AEK boekt succes met on-Grieks beleid

ATHENE, 20 OKT. Ondanks de grote sommen geld die allerlei duistere bestuurders jaarlijks in hun clubs pompen en de buitenlandse invloed van trainers en spelers, blijft het Griekse voetbal nu al jaren steken op hetzelfde niveau. En dat is ver onder de Europese top. AEK Athene, morgen vanaf 17.00 uur tegenstander van PSV in het Europa Cup I-toernooi, maakt bij hoge uitzondering wel een vooruitstrevende indruk. Het is typerend dat "Ajek', zoals de club door de Hellenen wordt genoemd, al vijf jaar dezelfde trainer op de loonlijst heeft staan: de 44-jarige Bosnische ex-international Dusan Bajevic, bekend van het wereldkampioenschap in 1974 (West-Duitsland) toen hij vier keer scoorde tegen Zaïre. Het dienstverband van de voormalige topschutter wordt in lengte alleen overtroffen door de Nederlander Sjeng Gerards, de ongekroonde voetbalkoning op het eiland Kreta. Over het algemeen worden trainers in Griekenland behandeld als uitzendkrachten.

Maar AEK Athene voert al jaren wel een standvastig beleid. Thijs Libregts, de ex-bondscoach, maar via een omzwerving in de Verenigde Staten vorig seizoen bij Iraklis in Thessaloniki terecht gekomen, typeert de negenvoudige landskampioen als een club met een Westeuropese inslag. “Zeker qua mentaliteit in de organisatie. Normaal gesproken hebben Griekse clubleiders geen geduld. Ze willen meteen successen zien. Tijd om wat op te bouwen gunnen ze je niet. In theorie doet men wel aan lange termijnplanning. Maar in de praktijk komt er niets van terecht. De clubpresident wil altijd vrijheid van handelen hebben. De manager krijgt te weinig bevoegdheden, terwijl de aankoop van spelers door amateurs wordt gedaan. Dat zijn dan weer vriendjes van de president. Dit alles zorgt ervoor dat het Griekse voetbal weinig of geen vooruitgang vertoont.”

Libregts' collega Bajevic kon dank zij de progressieve instelling van clubpresident Dimitrios Melissanidis de afgelopen jaren in betrekkelijke rust een gedegen elftal opbouwen, dat momenteel weer de Griekse ranglijst aanvoert. Remco Boere bewaart goede herinneringen aan AEK. De huidige spits van FC Zwolle speelde twee jaar geleden zijn eerste wedstrijd voor Iraklis tegen de club uit Athene en scoorde toen prompt twee keer. “We wonnen met 3-1. Ik was tevoren gewaarschuwd voor Stelios Manolas, de voorstopper van AEK. Een keiharde speler (hij mist de eerste wedstrijd tegen PSV wegens een schorsing, red.), maar het ging toch goed. Het viel me toen al op dat AEK heel on-Grieks speelt. Snelle combinaties, terwijl het tempo daar over het algemeen erg laag ligt. De ploeg voetbalt niet op kracht en de bal wordt vaak maar één keer aangeraakt. Terwijl de Grieken er een handje van hebben om hun tegenstanders uit te spelen, te wachten en dan nog eens een passeerbeweging te maken.”

Ook Thijs Libregts geeft een positief beeld van AEK. “Vorig seizoen begon dat elftal al goed te spelen. Het team opereert uitstekend als collectief met een paar individuele uitschieters. Er zijn twee spelers weggegaan, maar daar kwamen goede vervangers voor in de plaats. De ploeg wordt op het middenveld gedragen door twee Joegoslaven: Refik Sabanadzovic en Toni Savevski die voornamelijk op links actief is. Vaak zie je dat Griekse teams tussen twee uitersten leven als het gaat om resultaten. Dat heeft met de aard van het beestje te maken. Enthousiasme of ontluistering hebben een grote invloed op het mentale gedeelte van een voetballer. Maar AEK presteert al tijden zeer constant. Daar raken de gemoederen niet verhit.”

Zijn de spelers voor Griekse begrippen een stel koele kikkers, op de tribunes van het Nikos Goumas-Stadion kunnen de emoties wel hoog oplaaien. AEK heeft weliswaar niet zo'n fanatieke aanhang als de gevreesde clans van PAOK Saloniki en Olympiakos Piraeus, de 33.000 toeschouwers zullen toch voor een heksenketel zorgen. De clubleiding heeft even overwogen om uit te wijken naar het veiliger stadion van Olympiakos. Dat was naar aanleiding van de ongeregeldheden in de vorige ronde van het UEFA-Cuptoernooi bij PAOK Saloniki-Paris St. Germain. De Nederlandse scheidsrechter John Blankenstein maakte tijdens die wedstrijd een typisch Grieks avondje voetbal mee. “In de eerste helft werden al wat flessen water vanaf de tribunes gegooid”, weet hij nog. “Maar toen we na de rust het veld weer wilden opstappen zagen we dat supporters de politie met stenen bekogelden. Ik besloot voor een afkoelingsperiode van een kwartier. Na die periode bleek de situatie echter verslechterd. De politie was zich aan het terugtrekken en de fans hadden het veld bezet en waren van daaruit projectielen aan het gooien. Toen restte mij niets anders dan de wedstrijd te staken. Er hing een eng sfeertje in het stadion. Allerminst gezellig. Al had ik niet het idee dat de agressie tegen de spelers was gericht.” PAOK moest in de tweede helft vijf keer scoren om de volgende ronde te halen.

De rel in Thessaloniki moet volgens Thijs Libregts als een extreme gebeurtenis worden gezien. “Er wordt wel eens wat van de tribunes gegooid. Het zuidelijke temperament en de chauvinistische gevoelens werken dat in de hand. Maar dat de supporters het veld opstromen komt nooit voor. Er is altijd veel politie aanwezig die een kordon vormt rondom de grasmat. Als het uit de hand dreigt te lopen komen die ME-ers in actie. En dan laait de discussie weer op of ze nu wel of niet hard moeten optreden.”

De verwachting is dat PSV morgenmiddag in een uitverkocht stadion aantreedt tegen de geroutineerde ploeg van AEK. Ook de fans in Athene beseffen dat er een lucratieve plaats in het toernooi voor de laatste acht op het spel staat. Voor een Europa-Cupwedstrijd als deze willen de Griekse voetballiefhebbers nog wel een uitzondering maken. Maar in de competitie lopen de toeschouwersaantallen schrikbarend terug. En dat veroorzaakt ook stagnatie in de ontwikkeling van het Griekse voetbal. Thijs Libregts, die bij zijn club Iraklis problemen heeft met het doorvoeren van vernieuwingen, hierover tot slot: “Als je elftal even goed draait willen de mensen nog wel komen. Maar over het algemeen blijft het publiek al weg als er geen nieuwe spelers zijn gekocht. De televisie is hier ook debet aan. De sportliefhebbers worden te vaak overvoerd met live-uitzendingen van voetbal en het populaire basketbal. Daarnaast is interesse voor andere zaken, zoals politiek, groter geworden. En de recessie heeft in Griekenland natuurlijk ook toegeslagen. Als het niet om een topwedstrijd gaat zijn er weinig mensen die nog tussen de twintig en veertig gulden over hebben voor een plaatsbewijs.”

    • Erik Oudshoorn