Voor Amsterdamse vrouwen smaken eerste punten zoet

AMSTERDAM, 19 OKT. De hockeysters van landskampioen Amsterdam vechten dit seizoen vooral tegen de successen van de club uit het verleden. Nul punten uit de eerste vier wedstrijden steekt mager af tegen de nationale titels uit 1992, 1991, 1989 en 1987. Ook na de moeizame 1-0 overwinning van gisteren op MOP uit Vught staat Amsterdam nog op de laatste plaats. Uitgerekend in het eerste jaar dat de competitie nieuw leven wordt ingeblazen met play-offs voor de bovenste vier ploegen, staat na vijf ronden het verrassende Zwolle bovenaan en sluit Amsterdam de rij.

Na de Olympische Spelen in Barcelona stopten acht basisspeelsters van het team dat vorig jaar de Europa Cup voor landskampioenen won, onder wie de ervaren internationals Carina Benniga, Ingrid Wollf en Helen Lejeune-Van der Ben. In de voorbereiding op dit seizoen leek de schade mee te vallen. Amsterdam won twaalf oefenwedstrijden en eindigde als eerste in het top-vier toernooi. De terugslag kwam pas in het eerste competitieduel. Binnen vier minuten stond HDM met 2-0 voor. Een nieuwe en pijnlijke ervaring. Amsterdam verloor met 5-2 en het breekbare zelfvertrouwen van het jonge elftal was geknakt.

De nieuwe coach, Thomas Tichelman, zag zich na de nederlaag tegen HDM gedwongen zijn gewaagde tactisch concept te verlaten. Hij laat zijn team het liefst "continu full-pressing' spelen. Niet de weg naar het eigen doel afschermen, maar brutaal voor de directe tegenstander gaan staan en daar de bal opvangen. Verdedigen "aan de verkeerde kant', met het risico dat een doorgebroken opponent vrij baan heeft.

Op zoek naar de eerste punten beperkte Amsterdam zich gisteren tot verdedigen aan de goede kant. Els Kodde was gestopt, maar keerde terug om ver achter de verdediging de gaten te dichten. De enige twee internationals die Amsterdam nog telt, Mieketien Wouters en Carole Thate, hebben de frivole acties voorlopig uit hun spel gebannen. De 23-jarige Wouters, vorig seizoen rechtsbuiten, nu de centrumspits, was net zo vaak in de buurt van haar eigen cirkel te vinden als in de cirkel van MOP.

Thate moet in theorie vanaf het middenveld het spel verdelen, maar speelde voorzichtig en kleurloos. “We hebben gewonnen”, zei ze na afloop. “Dan maakt het niet uit dat ik zelf minder goed speel. Ik ben twintig. Vorig jaar speelden Mieketien en ik in de schaduw van Carina en Helen. Nu moeten we heel veel zelf doen. Ik sta daar wel als spelverdeler, maar moet die plaats op het veld nog afdwingen.”

Een leerproces, zo benoemen Thate en coach Tichelman de vier nederlagen en de eerste winst. “Ik ben blij dat ze dit nù al meemaken”, zei Tichelman. “En niet in mei als we om de Europa Cup spelen.” Hij vraagt om geduld. Het tij is inmiddels gekeerd, de volgende punten komen nu vanzelf. “Dit jaar ben ik tevreden als ze stabiel presteren en bij de bovenste zes eindigen. Over twee jaar, misschien volgend jaar, doen we weer mee om het kampioenschap.”

Ondertussen traint hij vrolijk verder, negen tot twaalf uur in de week, meer dan alle andere teams in de hoofdklasse. Aanvoerster Wouters kan er geen genoeg van krijgen. Een half uur na de wedstrijd, na het uitlopen en de thee, omhelst zij haar coach nog eens. De eerste punten smaken zoet. Een reden om er een schepje bovenop te doen. Ze gaat, samen met Carina Benninga, nog een half uur hardlopen in het Amsterdamse bos en verdwijnt over het trainingsveld uit zicht. Tichelman kijkt haar glimlachend na.