De overdaad van D'Annunzio

Wie het mausoleum-complex van de Italiaan Gabriele d'Annunzio bezoekt krijgt vrijwel meteen parfum of after-shave aangeboden, bereid volgens het recept van de schrijver. Of gedenkstenen, waarin Italiaanse claims op steden aan de kusten van het voormalige Joegoslavië worden verwoord. Het zijn vooral Italianen die er een klimpartij op de westelijke bergrug ter hoogte van Gardone, boven het Gardameer, voor over hebben om le Vittoriale degli Italiani te zien, vrij vertaald de "zegepraal van de Italianen'. Dandyisme uit het fin-de-siècle en politiek activisme van een plotseling actuele betekenis. Jan Bank hoefde niet lang te zoeken naar surrealistische combinaties.

Het mausoleum van Gabriele d'Annunzio is niet alleen een letterkundig museum; het is evenzeer een complex van politieke en militaire gedenktekens van de Italiaanse deelname aan de Eerste Wereldoorlog. En niet in de laatste plaats is het een artistiek monument van het Italiaans fascisme.

"Bayreuth' in Italië, met dien verstande dat de muziek is vervangen door de literatuur en "Germaans' door "Latijns'.

Op de oorlog als gelegenheid tot literaire heldhaftigheid wordt men dadelijk gewezen. Het voorplein is genoemd naar de "Overwinning bij de Piave', de verdedigingslinie langs de rivier van die naam, waarachter de Italiaanse strijdkrachten zich in 1918 tegen de Oostenrijkers verschansten. Pal achter het monument, dat deze standvastigheid vereeuwigt, staat een gedenknaald van het Dare in brocca, vrij vertaald als "telkens in de roos willen schieten'. Zo liet de schrijver zijn devies verbeelden. De onmiskenbaar fallische symboolwaarde van de naald wijst op andere heroïek. D'Annunzio was een even doeltreffend minnaar als doeltreffend krijgsheld en in beide hoedanigheden toonde hij opmerkelijke waagzucht.

De overdaad komt de bezoekers op allerlei manieren tegemoet. Het woonhuis is in een staat bewaard alsof de schrijver zo juist (1 maart 1938) is overleden. Het bevat de resultaten van een reusachtige verzamelwoede, die zich niet alleen uitte in het hebben van huiselijke voorzieningen in meervoud - tientallen series van haarborstels bijvoorbeeld zijn wel geordend in de badkamer bewaard - maar ook van beelden, bustes en relikwieën. De veelzijdigheid van de huisraad wordt geëvenaard door de externe grilligheid van het gebouw; een mengeling van veranda's, portalen en pleintjes, die in een bestaande villa zijn ingebracht, zodat de oorspronkelijke harmonie uit het oog verloren gaat.

Deze superbe uitdragerij lijkt op een visioen, waarin D'Annunzio alle cultuur van het Italië van 1900 samenvat. De naam van het hoofdgebouw luidt "priorij'. Deze franciscaanse spiritualiteit, zo typerend voor de Italiaanse middeleeuwen, wordt er evenzeer in verzinnebeeld als de klassieke oudheid of het boeddhisme, maar zijn beelden staan midden in snuisterijen, die niet zozeer verwijzen naar onthechting en inkeer als wel naar mystieke kanten van de Jugendstil.

In dit pantheïstisch universum, waarin vertrouwde tekens telkens een kwart slag in betekenis zijn gedraaid, verleent de doelbewuste donkerte aan de beelden en kunstvoorwerpen een zekere magie. De kunst zelve wordt geëerd, doordat de bezoeker bij het betreden van de werkkamer van de schrijver, het Officina, het hoofd moet bukken voor een te smalle ingang en dus noodzakelijk gebogen de ruimte van de verbeeldingskracht betreedt. De hiërarchie van vereerden telt drie prominenten; Dante, door de eenheidsbeweging in Italië geannexeerd; de moeder van D'Annunzio, die met bijzondere kinderliefde wordt beladen; en de actrice Eleonora Duse, die van alle minnaressen het meeste tot de verbeelding spreekt of moet spreken.

De Eerste Wereldoorlog is vooral in de tuinen van het complex te zien, waarin niet alleen het lijk van D'Annunzio in een mausoleum wordt bewaard maar ook een van zijn vliegtuigen en kanonneerboten.

Spectaculair is het voorstuk van het Italiaanse oorlogsschip Puglia, dat in de berg is ingebouwd. Op het dak komt men, wanneer men van het eigenlijke mausoleum naar beneden afdaalt en het schip zich aan de bergwand tussen een bomenrij lijkt te ontworstelen. De Italiaanse marine heeft het de schrijver op zijn verzoek, met weglating van het scheepsgeschut, cadeau gedaan, omdat de kapitein en de machinist bij een actie voor de kust van Split om het leven zijn gekomen. Van de eerste gaat het verhaal, dat hij zelf zijn kwetsuren wilde zien en het verband losmaakte ondanks het risico van ernstige bloedingen; zo moest Italië naar het woord van D'Annunzio zijn wonden niet toedekken maar erop toezien.

D'Annunzio wierp zijn leven in de waagschaal tijdens militaire avonturen te land, ter zee en in de lucht. In augustus 1918 vloog hij boven Wenen, hoofdstad van het vijandige Oostenrijk-Hongarije, om er pamfletten uit te werpen. Ondertussen had hij deelgenomen aan commando-acties in de Oostenrijkse marinehavens Pula en Kotor. Zijn faam te land zou voorgoed worden gevestigd, doordat hij zich op 12 september 1919 aan het hoofd stelde van een "legioen' van 287 gedemobiliseerde vrijwilligers, die uit Ronchi (ten noorden van Triëst) een mars hielden op de stad die thans Rijeka heet maar in Italiaanse ogen Fiume was en ten onrechte na de Eerste Wereldoorlog niet aan Italië was toegewezen.

De Commandante was zonder huis, toen hij in januari 1921 van zijn avontuur in Fiume terugkeerde. Le Vittoriale is opgetrokken op vijandig bezit, dat de Italiaanse staat aan zijn krijgsheld verkocht na het van de Duitse kunsthistoricus Henrich Thode te hebben geconfisqueerd. Van de huidige 33.000 boeken in de villa zijn er vele zijn eigendom geweest. Dat geldt ook voor de al dan niet gesigneerde portretten van Wagner en Liszt, met wie hij verwant was. Voor het overige is het huis geïtalianiseerd.

Gelijk Richard Wagner heeft Gabriele d'Annunzio zich van de staat het voorrecht toegeëigend om in eigen tuin te mogen worden begraven. Hun beider huizen zijn een voorbeeld van laat 19de-eeuwse kunstenaarsverering en van voor die tijd typerend cultureel nationalisme. Het aardige van le Vittoriale is, dat het minder zwaarmoedig is dan Villa Wagner in Bayreuth en dat de surrealistische dimensie er als onbedoelde relativering aan is toegevoegd. De fascistische dictator Mussolini werd bij zijn bezoek aan de villa in 1924 begroet als "handelaar in maskers'. De maskerade van D'Annunzio is er niet minder om.