Alle knipperlichten op rood

Acht van de tien ondernemers in Parijs en omgeving geloven niet in een economisch herstel in de komende zes maanden. Dat blijkt uit een recent onderzoek van de Parijse Kamer van Koophandel onder 1.200 bedrijven in Ile de France, de grootste en economisch belangrijkste regio in Frankrijk.

Alle knipperlichten staan op rood. Veertig procent van de bedrijven zag hun omzet de laatste weken dalen, slechts 22 procent meldde een omzetstijging en 37 procent constateerde geen verandering. Meer dan de helft van de bedrijven (52 procent) zal de komende maanden niet investeren. Het aantal bedrijven waar de financiële situatie slechter wordt, neemt toe in vergelijking tot een half jaar geleden toen de Kamer van Koophandel eenzelfde onderzoek hield. In de eerste negen maanden van dit jaar steeg het aantal faillissementen in Ile de France met 30 procent ten opzichte van dezelfde periode in 1991. Dat is aanmerkelijk hoger dan het landelijke gemiddelde (11,5 procent). Ile de France, met zijn uitgebreide dienstensector, is niet langer het eiland van welvaart dat het tot nog toe in Frankrijk was.

Langzaam maar zeker wordt de Franse economie dus meegesleept in de recessie die elders in de industriële wereld, zoals de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, al hard heeft toegeslagen. De Franse regering wordt echter niet moe te herhalen dat de fundamenten van de Franse economie gezond zijn. De inflatie bedraagt op basis van de laatste gegevens (de prijzen stegen in september met 0,1 procent) 2,6 procent over de laatste twaalf maanden. Daarmee blijft de inflatie binnen de doelstelling van de regering (2,8 procent in 1992). Het Franse inflatiecijfer blijft lager dan het Duitse (2,8 procent sinds begin dit jaar).

Op jaarbasis groeit de Franse economie dit jaar nog met naar schatting 1,9 procent. Het begrotingstekort zal dit jaar volgens de onlangs afgetreden minister van begroting Michel Charasse 170 tot 180 miljard franc bedragen. Dat is weliswaar een verdubbeling - berekend was een tekort van bijna 90 miljard - maar als percentage van het nationaal inkomen is het tekort beperkt. In 1993 verwacht de regering volgens de onlangs bij het parlement ingediende ontwerpbegroting een tekort van 165 miljard franc. De Amerikaanse bank J.P. Morgan acht dit overigens in een recent conjunctuurbericht rijkelijk optimistisch.

De werkloosheid nam de afgelopen maanden iets af, maar is volgens EG-cijfers met 9,6 procent van de beroepsbevolking (2,9 miljoen mensen) even hoog als die in Groot-Brittannië dat al twee jaar een diepe recessie doormaakt. Het aantal arbeidsplaatsen voor onbepaalde duur daalde de eerste acht maanden van dit jaar met ruim 100.000. Dat de werkloosheidsstatistiek toch een zeer lichte daling in augustus en september te zien gaf, is het resultaat van het programma van de regering om langdurig werklozen aan een baan (veelal in deeltijd) te helpen.

Kort na zijn aantreden in mei kondigde premier Pierre Bérégovoy aan dat vóór eind oktober 900.000 langdurig werklozen aan een (tijdelijke) baan zouden worden geholpen. Dit doel zal bij lange na niet gehaald worden. En J.P. Morgan voorziet dat de werkloosheid de komende maanden weer zal toenemen als gevolg van de verminderde groei.

De regering houdt onverminderd vast aan haar politiek van de harde franc en de "competitieve desinflatie' ten opzichte van Duitsland. Maar de monetaire storm die enkele weken geleden over Europa woedde en tot devaluatie van het pond sterling, de lire en de peseta leidde, hebben negatieve gevolgen voor de Franse export. Volgens voorzitter Bernard Cambournac van de Parijse Kamer van Koophandel is de franc “ongeveer 10 procent in waarde gestegen in ruim een kwart van onze handel met het buitenland”. Cambournac: “Als de motor van onze buitenlandse handel tot stilstand komt, waar moet dan de impuls vandaan komen” (om een opleving van de economie te bevorderen, red.).

De verdediging van de "harde franc' in de speculatiestorm heeft Frankrijk veel geld gekost. De Franse nationale bank gaf sinds 22 september 180 miljard franc (in Duitse marken) uit om de koers van de nationale munt op peil te houden. Vorige week woensdag zei president Jacques de Larosière van de Banque de France dat "een kleine helft' van dit bedrag weer terug is in de kas van de centrale bank. Om speculatie af te slaan hielden regering en nationale bank de rente hoog. Drie weken lang moest 20 tot 30 procent rente voor 24 uursleningen worden betaald. De daggeld-rente in Parijs schommelt nu rond 11,5 procent - anderhalf punt hoger dan voor de monetaire crisis uitbrak. De Banque de France houdt de rente hoog zolang de andere helft van de interventie-gelden nog niet is teruggekeerd. De grote Franse banken hanteren een basistarief van 10,35 procent. Zolang het geld zo duur is, hebben noch de Franse regering noch het bedrijfsleven enige marge om de economie een beetje op te krikken.

Vorige week werden de mogelijkheden voor kleine en middelgrote bedrijven (met een jaaromzet van minder dan 500 miljoen franc) goedkoop geld (rente 8,75 procent) voor investeringen te lenen. De maatregel werd algemeen gunstig ontvangen. Maar zelfs deze lage rente is voor veel kleinere ondernemingen te hoog omdat de reële rente (circa 6 procent) hoger is dan het verwachte rendementspercentage van nieuwe investeringen.