Opec-leden trekken zich steeds minder aan van onderlinge afspraken; Producenten werken ieder voor zich aan groter marktaandeel

ROTTERDAM, 20 OKT. De wereldoliemarkt is momenteel uiterst ontspannen: ruim voldoende aanbod aan ruwe olie, vooral uit het Midden-Oosten, om in de vraag te voorzien. Voor de economie van de industrielanden en de Derde Wereld is dat goed, want de prijzen van brandstoffen zijn redelijk.

Maar binnen de Organisatie van olie-exporterende landen (OPEC) loopt de spanning zodanig op dat de vraag gerechtvaardigd is of het kartel de taak waarvoor het is opgericht nog wel aan kan. Steeds meer lidstaten trekken zich weinig of niets aan van afspraken die in OPEC-verband zijn gemaakt. Ze gaan hun eigen weg om de dollarinkomsten zo hoog mogelijk op te voeren en tegelijk werken ze aan uitbreiding van hun produktiecapaciteit om zich ook voor de toekomst van een groot marktaandeel te verzekeren.

Saoedi-Arabië, Iran en Venezuela, behorend tot de grootste OPEC-producenten, zijn goede voorbeelden. Intussen wordt het olie-aanbod verder opgevoerd door Koeweit, dat vorige maand met een produktie van 1,225 miljoen vaten ruwe olie per dag bijna weer het niveau bereikte van vóór de Golfcrisis (1,57 miljoen vaten per dag in 1989). Irak, dat sinds het begin van zijn avontuur in Koeweit (augustus 1990) vele miljarden dollars aan olie-inkomsten heeft verloren, staat te trappelen om op de markt terug te keren, maar Saddam Hoessein wil zich nog niet conformeren aan de scherpe voorwaarden van de Verenigde Naties, die eisen dat een groot deel van de opbrengst in een VN-fonds wordt gestort. Uit dit fonds moeten noodhulp, de kosten van VN-inspecties en herstel van oorlogsschade (onder andere aan Koeweit) worden betaald.

Eens zal de Iraakse leider moeten toegeven, want Irak heeft dringend geld nodig om zijn voedselimport weer op peil te brengen en onderdelen te kopen voor de olie-installaties die door de Golfoorlog werden geruïneerd. Op wat langere termijn zal dit rijke olieland weer grote hoeveelheden op de markt brengen.

Secretaris-generaal dr. Subroto van OPEC zit op zijn hoofdkantoor in Wenen diep in de zorgen. Het kartel werd ruim dertig jaar geleden opgericht om de olieproduktie van de 13 lidstaten te coordineren, de Westerse oliemaatschappijen onder druk te zetten en een goede prijs voor het zwarte goud bij de Westerse consumptielanden af te dwingen. Maar de discipline van de lidstaten is nu ver te zoeken. Men houdt zich niet aan de produktiequota per land en één lidstaat, Equador, kondigde vorige maand zelfs aan het kartel te willen verlaten om geassocieerd lid te worden.

Het enige lichtpuntje voor Subroto is nu dat de gemiddelde prijs van zeven OPEC-oliesoorten de laatste tijd wat dichter kruipt naar de richtprijs van 21 dollar per vat die het kartel in 1990 vaststelde. Vorige maand steeg de prijs met 24 dollarcent tot 19,40 dollar, maar tegelijkertijd zijn de reserves van de olielanden in waarde gedaald door de valutacrisis.

Deskundigen op de oliemarkt verwachten dat de prijs met 1 à 2 dollar kan dalen zodra Irak weer gaat exporteren, omdat het verre van duidelijk is hoe de Iraakse produktie binnen OPEC wordt opgevangen. De directe buren van Saddam Hoessein - Koeweit, Saoedi-Arabië en Iran - hebben niet de minste behoefte om hun marktaandeel ten behoeve van deze agressor te verminderen. Officieel gold in het derde kwartaal voor de 13 lidstaten samen een produktieplafond van 23,46 miljoen vaten per dag, maar in september werd gemiddeld bijna 1,5 miljoen vaten olie méér gepompt en op de markt gebracht.

Grootste boosdoeners zijn Iran en Saoedi-Arabië, die traditioneel een volkomen verschillend beleid voeren, maar nu vechten om elkaars marktaandeel. In september wisten de olieministers nog een hard conflict over produktiequota te vermijden door voor het vierde kwartaal, wanneer de vraag door het winterseizoen aantrekt, een OPEC-marktaandeel van 24,2 miljoen vaten per dag te claimen. Dat niveau werd dezelfde maand al met 730.000 vaten per dag overschreden, terwijl alleen was afgesproken dat extra produktie door Koeweit zou worden toegelaten.

De Iraanse minister Aguazadeh verwierp het akkoord, omdat hij toen al voorzag dat een strengere beperking nodig zou zijn om de richtpijs van 21 dollar per vat voor OPEC in de wacht te slepen. Iran is altijd voorstander geweest van een krap marktaandeel voor OPEC om de prijs op te voeren, maar door zijn distantie maakte Aguazadeh zich nu volkomen vrij om zoveel olie te produceren als hij op de markt kwijt kan. Afgelopen zaterdag maakte Aguazadeh in Teheran aan journalisten bekend dat Iran zijn produktie deze maand met zo'n 600.000 vaten ruwe olie per dag heeft opgevoerd tot gemiddeld 3,8 miljoen vaten per dag en dat in november een gemiddelde van 4 miljoen vaten bereikt kan worden. Aguazedeh verzette zich vorige maand in de OPEC-ministersvergadering al sterk tegen zijn Saoedische collega Nazer, die zich sinds het begin van de Golfcrisis vrijwel volkomen onafhankelijk van het kartel heeft opgesteld.

Nazer ging Iran voor met een steeds hogere produktie en zoekt de winst meer in een grote omzet dan een hoge prijs. Saoedi-Arabië beschikt niet alleen over verreweg de grootste oliereserves ter wereld, het land van koning Fahd heeft sinds de neergang van de economie in Oost-Europa ook Rusland als grootste olieproducent verdrongen. De Saoedi's hebben tijdens de Golfcrisis een groot deel van de weggevallen produktie van Irak en Koeweit opgevangen, maar ze zijn niet langer bereid als "swing-producer' op te treden en willen hun marktaandeel nu vasthouden.

De komende winterperiode kan OPEC zijn aanbod nog goed kwijt. Maar als dr. Subroto er niet in slaagt de partners in het kartel tot inkeer te brengen, zal hij de OPEC-richtprijs niet halen en dreigen er taaie problemen, omdat de produktie van Koeweit en Irak en de ambities van Iran moeten worden opgevangen. “Irak vormt de grootste onzekerheid op dit moment”, zegt directievoorzitter Herman Krul van bureau Cargill in Genève, marktexperts op het gebied van grondstoffen. Hij wijst op het “uitermate hoge” gebruik van de OPEC-produktiecapaciteit, zo'n 96 procent. Volgens Krul ontstaan de echte problemen pas in het tweede kwartaal van volgend jaar, als de vraag weer daalt, of al eerder, wanneer er een zachte winter komt. Als de twee belangrijkste factoren die de olieprijs dan kunnen drukken, noemt Krul “de groeiende rivaliteit tussen Iran en Saoedi-Arabië over het leiderschap in OPEC, en de vlakke, aarzelende economie.”

Op langere termijn zal de vraag op de wereldmarkt naar OPEC-olie toenemen, omdat de winning in Noord-Amerika en Europa (Noordzee) geleidelijk aan terugloopt. Ondanks mooie voornemens in het kader van het Energie Handvest (plan-Lubbers) zal de produktie in het Gemenebest van Onafhankelijke Staten voorlopig niet toenemen. Rusland heeft nu al grote moeite om de scherpe daling in zijn oliewinning tot staan te brengen. De OPEC-landen zullen echter zeer hoge investeringen moeten doen om hun produktiecapaciteit op peil te houden en daarvoor zijn vooral de kleinere partners in het kartel afhankelijk van de fel begeerde richtprijs van 21 dollar per vat olie.

Energiebesparing, een eventuele Europese "Ecotax' (milieuheffing op brandstoffen) en omschakeling op andere brandstoffen vlakken de vraag naar olie in de Westerse wereld af. Toch voorspelt het Internationaal Energie Agentschap (IEA) in Parijs nog een jaarlijkse groei in de behoefte aan olie in de OESO-landen, van 1 à 1,5 procent. Daarmee neemt de Westerse afhankelijkheid van OPEC, en in het bijzonder van het roerige Midden-Oosten, sterk toe. Vorig jaar waren de OECD-landen voor 59 procent van hun olieverbruik afhankelijk van import; dat cijfer stijgt volgens de IEA-ramingen in het jaar 2005 naar 70 procent. De grootste stijging in de vraag zal zich voordoen in de Derde Wereld en het Verre Oosten, waar de meeste landen nog sterker afhankelijk zijn van import dan het Westen.

Tabel:

Produktie Opec-landen (in 1000 vaten van 159 liter)

...................september.....quota...surplus

...................1992

Algerije.............770...........760...+...10

Equdor...............325...........273...+...52

Gabon................300...........273...+...27

Indonesië.....1.370.........1.374...-....4

Iran...............3.540.........3.184...+...356

Irak.................450...........505...-....55

Koeweit............1.225.........1.180....+...45

Libië.........1.500.........1.395....+..105

Nigeria............1.930.........1.751....+..179

Qatar................420...........377....+...43

Saoedi-Arabië.8.450.........8.000....+..450

VAE................2.280.........2.244....+...36

Venezuela..........2.370.........2.147....+..223

totaal............24.930........23.463....+1.467

BRON: MIDDLE EAST ECONOMIC SURVEY

    • Theo Westerwoudt