EG-akkoord over fiscale harmonisatie

BRUSSEL, 20 OKT. De Europese ministers van financiën hebben gisteren in Luxemburg de laatste obstakels uit de weg geruimd voor harmonisering van de btw en de accijnzen in de EG. Vanaf volgend jaar, als de interne grenscontroles in de gemeenschap zijn afgeschaft, geldt voor alle lidstaten een minimum btw-tarief van 15 procent.

Afgelopen zomer waren de EG-ministers het op grote lijnen al met elkaar eens geworden, maar toen stonden Franse bezwaren een definitief akkoord nog in de weg. Frankrijk verzette zich onder andere tegen handhaving van het extra lage btw-tarief voor snijbloemen in Nederland en Duitsland. Parijs wilde dat ook de andere EG-landen een zogeheten controlevergoeding van enkele ecu's per liter zouden heffen op wijn.

Gisteren in Luxemburg waren het evenwel niet de Fransen, maar de Britten en de Spanjaarden die de discussie lange tijd ophielden met hun conflict over sherry. Voor Spaanse sherry op de Britse markt geldt een veel hogere accijns dan voor sherry van Britse afkomst. Afgesproken is nu dat dit tariefverschil in de komende vier jaar zal worden verminderd tot maximaal 25 procent. Daar staat tegenover dat de Britse fabrikanten vanaf 1996 niet langer de merknaam sherry mogen gebruiken voor hun sherry.

De nu gemaakte afspraken over de fiscale harmonisatie gelden in principe tot eind 1996. Daarna zal opnieuw worden onderhandeld. Mede met het oog daarop heeft een aantal landen aparte verklaringen bij het akkoord laten opnemen, waarin zij hun bedenkingen ventileren en waarop ze later kunnen terugkomen. Zo heeft staatssecretaris Van Amelsvoort (financiën) laten aantekenen dat Nederland eigenlijk tegen een verhoging is van het btw-tarief voor de reparatie van schoenen en kleding.

De EG-ministers van financiën besloten gisteren ook om een bedrag van 349 miljoen ecu te lenen aan Rusland. Dat bedrag is het laatste gedeelte van een lening van in totaal 1,25 miljard ecu, die de EG vorig jaar al beschikbaar stelde voor Rusland en de andere lidstaten van de voormalige Sovjet-Unie. Uitbetaling van de 349 miljoen ecu werd enige tijd opgehouden, omdat de EG de indruk had dat Rusland renteverplichtingen aan de Deutsche Bank over eerder verstrekte leningen niet nakwam. Maar de vertraging van de rentebetaling bleek uitsluitend een “bureaucratische” oorzaak te hebben en niet het gevolg te zijn van politieke onwil.

Op de agenda van de ministerraad stond gisteren eveneens het zogeheten cohesiefonds, het fonds waaruit de armere lidstaten van de EG de komende jaren kunnen putten voor investeringen op het gebied van milieu en infrastructuur. Spanje, Portugal, Ierland en Griekenland komen in aanmerking voor leningen uit dat fonds. Over de omvang van het fonds zal naar alle waarschijnlijkheid pas worden besloten op de Europese Top in Edinburg, dit najaar. Maar gisteren werd wel in grote lijnen overeenstemming bereikt over de voorwaarden waaraan lidstaten moeten doen, willen ze gebruik kunnen maken van het cohesiefonds. Daarbij ligt de nadruk op economische aanpassingen die de hulpontvangende landen moet doorvoeren.