Ser-akkoord wekt zorg bij ambtenaren

AMSTERDAM, 20 OKT. De vakbonden voor werknemers in de collectieve sector (AbvaKabo, CFO en CMHF) zijn bezorgd over de effecten van een eventueel centraal akkoord.

Gezien de financiële nood van het kabinet vrezen ze dat de overheid - bij behoud van koopkracht - weinig geld overhoudt voor uitbreiding van de werkgelegenheid. Uitbreiding van het aantal banen in de sectoren waar de overheid als werkgever optreedt, zou bovendien op gespannen voet staan met lastenverlichting.

Een werkgroep van de Sociaal-Economische Raad (SER) bracht afgelopen vrijdag advies uit over de ontwikkeling van de Nederlandse economie in de jaren negentig. Daaruit blijkt dat de leden van de SER - bestaande uit centrale werkgevers- en werknemersorganisaties en onafhankelijke kroonleden - pleiten voor loonmatiging, uitbreiding van de werkgelegenheid en verlaging van de collectieve lastendruk. Het advies opent de weg naar een centraal akkoord tussen werkgevers, werknemers en overheid, dat zijn beslag al in de CAO-onderhandelingen voor 1993 kan krijgen.

In een reactie vanochtend waarschuwt voorzitter L. Poell van de christelijke vakbond CFO de overheid zich niet rijk te rekenen. Het kabinet gaf onlangs aan een "onderhandelingsruimte' te zien van 3 procent voor 1993, als onder meer de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) voor 700.000 ambtenaren afloopt. Daarnaast stelt het Centraal Planbureau (CPB) in voorlopige cijfers dat de inflatie volgend jaar niet 3,75 procent maar 2,25 procent bedraagt. “Het kabinet moet nu niet gemakshalve van 2,25 procent uitgaan. In een centraal akkoord worden niet alleen afspraken gemaakt over een loonstijging die gelijk is aan koopkrachtbehoud, maar moet de overheid ook extra financiële middelen vrijmaken. Doet ze dat niet, dan is dat de doodsteek voor een centraal akkoord”, aldus Poell.

Volgens de voorzitter van de CFO krijgt de overheid bij het mislukken van centraal overleg te maken met een hogere looneis. “We gaan dan 0,5 of 0,75 procent boven de inflatie zitten.” Voorzitter Vrins van de AbvaKabo concludeerde dit weekeinde dat “een substantiële bijdrage van Den Haag er niet in zit”.

Uitlatingen van minister De Vries (sociale zaken) wijzen daar ook op. In een reactie op het akkoord in de SER-werkgroep meende De Vries dat het kabinet “bij de begroting van dit jaar al een hele belangrijke basis heeft gelegd door ervoor te zorgen dat de belastingen en premies voor de mensen volgend jaar nou eens niet omhoog maar een beetje naar beneden gaan”. Het kabinet beraadt zich momenteel over nieuwe bezuinigingen, nu blijkt dat de economische vooruitzichten slechter zijn dan bij het vaststellen van de begroting werd aangenomen.

De vakbond CMHF, die gelieerd is aan de vakcentrale voor middelbaar en hoger personeel MHP, meent dat de inkomensontwikkeling in de collectieve sector in ieder geval gelijke tred moet houden met de loonstijging in de marktsector. Uitbreiding van de werkgelegenheid door middel van speciale projecten moet volgens deze bond een tijdelijk karakter kennen en de reguliere arbeid niet verdringen. Bovendien is het creëren van extra werkgelegenheid in de collectieve sector volgens de CMHF in strijd met de trend tot efficiënter werken, waardoor juist arbeidsplaatsen verdwijnen.