotte heeft de oppositie, als ze haar zin niet krijgt, gedreigd de aanstaande parlementaire behandeling van de reusachtige oppep-operatie van 10,7 biljoen yen (137 miljard gulden) te zullen frustreren. Een dreigement dat binnen de doodnerveuze LDP ernstig wordt genomen, want men beseft dat uitstel van de oppep-operatie Japans zwakke economie verder zal ondermijnen. Eén topman van de LDP beheerste afgelopen weekeinde niet langer zijn zenuwen en maakte de socialistische oppositie uit voor “vliegen en kakkerlakken”. Als een in het nauw gedreven politicus overschreeuwde hij de oppositie en voorspelde hij dat de al 37 jaar regerende LDP “eeuwig” aan de macht zal blijven.

In het verbeten gevecht om de opvolging van Kanemaru roepen de twee strijdende groepen om het hardst dat hun kandidaat de meeste steun in de factie geniet. Een derde kandidaat is de huidige minister van financiën, Tsutomu Hata, die door de anti-Ozawa-groep niet helemaal wordt vertrouwd, omdat de Ozawa-groep hem als neutraal aanprijst. Toch zijn Hata's papieren het sterkst. Hij heeft gezegd geen leider te willen zijn, maar “in collectief” de factie wil voorzitten en dat zou garanderen dat de twee strijdende groepen gelijke kansen hebben om macht uit te oefenen. In feite zou dat neerkomen op voortzetting van de strijd met Hata als kop van Jut.

Schaarse overeenstemming is tot nu toe bereikt over een op zichzelf hachelijk voornemen: de verkiezing van de nieuwe leider moet vrij van ruzies gebeuren. Verder is afgesproken dat de nieuwe leider politieke hervormingen serieus moet nastreven en dat de factie als geheel het Japanse volk berouw moet tonen over de zaak-Kanemaru.

Afgelopen weekeinde gonsde het van de geruchten dat het Openbaar Ministerie in Tokio de zaak-Kanemaru zal heropenen. Om te beginnen zou opnieuw diens particuliere secretaris worden verhoord. Deze had bij een eerder verhoor gezegd dat de 500 miljoen yen, die Kanemaru aan onwettige politieke donatie had ontvangen van de ex-president van de transportfirma Sagawa, was verdeeld onder leden van de Takeshita-factie. Kanemaru kreeg, na een kat- en muisspel met het OM, waarbij hij zich wekenlang schuil hield in zijn woning en weigerde zich te laten verhoren, ten slotte een boete van 200.000 yen en hervatte ruim twee weken geleden doodgemoedereerd zijn werk, alsof de zaak voor iedereen was afgedaan. Dat was een misrekening.

De luttele boete zette kwaad bloed onder de Japanse bevolking. Dagelijks kwamen 10.000 protestkaarten binnen bij het parlement. Veel gemeenteraden en provinciale staten in het hele land namen moties aan waarin de beslissing van het OM werd veroordeeld, om verder onderzoek werd gevraagd en Kanemaru verzocht op te stappen. Het gebouw van het OM in Tokio werd met verf beklad en met eieren bekogeld. De positie van Kanemaru, die eind augustus al zijn functie van vice-president van de LDP had neergelegd maar niet het voorzitterschap van de Takeshita-factie - hoewel hij dat toen wel had gezegd - begon te wankelen. De druk om helemaal op te stappen nam toe. Met de dag werd zijn positie onhoudbaarder en vorige week viel voor hem definitief het doek. Diep, heel diep viel de eens oppermachtige Kanemaru. Afgewacht moet nog worden of hij niet Takeshita en diens factie en wellicht de hele LDP in zijn val heeft meegesleurd.

    • Paul Friese