In onbruik

Op foto's zie je mannen die met de ene hand in hun mond wroeten en met de andere hun wang of keel kneden.

Op een cassettebandje hoor je mannen die vogelgeluiden maken en antwoord krijgen uit de verte.

Dit zijn restanten van Silbo, de gefloten taal van La Gomera. Zij is ontsproten aan een zoal niet onbegaanbaar dan toch buitengewoon tijdrovend landschap. Haar klanken dragen een kilometer of drie, vier.

De mens met het volume van een kraanvogel, de expressiviteit van een kauwtje. De taal in essentie: mededelingen betreffende eten, gevaar en verlangen.

Natuurlijk raakt een dergelijke taal in onbruik in een tijd met telefoon en auto. Maar, meldt een vermoedelijk betrouwbaar Duits boekje, de VN hebben haar op de lijst met beschermenswaardige wereldcultuurgoederen gezet. Kinderen van La Gomera krijgen nu Silbo op school.

Dat moet je je voorstellen: klassikaal onderwijs in drie-kilometergeluiden.

Zoiets als het schrijven van een roman in dialect, het preventief onthoornen van de zwarte neushoorn, het redden van de ooievaar door middel van fokstations.

De tijd verstrijkt onherroepelijk. Ondergang is ondergang. Dat wat wij behoud noemen is er maar een variant van, vaak in het belachelijke.

    • Koos van Zomeren