Wat is laf?

Als het aan de universiteitsraad van de Universiteit van Amsterdam ligt, krijgt mr. J.L. Heldring, columnist van deze krant, geen eredoctoraat. Ik besef dat ik niet in de situatie ben die de uiterste objectiviteit verzekert. Niettemin: de universiteitsraad maakt er een treurige vertoning van.

Ik ontleen de argumenten van dit instituut ter bewaking van de wetenschap aan de Volkskrant omdat ik hier in New York op zondag geen andere betrouwbare Nederlandse bronnen heb kunnen raadplegen. Heldring is "te rechts, conservatief' en, aldus een geciteerd zegsmens: "niet iemand om als Universiteit van Amsterdam public relations mee te voeren'. Een ander bezwaar: "We vonden de persoon Heldring niet iemand waar je nou zo trots op moet zijn.' De Faculteit der Letteren die Heldring heeft voorgedragen roemt zijn objectiviteit, maar, zegt iemand van de universiteitsraad: "Je kunt het ook lafheid noemen. Hij geeft de standpunten van beide zijden weer en manoeuvreert dan heel voorzichtig naar een conclusie.' Deze zegsmens lijkt me geen trouwe lezer van de gewraakte column; maar afgezien daarvan is juist dit een definitie van voorbeeldige objectiviteit. Tenslotte "vinden de tegenstanders het schrijven van een column geen uitnemende maatschappelijke verdienste die een eredoctoraat rechtvaardigt'. Max Weber zou er misschien anders over denken, maar, zegt men in de universiteitsraad: "Het eredoctoraat is geen columnistenprijs.'

Misschien heeft de universiteitsraad nog een paar verstandige argumenten in reserve. Dit is onbekookte hutspot.

Wat is er om te beginnen tegen, iemand van "rechts', nader omschreven als "conservatief', met een eredoctoraat te bedenken? Beide termen staan, net als "links' en "progressief', voor stromingen, tradities en politieke filosofieën die in ons soort democratie van oudsher als fatsoenlijk, legitiem en onmisbaar worden erkend. Beide hebben hun misdadige varianten en uitersten. Universiteiten in totalitaire landen laten zich onder andere herkennen doordat ze de misdadigers met eredoctoraten overstelpen en rechtvaardigingen verzinnen om de fatsoenlijke "rechtsen' en "linksen' op te sluiten.

Opeens is het duidelijk dat de universiteitsraad van de UvA met het eredoctoraat "public relations' wil bedrijven. Deze tak van propaganda legt zich erop toe de instelling waarvoor wordt gewerkt een zo aangenaam mogelijk voorkomen te geven. Wetenschap heeft met de glimlach en de ingestudeerde beleefdheid van de public relations niets te maken; de universiteit doet zich niet voor; de universiteit is wat ze is en daarmee is het afgelopen. Vindt ze dat er iemand geëerd moet worden die toevallig "rechts' is, dan doet ze dat. Of "links' of "midden': idem. Het uiterlijk van de universiteit hoeft niemand te behagen. Welk publiek wil de universiteitsraad met het toekennen van eredoctoraten plezieren; wie ziet ze, met de toga van de doctor honoris causa, als voltreffer voor haar p.r.?

Het uitdelen van beloningen in kunst en wetenschap hoort niet te worden voorafgegaan door een onderzoek volgens de maatstaven van religie of politiek die nog in de verte aan Torquemada, en dichterbij aan Joe McCarthy zijn ontleend. W.F. Hermans werd een fototentoonstelling in het Stedelijk Museum ontzegd omdat hij in Zuid-Afrika was geweest; Hugo Brandt Corstius mocht de P.C. Hooftprijs niet krijgen omdat hij zich als Piet Grijs onbeleefd had uitgelaten over het Koningshuis of de Paus of Christelijke godsdienst of alle drie. Het gedoe van de universiteitsraad om dit eredoctoraat hoort tot deze orde.

Tenslotte gaat de universiteitsraad nog op een verhevenheid staan: "Het eredoctoraat is geen columnistenprijs.' Dat is een laf en demagogisch argument. Het is aan de Nederlandse universiteiten niet zo gesteld dat men daar een lijst van te lauweren columnisten heeft aangelegd. Iets anders is het dat degenen die hun sporen hebben verdiend in de politiek, de pers, het bedrijfsleven of een dergelijke tak van onwetenschappelijke broodwinning niet per se van het eredoctoraat zijn uitgesloten. Zou de universiteitsraad vrede hebben gehad met het eredoctoraat van Winston Churchill die immers ook nog in Zuid- Afrika is geweest?

Het bijzondere van Heldrings columns is dat daarin regelmatig de woorden van degenen die hij beschrijft worden vergeleken met de praktijk van de politiek, en dat daarbij deze helden er dikwijls niet goed vanaf komen. De meesten zijn "links'. Het hadden ook "rechtsen' kunnen zijn, maar iedere columnist heeft nu eenmaal het recht van zijn voorkeur. Dat wil de universiteitsraad toch niet bestrijden?

De hele gebeurtenis zou een gewoon relletje zijn als er niet een universiteit en een uitstekende columnist bij waren betrokken. Nu is het weer zo'n voorbeeld van het onverdraagzaam conformisme waarmee de natie zijn talenten een kopje kleiner probeert te maken.