Fabre laat een konijn fluiten, hijgen en woorden spuwen

Voorstelling: Wie spreekt mijn gedachte...van Jan Fabre door Troubleyn. Regie: Jan Fabre. Spel: Marc van Overmeir. Gezien: 18/10, Brakke Grond, Amsterdam. Nog te zien aldaar vanavond.

Het biedt geen alledaagse aanblik, het reusachtige witte konijn dat onder aangloeiend licht langzaam zichtbaar wordt. Het heeft intens treurige ogen en lange hangoren en daartussen balanceert een piepklein rood brandweerhelmpje. In zijn ene poot draagt het pluizige speelgoedbeest een bijl, in de andere een zaklantaarn. Het wipt van hiel naar teen en terug - een heel eind met zulke flapvoeten - en het fluit en het hijgt.

Wie spreekt mijn gedachte... is de tweede in vroeger dagen door hemzelf geschreven monoloog die de Belgische theatermaker en beeldend kunstenaar Jan Fabre in korte tijd uitbrengt. Vorig jaar speelde zijn favoriete actrice Els Deceukelier de op Duchamps geïnspireerde bruid in Zij was en zij is, zelfs, nu brengt de al sinds lange tijd met Fabre werkende acteur Marc Van Overmeir een zo mogelijk nog ontoegankelijker tekst ten tonele. Want zijn vertederende konijnspak mag van een kinderlijke eenvoud zijn, zijn woorden zijn dat niet.

Of lijken dat niet. Fabre is een zintuiglijk kunstenaar en zijn monoloog is waarschijnlijk niet direct het produkt van laten we zeggen cerebrale calculaties. De tekst is een poëtische gedachtenstroom over kijken en luisteren, over “honderdduizend blikken en gedachten van honderdduizend mensen en dieren” en over “gloeilampen”, “maanlicht” en “beloftes van licht van schemer tot schemer”. Geluid en licht - daar gaat de tekst over en die twee dingen toont Fabre met deze korte enscenering.

Het toneel is een zwartglanzend plankiertje dat in een afgescheiden hoekje van het theater is neergezet. Eromheen vijftig stoelen, waartussen een zorgvuldig belichte elektriciteitskabel van het toneel naar de techniektafel achter de tribune loopt. Daar zit Jan Fabre, de andere kant van de kabel is met pleisters op de borst van Van Overmeir geplakt. Hij ontvangt prikkels en steekt, nadat hij de konijnekop heeft afgelegd, als een waanzinnige van wal. Gutsend van het zweet spuwt zijn roodaangelopen uit het pak stekende hoofd woorden, woorden en nog eens woorden uit. En klanken, want zo af en toe staat hij op en zet hij het op een blaffen.

Wat het allemaal te betekenen heeft, weet ik niet. Tekst en vorm van deze performance verbazen en de intensiteit van Van Overmeirs spel dwingt bewondering af. Maar intrigeren doet een en ander toch niet. Je voelt dat niets aan het toeval is overgelaten en dat regisseur en speler de tekst naar hun eigen mening optimaal weergeven. Maar juist daarom is het zo frustrerend om buitenstaander te blijven en tot niet anders te staat te zijn dan het geheel voor kennisgeving aannemen.