Clinton gedraagt zich presidentieel

WASHINGTON, 20 OKT. De Democratische presidentskandidaat, Bill Clinton, heeft zich gisteren tijdens het derde en laatste televisiedebat met president Bush en Ross Perot zo presidentieel mogelijk gedragen. Clinton liet zich van zijn verzoeningsgezinde zijde zien. Aan het einde bedankte hij beide anderen, alsof ze als assistenten aan zijn glorie hadden meegewerkt. Het verliep voor hem gladjes en zonder incidenten, zodat zijn ruime voorsprong in de opiniepeilingen niet is aangetast.

President Bush was levendiger dan bij het vorige debat, toen hij voortdurend op zijn horloge keek. Toch stond hij voor de moeilijke taak de impopulaire status quo te verdedigen. De talloze nuances en verschillen in zijn optreden, die veel commentatoren en politieke praters zagen, doen er uiteindelijk niet toe. Hij kan geen andere man worden dan hij is en laissez faire is niet populair in deze tijden van economische malaise.

Geen van de vele thema's die hij de laatste maanden heeft aangesneden, sloeg aan bij de kiezers. Het begon met de waarden van het gezin op de Republikeinse conventie, vervolgens kwam het vertrouwen voor de grote roerganger in het Witte Huis aan bod en het belang van militaire ervaring, die Clinton ontbeerde doordat deze de dienstplicht had ontweken. Toen dat niet hielp, insinueerde Bush dat Clinton als student tijdens een vakantiereis naar Moskou de KGB had bezocht. Hij vroeg zich vervolgens af of iemand die anti-Vietnamdemonstraties heeft georganiseerd in het buitenland, president kan worden. Clinton reageerde op dergelijke uitspraken steeds wat meewarig.

Gisteren begreep Bush, die 's morgens twee uur had geoefend, dat hij zich op de economie moest concentreren. Hij richtte zijn aanvallen op de armoede van de deelstaat Arkansas en op Clintons wisselende politieke standpunten. Hij herinnerde nog eens aan de inflatie en de hoge rentestanden onder de Democratische president Carter (een spilzieke president met een spilziek Congres). En hij waarschuwde tegen Clintons plan om de rijken te belasten: “Als hij zegt, 'belast de rijken', let dan allemaal op je beurs.” Allemaal goede argumenten, maar niet de Excalibur, het magische zwaard van Koning Arthur, waarmee Clinton kan worden verslagen.

Clinton peperde de kijkers nog eens flink de huidige malaise in en stak de groei van Arkansas nog eens de lucht in met veel cijfers en statistieken.

Pag 4: Ross Perot zorgt voor boeiende vertoning

En had Bush niet vaak gewisseld van standpunt op het gebied van belastingen (lees mijn lippen, geen nieuwe belastingen) en economisch beleid (Vice-president onder Reagan na de veroordeling van Reagans “voedoe-economie”).

Alle drie de kandidaten gaven nauwelijks antwoord op de vragen, die eerst van een voorzitter en later van drie journalisten kwamen. Ze gingen snel over op de onderwerpen, die ze zelf aan de orde wilden stellen. Als de derde, onafhankelijke presidentskandidaat, Ross Perot, niet had meegedaan, zou het een eindeloze herhaling zijn geworden van eerdere debatten. Bij de vorige debatten waren er bijna 90 miljoen kijkers.

Perot genoot gisteren van de aandacht en maakte de kijkers attent op de tijden van de door hem gekochte en gepresenteerde televisieprogramma's over de toestand van het land. Hij zei ook dat Clintons ervaring als gouverneur van de deelstaat Arkansas niet ter zake deed voor het presidentschap. “Ik heb vijf blokken daarvandaan gewoond”, zei hij over Clintons deelstaat. “Het is niet groter dan de steden Dallas en Fort Worth samen. Als ik een kruidenierswinkeltje heb bestierd, kan ik me daarop niet beroepen voor het leiden van een warenhuisketen.”

Perot viel ook president Bush aan. Hij kritiseerde de geheimhouding van instructies aan April Glaspie, die de Iraakse president Saddam Hussein vlak voor diens inval in Koeweit had bezocht. Glaspie zou volgens Perot de inval van te voren hebben goedgekeurd. “Het was een fout, zonder kwade opzet”, zei Perot. “Maar de instructies aan Glaspie worden als atoomgeheimen bewaard.” De beide andere kandidaten probeerden hem zoveel mogelijk te negeren.

    • Maarten Huygen