Onwaarschijnlijk dat TNO chimpansees mag doden

De noodzaak tot bezuinigen zou TNO ertoe brengen proefdieren, waaronder rhesusapen, op zinloze wijze af te maken en chimpansees aan fatale proeven te onderwerpen om maar eens duchtig opruiming te houden. Dit schrijft H. Schellekens op de opiniepagina van 14 oktober onder de kop "Redt de Chimpansees van TNO'. Hij werpt zich op als pleitbezorger van een met uitsterven bedreigde diersoort, waarvan bij TNO 120 exemplaren zijn gehuisvest ten behoeve van medisch wetenschappelijk onderzoek. Daarbij uit hij tal van beschuldigingen aan verantwoordelijke bestuurslagen en personen binnen TNO.

De Dierexperimentencommissie van TNO is een commissie die door de wet op de dierproeven is voorgeschreven voor iedere organisatie die vergunning voor het doen van dierproeven heeft en die tot taak heeft advies uit te brengen over alle voorgenomen proefdiergebruik. Deze commissie maakt een afweging tussen de mate van ongerief van de proefdieren en het maatschappelijk nut. Daarom wordt deze commissie ook wel ethische commissie genoemd. Zij zou het licht op groen hebben gezet, zodat de opruiming ook ethisch zou zijn gelegitimeerd. De informatie waarop Schellekens zijn beoordeling baseert moet hij uit de tweede hand hebben, want sinds eind 1990 is hij niet meer bij het falende management van het Primatencentrum betrokken.

Eén van de motieven van de Raad van Bestuur voor de fusie van het Primatencentrum en het Radiobiologische Instituut was nota bene het falend beleid in het Primatencentrum waarvoor Schellekens zelf blaam treft. Hij heeft namelijk zelf allerlei kostbare en zinloze procedures gentroduceerd, waardoor vooral het zeer noodzakelijke Aids-onderzoek sterk is bemoeilijkt. Aanvankelijk verklaarde hij op grond van zijn microbiologische expertise dat het Aids-virus totaal niet gevaarlijk was en de dierverzorgers zich nergens zorgen om hoefden te maken. Enige tijd later sloeg hij om naar het andere uiterste en veroorzaakte daarmee grote verwarring die de voortgang van het Aids-onderzoek bijna onmogelijk maakte. Zijn eigen bijdragen aan het wetenschappelijk programma van het Primatencentrum waren altijd zeer beperkt. De reputatie van het centrum leed daardoor schade en goede onderzoekers werden ervan weerhouden met of in het centrum te werken. Tot zover Schellekens. Nu de bedreigde chimpansees.

Het is algemeen bekend dat er problemen zijn met de financiering van het gezondheidsonderzoek bij TNO. Dit soort zaken wijt men altijd aan het beleid van het management. Maar een belangrijke direct controleerbare oorzaak is de afnemende financiering door de overheid voor dit soort onderzoek. Zonder overheidsfinanciering kan deze research niet voortbestaan.

Indien TNO gedwongen wordt de gezondheidsresearch in te krimpen moet dat uiteraard met grote zorgvuldigheid geschieden, ook ten aanzien van de overige soorten proefdieren. TNO is tot op heden de beheerder van belangrijke waarden op wetenschappelijk en facilitair gebied. Als TNO dit beheer niet langer kan dragen moet worden nagegaan of en hoe die waarden elders wel goed kunnen worden beheerd. Daar heeft Schellekens gelijk in. Wat de proefdieren betreft zal ook de DEC daarvoor waken. Dat is reeds duidelijk gebleken uit het corrigerende optreden van de DEC na het afmaken van een aantal muizen en ratten. De DEC neemt het standpunt in dat er geen principiële redenen zijn om proeven met dodelijke afloop voor diersoorten als ratten, honden en konijnen wel en voor chimpansees niet toe te staan. Wel dienen er bij de beoordeling van voorstellen voor experimenten bij chimpansees andere criteria te worden toegepast. Op dit moment is er geen sprake van dat de DEC heeft ingestemd met enig experiment met dodelijke afloop bij deze diersoort. Hiertoe is overigens ook nog geen enkele aanvraag bij de DEC gedeponeerd.

Als er plannen worden gemaakt om apen, ratten, muizen of chimpansees te doden, moet dat door de DEC worden beoordeeld. Die betrekt, als het niet om het gebruikelijk medische onderzoek gaat, de Veterinaire Hoofdinspectie erbij. Het is onwaarschijnlijk dat TNO de adviezen van deze instantie naast zich neer legt.

    • D.W. van Bekkum
    • A.A. van Es