Gouden monstransen uit de "balije'

Tentoonstelling: Ridders en Priesters, 800 jaar Duitse Orde. T/m 12 dec. in kasteel Alden Biesen, Bilzen-België, di t/m zo 10-18u. Cat. BF 1250.

Een buurtvereniging in Tiel krijgt nog elk jaar vijf gulden uitgekeerd namens de Duitse Orde als dank voor in het grijze verleden bewezen diensten. In Utrecht heeft de reformatorische tak van de eens roemruchte orde van ridders en priesters nog altijd een landscommandeur in de persoon van Paulus Anthony van der Boch tot Verwolde van Vorden. In Sittard staat het Balijehuis, centrum voor gezondheidszorg. Met balije werd de bestuurlijke regionale eenheid van de Duitse Orde bedoeld. Elders in Europa houden broeders en zusters zich nog steeds bezig met kinderopvang, ziekenverpleging en verpleging van geestelijk gehandicapten.

Slechts zelden stralen ze nog de adellijke gestrengheid uit waarmee de Duitse Orde ooit de dienst uitmaakte in grote delen van Europa. Een priester van de Orde, die in een kostschool het balspel beoefent met kinderen; dat is niet het eerste beeld dat opkomt als men denkt aan de Duitse Orde. Daarbij gaan de gedachten eerder uit naar macht en rijkdom.

Dat zijn dan ook de kenmerken, die het meest opvallen op de tentoonstelling Ridders en Priesters in het kasteel Alden Biesen in Bilzen in Belgisch Limburg.

In dit kasteel, dat in de tweede helft van de zestiende eeuw werd gebouwd, resideerde tot 1815 landscommandeur Wilhelm Lothar van Kerpen van de Duitse Orde resideerde. Het kasteel zelf, ooit een landscommanderij van de Duitse Orde, ligt omgeven door magnifieke tuinen in het licht glooiende land van Haspengouw. Het is sinds 1971 eigendom van de Vlaamse deelregering, die het ingrijpend heeft laten restaureren.

De tentoonstelling is onderdeel van een reeks, die sinds 1990 in vier Europese landen werd ingericht. In dat jaar was het achthonderd jaar geleden dat de Duitse Orde werd opgericht, aanvankelijk als een broederschap die de gewonden bij de Kruistochten verzorgde. Later werd het een ridderorde, die zelf ten strijde trok tegen de belagers van de roomskatholieke kerk. Deze Duitse Orde zou grote delen van Europa, van de Oostzee tot aan de Middellandse Zee, gaan beheersen. Toen was de orde aangevuld met priesters en zusters, die vaak ook uit rijke families kwamen en hun bezittingen inbrachten.

De expositie omvat 350 stukken uit Nederland, Italië, Oostenrijk, Polen, Engeland en Frankrijk. Die zijn in vier perioden ingedeeld: de Middeleeuwen, de reformatie, de zeventiende en achttiende eeuw en de Duitse Orde nu. Het is een aaneenschakeling van kostbaarheden geworden: gouden kelken en monstransen, eikenhouten piëta's, een rijkelijk met edelstenen ingelegde dolk, een massief zilveren ten hemel wijzende arm, schilderijen, heiligenbeelden en portretten van grootheden, die in de geschiedenis van de orde een vooraanstaande rol speelden. Voor de fijnproevers is er veel te genieten aan oude kaarten, zegels, oorkonden, brevieren en verfijnde miniaturen.

    • Max Paumen