Een kwestie van 1 procent

Zou het u veel moeite kosten om met ingang van het nieuwe jaar maandelijks 1 procent op het huishoudbudget te bezuinigen? Zelfs de meeste huishoudens die moeten rondkomen van het sociaal minimum (ongeveer 1700 gulden netto per maand) zouden met het nodige passen en meten volgend jaar nog wel twee tientjes in de maand weten te besparen. Waarom doet iedereen dan zo moeilijk over de voor 1993 onvermijdelijk geworden aanpassing van de rijksbegroting?

Door de tegenvallende internationale conjunctuur heeft het kabinet volgend jaar meer geld nodig voor de sociale uitkeringen en vallen de belastingontvangsten tegen. Volgens de eerste berichten vertoonde het in de Miljoenennota 1993 gepresenteerde financiële beeld hierdoor een gat van vier tot vijf miljard gulden. Omdat de inflatie volgend jaar veel lager uitvalt, behoeft de overheid voor de geprogrammeerde taken minder geld uit te trekken. Al met al bedraagt de tegenvaller op de rijksbegroting vermoedelijk ongeveer twee miljard gulden. Dat is krap 1 procent van de totale rijksuitgaven, waarvoor oorspronkelijk ruim 236 miljard gulden was begroot.

Vorige week voerde de parlementaire oppositie een beschamende vertoning op. Het zou door de onzekerheid over de economische vooruitzichten onmogelijk zijn om bij gelegenheid van de Algemene beschouwingen een oordeel te geven over het voor 1993 uitgestippelde beleid. Een Kamerbrede oppositie vroeg om uitstel van het debat, totdat de regering had aangegeven hoe de ombuiging van om en nabij 1 procent zou worden ingevuld. Zulke onvruchtbare politieke steekspelletjes hollen het vertrouwen in onze gekozen politici uit. Terecht wezen de regeringspartijen het verzoek van de oppositie af. De aanvullende ombuigingen en belastingmaatregelen, hoe ingrijpend wellicht ook, vormen slechts een rimpeling op de zee van de rijksuitgaven. De mammoettanker van de overheidsfinanciën vaart intussen voort en er is geen enkele aanleiding voor muiterij in het parlementaire vooronder.

Blijft de vraag waarom het minister Kok kennelijk veel meer inspanning kost om een procentje van het budget af te schaven dan particuliere huishoudens die zich met een tegenvallende inkomensontwikkeling zien geconfronteerd. De verklaring lijkt niet zo moeilijk. Sommige uitgaven liggen nagenoeg vast, zoals rente en aflossing op de staatschuld (45 miljard), afdrachten aan de Europese Gemeenschap (bijna tien miljard) en langlopende investeringsverplichtingen. Maar dat is in feite niets bijzonders; ook particuliere huishoudens hebben te maken met vaste lasten, zoals de maandelijkse hypotheekrente en de premie voor de ziektekostenverzekering. Andere posten op de rijksbegroting schijnen flexibel, maar zijn dat nauwelijks of niet. De personeelsuitgaven liggen bijvoorbeeld vrijwel vast, omdat het moeilijk is ambtenaren gedwongen te laten afvloeien. Om twee miljard gulden te kunnen besparen, zouden 25.000 van de 150.000 rijksambtenaren de laan uit moeten. De ontslagen overheidsdienaren krijgen bovendien een royaal wachtgeld, waardoor de bezuiniging het eerste jaar nauwelijks aantikt.

Toch blijven er ook dan nog een hoop mogelijkheden over. Vooral op de overdrachten (subsidies en uitkeringen) aan gezinnen, bedrijven en de derde wereld kan het nodige worden bespaard. Met zulke overdrachten is in totaal meer dan de helft van alle rijksuitgaven gemoeid. Snoeien op overdrachten ligt politiek echter gevoelig. Minister Kok vindt een groot deel van het kabinet tegenover zich wanneer hij de diverse overdrachten ter discussie stelt. Vermoedelijk zoekt het kabinet het de komende weken daarom allereerst in een verdere beperking van de prijscompensatie die ministers krijgen, omdat de kosten van het bestaan in 1993 ook voor de overheid minder snel stijgen. Voorts is minder geld nodig voor verhoging van de sociale uitkeringen en de salarissen van de ambtenaren, omdat de inflatie volgend jaar meevalt. Het kabinet heeft de afgelopen zomer een dwaze koppeling gelegd tussen de mate waarin de uitkeringen omhoog gaan en de aanpassing van het belastingtarief. Daarom zal ook de inflatiecorrectie wellicht worden beperkt. Met kunst- en vliegwerk zal het - althans op papier - zo wel gelukken om de begroting aan te passen aan de plotseling verslechterde vooruitzichten.

Is het kabinet er eenmaal uit, dan zal blijken dat een verdaging van de Algemene beschouwingen volstrekt misplaat was geweest. Het gaat per slot van rekening om een kwestie van hooguit 1 procent, en geen cent meer.

    • Flip de Kam