Europese marktsituatie zeer slecht; Thyssen hakt stevig in staalproduktie

ROTTERDAM, 20 OKT. De grootste Duitse staalproducent Thyssen Stahl zal zijn produktie met bijna een kwart terugbrengen met het oog op de zeer slechte marktsituatie in de Europese staalsector. Thyssen zal het personeel de komende maanden korter laten werken.

Thyssen neemt de maatregelen op een moment dat de berichten over verscherping van de staalcrisis in Europa steeds alarmerender vormen aannemen. Ook bestuursvoorzitter ir. O.H.A. van Royen van Hoogovens waarschuwt in een gesprek met deze krant dat de situatie op de staal- en aluminiummarkt steeds somberder wordt.

De staalcrisis is volgens Van Royen op dit moment qua omvang al vergelijkbaar met de diepe malaise in deze sector van begin jaren tachtig. De overcapaciteit is met circa 30 miljoen ton ofwel 27,5 procent bijna even groot als destijds.

De afgelopen maanden zijn de prijzen op de staal (en aluminium)markt voortdurend verslechterd. “De noodzaak van de aangekondigde sanering bij Hoogovens wordt eigenlijk alleen maar saillanter”, zegt Van Royen. Hoogovens wil in het staalbedrijf in IJmuiden volgend jaar 2.300 banen extra schrappen.

Het Duitse Thyssen zal in het vierde kwartaal van dit jaar de produktie van zijn twee warmbandwalserijen met ongeveer 300.000 ton verminderen ten opzichte van dezelfde periode van vorig jaar. Thyssen klaagt over afnemende orders, scherpe prijsconcurrentie en toenemende importen van buiten de Europese Gemeenschap.

Vorige week hebben de Europese staalbedrijven zich tot Brussel gericht om steun. Zij willen bereiken dat de overcapaciteit wordt aangepakt, dat de Europese Commissie de invoer van staal uit Oost-Europa beperkt en dumping van staalprodukten uit die landen bestrijdt. De EG-staalbedrijven zeggen dat minimaal 50.000 banen verloren zullen gaan.

De Europese Commissie zal volgens van Royen moeten zorgen voor rust op de staalmarkt, ondermeer door het invoeren van minimumprijzen en door het geven van betrouwbare marktindicaties. De capaciteitsafbouw moet realiseerd worden door subsidies voor personeelsafvloeiing en slooppremies.

Die financiële steun moet komen uit potten die in Brussel liggen en die door de staalindustrie zelf zijn betaald. In het kader van de EGKS dragen de bedrijven jaarlijks 0,3 procent van hun omzet af. Daarmee is een pot van miljarden guldens opgebouwd. De industrie is bereid daar zelf nog extra geld bij te leggen.

Van Royen koestert trouwens weinig hooggespannen verwachtingen van de respons uit Brussel. Hij vreest dat de verdeeldheid in Europa momenteel te groot is voor vergaande ingrepen in de staalsector. De totale produktiecapaciteit voor staal in de EG wordt voor 1995 geschat op 170 miljoen ton walserijprodukten. Voor een verbruik van naar schatting 120 miljoen ton is een capaciteit van 140 miljoen ton voldoende. Er is dus een overcapaciteit van circa 30 mln ton, ofwel 27,5 procent. Van Royen pleit niet voor precies dezelfde maatregelen als in de jaren tachtig. Hij vindt dat de Commissie nu juist nationale subsidies rigoureus moet blijven verbieden. Bedrijven die het de afgelopen jaren slecht hebben gedaan moeten volgens hem verdwijnen.

Dit jaar lijdt Hoogovens, net als alle andere Europese staalbedrijven, forse verliezen. Volgend jaar verwacht het bestuur weer een positief resultaat. Verwijzend naar de “met de dag verslechterende” economische situatie in de wereld, naar de recente valuta-onrust, de blijvende economische gevolgen van de omwentelingen in Oost-Europa en de problemen van de Duitse hereniging waarschuwt Van Royen dat “de seinen voor '93 eerder verder op rood staan dan op oranje”.

    • Ben Greif