China's hervormers

HET VEERTIENDE CONGRES van de Chinese communistische partij heeft de internationale zakenwereld een positief beeld voorgezet.

Ingrijpende personele mutaties in de verschillende geledingen van de partijtop resulteren in een gezelschap van middelbare leeftijd, gelouterd in de moeilijke jaren na de bloedige onderdrukking van de studentenbeweging, van pragmatische snit waar het de economische ontwikkeling betreft en een bestuurlijke zelfverzekerdheid uitstralend waar het gaat om het handhaven van de politieke, ideologische en algemeen maatschappelijke discipline. Autoritair, maar zakelijk en marktgericht is het kenmerk van het nieuwe leiderschap en welke investeerder die in China fortuin wil maken kan zich een betere omgeving wensen?

Als deze nog betrekkelijk anonieme leiding inderdaad de aflossing zal blijken te zijn voor de functieloze, maar hoog in aanzien staande late tachtiger Deng Xiaoping heeft China een kans om op de ideologische ruïnes van het maoïsme daadwerkelijk een succesvolle samenleving te bouwen. Dengs hervormingswerk begon veertien jaar geleden en dreigde teloor te gaan toen de oude revolutionair in 1989 zijn belangrijkste volgeling Zhao Ziyang offerde aan het hardhandige herstel van de aangevochten prerogatieven van de partij. Maar vier jaar later schittert Dengs ster, hoewel de man zelf het einde van zijn levensweg nadert zoals tijdens een kort optreden voor de afgevaardigden werd bevestigd.

ZO ZOU DENG in isolement een omslag hebben bewerkstelligd waartoe Gorbatsjov met alle steun van het Westen niet in staat is gebleken. Op zichzelf een aanwijzing dat het riskant is om gebeurtenissen en ontwikkelingen in het ene land als voorbeeld te nemen voor een ander. Zelfs samenlevingen die tientallen jaren lang met dezelfde middelen een vergelijkbare ideologie opgelegd hebben gekregen, reageren niet op dezelfde manier op veranderingen. In ieder geval zouden diegenen in het gelijk worden gesteld die van meet af aan en ook tijdens en na de onderdrukking van de hoopvolle episode op het Plein van de Hemelse Vrede drie jaar geleden hun vertrouwen in Dengs beleid hebben behouden. Een van hen is president Bush - die in eigen land werd verguisd wegens zijn pogingen om de verbindingen met het regime in Peking open te houden.

Toch resteert ook onzekerheid. Niet alleen mag na Dengs verscheiden een strijd om de macht binnen het nu aangetreden collectief worden verwacht. Bovendien mag worden aangenomen dat er van binnenuit opnieuw druk op de ketel ontstaat wanneer sociaal-economische vooruitgang niet gepaard gaat met liberalisering van het politieke leven. Vaststaat dat ook in China het communisme al lang niet meer is dan een inhoudsloos systeem dat uitsluitend dienst doet om de massa's te disciplineren. Het opzeggen van de marxistische mantra's heeft al eerder tot weerzin en verzet geleid. De weerzin is gebleven, het verzet zal eens weer de kop opsteken.

Het nieuwe collectief ontbeert charisma. Bestuurlijke zakelijkheid alleen zal op den duur waarschijnlijk een ontoereikend middel zijn om de samenleving in haar immateriële verlangens tevreden te stellen.