Deken: geen nauwe banden advocaat met criminelen

AMSTERDAM, 20 OKT. De Amsterdamse advocaat mr. J. Engelsma heeft te nauwe zakelijke banden onderhouden met een aantal klanten voor wie hij als raadsman de belangen behartigde. Dat betoogde mr.T.R. Bremer, de deken van de orde van advocaten in Amsterdam, gisteren in een tuchtprocedure die tegen Engelsma is aangespannen.

Engelsma zou betrokken zijn bij verscheidene overeenkomsten met personen van twijfelachtige reputatie. Deze zaken kwamen eerder uitgebreid aan de orde in een artikelenreeks in het dagblad het Parool.

In mei van dit jaar verzocht Bremer de raad van discipline zich een oordeel te vormen over de kwestie. Gisteren op de zitting, op verzoek van Engelsma en zijn raadsman achter gesloten deuren, bleek dat Bremer bezwaar maakte tegen zakelijke banden met de vermoorde “topcrimineel” K. Bruinsma, diens vermeende rechterhand E. Urka, de pornografiehandelaar C. Geerts, diens zakenpartner G. Cok en de in 1990 doodgeschoten R. Atkins. Engelsma kocht onder meer onroerend goed met zijn cliënten.

Volgens Bremer had Engelsma zich verre moeten houden van dergelijke transacties, omdat hij de reputaties van zijn cliënten kende. Dergelijke bemoeienissen schaden het vertrouwen in de advocatuur, aldus Bremer.

Volgens Engelsma's raadsman, G. Kemper, berust de aanklacht niet op juiste feiten. Voorts stelt Kemper dat de raad van discipline geen bevoegdheid heeft zich over deze zaken uit te spreken, omdat het hier persoonlijke zakelijke transacties betreft die niet onder het tuchtrecht vallen.

De mogelijke sancties lopen uiteen van een waarschuwing, tijdelijke schorsing of volledige uitzetting uit de advocatuur.

De raad doet uitspraak op 14 december.