Mahler is speelmuziek voor De Waart

Concert: Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Edo de Waart m.m.v. Jean-Yves Thibaudet, piano. Programma: P. Schat: Etudes voor piano en orkest; G. Mahler: Vijfde symfonie. Gehoord: 17/10 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling (met ander voorprogramma): 3, 4, 5/11 De Doelen Rotterdam. Radio-uitz. opname 17/10 op nader te bepalen datum. Radio-uitz. opname 15/10: 20/10 10.45 uur.

Na de eerste uitvoeringen in Enschede en Utrecht van de Etudes voor piano en orkest van Peter Schat - afgelopen vrijdag reeds op deze pagina besproken - speelde het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Edo de Waart de Vijfde symfonie van Mahler. Het is, kort na de uitvoering van diens Derde symfonie, een onderdeel van de complete Mahlercyclus die De Waart onderneemt met zijn eigen orkest. De Vijfde wordt na de drie uitvoeringen afgelopen week ook nog drie keer uitgevoerd in Rotterdam, begin november. Mahler beheerst trouwens deze herfst goeddeels het werk van De Waart, want met zijn voormalige Rotterdams Philharmonisch Orkest voert hij 29 oktober in Amsterdam en 30 oktober in Rotterdam Das Lied von der Erde, met Jessye Norman en Vinson Cole als solisten.

Net als de Derde symfonie hoorde ik deze Vijfde symfonie in het Amsterdamse Concertgebouw en dat is daarvoor misschien toch niet de juiste plaats. De herinneringen aan de inmiddels historische uitvoeringen van Haitink uit diens beladen laatste Amsterdamse jaren zijn - ook visueel - voor mij zo sterk verbonden aan deze zaal dat het niet gemakkelijk is de opvattingen en de prestaties van De Waart daarvan los te zien. En dat hoewel de Mahler-interpretatie van De Waart bijna diametraal staat tegenover die van Haitink.

Nog duidelijker dan bij de Derde het geval was bleek nu uit deze Vijfde hoezeer De Waart Mahler met emotionele afstandelijkheid vooral beschouwt als pure speelmuziek. De door Haitink sterk meebeleefde en intens gedramatiseerde dialectiek in Mahler - de schokkende confrontatie van het banale alledaagse met het verheven eeuwige - wordt door De Waart vrijwel ontkend, of in ieder geval niet scherp neergezet. Beide polen in Mahlers muziek vloeien bij hem nauwelijks merkbaar in elkaar over en leiden zelfs bijna tot een synthese.

Ook al voert Mahler uiteindelijk tot verzoening met het tijdelijke aardse bestaan, tevoren moeten de contrasten maximaal zijn. Het magische slot van het tweede deel van de Vijfde klinkt bij De Waart wel prachtig, maar mist dan de betovering van het plots ontsnappen naar een andere wereld. En het meest tekenend voor die esthetiserende opvatting was De Waarts weergave van het befaamde Adagietto. Hij speelt het - in zeer langzaam tempo - van begin tot eind alleen maar mooi: met de lome en milde gloed van de warme avondzon na een zorgeloze zomerdag, zonder in de slotmaten enig gevoel van existentiële twijfel, dreiging of doem te leggen. Al kan men daarover twisten, zoals gebeurt door de Amerikaan Kaplan, die het Adagietto ziet als uitsluitend probleemloze muziek - mij overtuigt dat niet. Elk deel bij Mahler is dualistisch, heeft een "bovenkant' èn een "onderkant'.

In hun streven naar uiterlijke pracht en instrumentale perfectie slaagden De Waart en het Radio Filharmonisch Orkest overigens tot op grote hoogte.