Grieks onbehagen over "Skopje' groeit

ATHENE, 20 OKT. Toen op de EG-topconferentie in Lissabon, op 26 juni, werd besloten dat de republiek die zich Macedonië noemt op grond van Griekse bezwaren niet onder deze naam zal worden erkend, werd dat door premier Mitsotakis uitgekreten als een grote overwinning voor Athene. Van die triomfstemming is nu niet veel meer over. Zeker niet nu deze week onder druk van de EG-partners de Griekse olieleveranties aan Macedonië/Skopje zouden moeten worden hervat.

Met gevoelens van onbehagen ziet men in Athene de volgende Europese top, in Edinburgh op 12 december, naderen. Er zijn talrijke tekenen dat men binnen de EG van de beslissing over de naam af wil. Hoogwaardigheidsbekleders in Groot-Brittannië, tot 31 december voorzitter, hebben al een paar keer per ongeluk van "aanbeveling' gesproken in plaats van "beslissing'. De minister van buitenlandse zaken van Denemarken, dat daarna als voorzitter optreedt, is tijdens de ingelaste topconferentie van Birmingham - waar de naamkwestie officieel niet op de agenda stond - losgebarsten in een betoog, dat zijn land erkenning van Macedonië niet langer kan blokkeren als de andere Scandinavische landen daar voorstanders van zouden blijken. Griekse kranten menen te weten dat de "anti-Griek' Van den Broek er ook zo over denkt.

Na de Lissabonse beslissing is de republiek Macedonië onder deze naam erkend door Rusland en Litouwen. In de Verenigde Staten worden de verkiezingen afgewacht - er zijn daar meer Griekse dan "Macedonische' kiezers - maar de huidige minister van buitenlandse zaken Lawrence Eagleburger, die in Griekenland de bijnaam "Lawrence of Macedonia' draagt, heeft laten weten dat de EG-beslissing geenszins bindend zal zijn voor de Amerikaanse politiek.

Wat de gemoederen hier echter het meest bezighoudt, is het toenemend besef dat "Lissabon' al bij voorbaat het bederf in zich droeg. Het wordt steeds duidelijker dat de "Elf' zich pas tot deze voor Athene gunstig lijkende beslissing leenden nadat premier Mitsotakis hun had laten weten, geen tegenstander te zijn van een zogenaamde "dubbele benaming'. Zij mochten zich in Skopje naar binnen toe noemen zoals zij zelf wilden, als in de officiële naam maar niet de term "Macedonië' sloop. Het idee van die dubbele naam schijnt zelfs uit zijn eigen koker te zijn gekomen. Tenslotte heeft ook Griekenland twee namen: Greece naar buiten, Helleense Republiek naar binnen. En Finland heet "voor zichzelf' Suomi.

Reeds aan het slot van zijn persconferentie in Lissabon heeft Mitsotakis toespelingen gemaakt op een oplossing als deze. Dat leidde tot een waarschuwing van oppositieleider Papandreou, maar daarna werd er weinig aandacht meer aan besteed. Pas bij het naderen van de extra top in Birmingham begon het vooruitzicht van een "dubbele naam' voor velen een schrikbeeld te worden. Het is immers duidelijk dat de interne naam Macedonië ook zal verschijnen op postzegels, geld en paspoorten. Reeds zijn er landen die het paspoort met de naam Macedonië en het Macedonische embleem van de zestienstralige zon (bij opgravingen in Noord-Griekenland aan het licht gekomen) erkennen.

Oud-minister van buitenlandse zaken Andonis Samarás, die in het voorjaar heeft moeten aftreden omdat hij zich inzake de kwestie-Skopje nog feller opstelde dan Mitsotakis, kwam nu met de openlijke waarschuwing: dubbele naam is dubbele schande. En binnen de fractie van de regerende Nieuwe Democratie kwam de grote Macedonische club weer in het geweer. Als slechts bij twee leden van deze pressiegroep de nationalistische gal overloopt, kan dat tot de val van de regering leiden. Vanzelfsprekend wakkert Papandreou van een afstand het vuurtje aan. Ook hij eist dat Mitsotakis openlijk het idee van een dubbele naam verloochent.

De kwestie spitst zich toe bij het oplossen van een pragmatisch probleem. Athene heeft zich onder druk van de EG bereid verklaard zijn embargo op goederen naar de Republiek van Skopje op te heffen. Het had dit in de zomer ingesteld op grond van beschuldigingen dat olie- en petroleumprodukten die over de grens van "Skopje' gingen eigenlijk bestemd waren voor Servië, waarmee het EG-embargo op dat land zou worden geschonden.

De Grieken stelden echter de eis dat op de handelspapieren die het nieuwe verkeer met Skopje zouden begeleiden, het woord "Macedonië' niet zou voorkomen. Inderdaad besloten de EG-ministers van buitenlandse zaken vorige maand in Luxemburg dat de term "territorium van de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië' (FYR Macedonia) zou worden gebruikt. Weer een Grieks overwinninkje dus. Maar Skopje weigerde de goederen op deze manier te aanvaarden.

Diplomaten van de "Middellandse-Zeegroep' van de EG hebben inmiddels het besluit genomen een wijziging aan te brengen in het "Reglement van toepassing', waarbij de betreffende papieren kunnen worden bestempeld met de woorden "Republiek Makedonia', nog wel met Cyrillische letters en met een k. Mitsotakis krijgt nu van alle kanten het verwijt dat "zijn' diplomaat geen verzet, of veto, heeft aangetekend tegen deze beschikking. Mitsotakis kondigde daarop gisteren aan dat er toch geen Griekse olie naar Macedonië gaat voordat de regering in Skopje de benaming FYR Macedonia accepteert. Maar volgens Papandreou blijkt ook uit deze affaire weer dat Mitsotakis zich allang heeft neergelegd bij een "de facto erkenning van Macedonië met een dubbele naam'.

    • Frans van Hasselt