Papier

De straatarme Bishr vond op zijn pad een stuk papier met de naam van Allah erop. Hij reinigde het, kocht van zijn laatste geld parfum en besprenkelde het schrift. Diezelfde nacht hoorde hij een stem in zijn droom, die zei: “Omdat jij aan Mij gedacht hebt, zal Ik aan jou denken.”

Dit verhaal illustreert de klassieke houding van de Arabier ten opzichte van papier. Zeker als je niet kunt lezen is elke snipper een potentieel bewijs van de afdaling van het Woord.

De moderne tijd heeft ook deze vorm van zorgvuldigheid - taqwa - versleten. Desondanks blijft papier ook nu nog een betrekkelijk zeldzaam verschijnsel.

Zoals dat met alle dingen gebeurt waar vraag naar is, wordt papier steeds opnieuw gebruikt. De kunst van recycling heeft in de Derde wereld schier onnavolgbare hoogten bereikt, iets waar wij best een voorbeeld aan zouden kunnen nemen. Het toppunt van inventiviteit vind ik nog steeds de diplomatenkoffertjes die in Senegal gemaakt worden uit uitgewalste blikjes Heineken. Het plastic doosje waar mijn schrijfmachinelint in gezeten heeft is door een onzichtbare hand uit het vuilnisvat gehaald waar ik het had ingegooid. Er worden nu spelden in bewaard.

Gebruikt papier dient hier als verpakkingsmateriaal. Gedachtig het voorbeeld van een van de kleine, heterodoxe profeten die ik nog steeds heimelijk aanhang, Marcel Duchamps, ben ik indertijd begonnen een collectie hiervan aan te leggen. Enige voorbeelden: een stokbrood gerold in een wiskundeproefwerk met de stelling van Pytagoras erop, amandelen verpakt in een oud proces-verbaal dat het hoger beroep van een aanrijding in Rabat beschrijft, de titelpagina in Arabisch schrift van Das Kapital, afkomstig uit een oud bibliotheekboek, enzovoort, enzovoort.

Mijn zoontje kocht eens voor twintig centimes gepofte zonnebloempitten: deze zaten verpakt in het kroonjuweel van mijn verzameling, een pagina uit een oude Privé, waarin in geuren en kleuren uit de doeken werd gedaan hoe Imca Marina bijna ontvoerd werd in de binnenstad van Kairo door een Egyptenaar, op wiens uitnodiging bij hem in de achterkamer thee te komen drinken ze argeloos was ingegaan.

Dames! Niet doen. Het geldt als een open invitatie tot "zina', overspel.

Het stereotype beeld van de vrome muzelman te paard, met in zijn rechterhand het zwaard en in de linker de Nobele Qur'an, kan gevoeglijk naar het rijk waar broodje aap gegeten wordt.

Geen moslim die bij zinnen is zou het wagen de hand waarmee hij zich van achteren reinigt hiervoor te misbruiken. De straf waar wij ons zo over opwinden, het afhakken van de rechterhand, heeft als bewust neveneffect uitsluiting van de gemeenschappelijke dis. De ongelukkige moet het doen met een apart bord.

Nu we het er toch over hebben: de moslim maakt bij voorkeur gebruik van een hurktoilet, de "kabina', die wij met onze stramme, niet door het dagelijks gebed soepel gehouden ledematen zo onpraktisch vinden. De tronen waarop wij tot inkeer komen, het liefst gewapend met een boek, zijn "bida', verderfelijke nieuwlichterij. Het eerste wat Imam Khomeiny deed in het huis dat de Franse regering hem in zijn ballingschap ter beschikking had gesteld, was de toiletten vervangen.

Desondanks rukt onze Europese variant gestaag op. In de meeste hotels en de nieuwere huizen vind je beide vormen.

De moslim reinigt zijn achterste niet met papier. Vanwege deze gewoonte, zo merkte ik in Pakistan op, werden westerlingen daar op straat nageroepen met het scheldwoord "nankuli', wat betekent "vieze kont'. Nee, op een net toilet is een kannetje water, zeep en een handdoekje aanwezig.

Toiletpapier begint hier echter om voor de hand liggende redenen ook in zwang te raken. Het wordt dan gebruikt voorafgaand aan water. Ons luxe produkt dat koning, keizer, admiraal gerieft is helaas bijna niet te betalen. Vandaar dat pakpapier zijn carrière eindigt op de kabina.

Ons huis is gezegend met een westerling die pakken papier er door jaagt, als een zeesleper stookolie tijdens een orkaan. De vellen kopijpapier waar de kwaliteitskrant mij zo genereus mee bedeelt en waarop deze observaties in concreto gestalte vinden, verdwijnen dus onverbiddelijk in de diepten.

Ja, ik leer hier wel bescheidenheid.

Voor alle zekerheid controleer ik wel of de naam Gods ergens genoteerd staat. Die knip ik eruit en verbrand hem in een lege asbak. Zoals dat hoort.

    • Arie Visser