Verliezend Barcelona eist hogere premies

MADRID, 19 OKT. Johan Cruijff kwam zaterdagavond naar La Coruña voor de wedstrijd tegen de koploper in de Spaanse competitie, terwijl hij weer eens volop was verwikkeld in een controverse met de leiding van zijn eigen club. Dit keer ging het om de premies die FC Barcelona aan het eerste elftal uitkeert bij het behalen van het landskampioenschap en de Europa Cup. Vorig jaar ontvingen de spelers voor beide prestaties respectievelijk 145 en 170 miljoen peseta, wat neer komt op ongeveer 2,4 en 2,7 miljoen gulden. Het bestuur wil die bedragen voor dit jaar verhogen naar 155 en 180 miljoen, maar het elftal eist met steun van de trainer enige tientallen miljoenen meer. “Een belachelijk kleine hoeveelheid geld,” vindt Cruijff. “Zeker gezien de bedragen die andere Europese topclubs uitkeren.” Hij beschuldigde het bestuur de afgelopen week van woordbreuk.

De best betaalde trainer van de Spaanse competitie is er ook nog niet helemaal uit hoe hij zijn principe-overeenkomst met het Nederlands elftal kan verenigen met een contractverlenging bij Barcelona en verkeert op gespannen voet met zijn topscorer Stoichkov, die naar de smaak van Cruijff te weinig zelfbeheersing aan de dag legt en daardoor tegen te veel gele kaarten aanloopt. Twee van de drie problemen werden zaterdagavond dichter bij een oplossing gebracht in het gure Riazor-Stadion van de Deportivo de La Coruña. De sterren van Barcelona leden er met 1-0 een verdiende nederlaag, waardoor het veroveren van het landskampioenschap weer wat minder vanzelfsprekend werd. En niet alleen Stoichkov, ook Cruijff zelf kreeg een gele kaart. De laatste wegens aanmerkingen op de leiding.

Cruijff noemde de wedstrijd na afloop “niet fantastisch, ook niet slecht”, maar erkende dat de beste ploeg had gewonnen. De meeste critici waren het er over eens dat de ontmoeting als schouwspel zeer de moeite waard was geweest. In de eerste helft golfde het spel voortdurend heen-en-weer, waarbij opviel dat de spelopvatting van beide ploegen vrijwel identiek is: de bal laten rondgaan tot de tegenstander uit positie is gebracht en aanvallen (of verdedigen) met vrijwel het hele elftal. Een opvallende afwijking hierop vormde de rol die Barcelona-verdediger Ferrer van Cruijff had gekregen: hij schaduwde Bebeto. Pas in de achtiende minuut van de tweede helft wist de Braziliaan van La Coruña zich even aan deze verkleving te ontworstelen en scoorde hij 1-0. Met uitzondering van de laatste minuten behield de thuisclub in de tweede helft daarna het overwicht, maar zonder nog een keer te scoren.

De uitslag betekent dat Deportivo na zeven wedstrijden nog steeds de nummer één is in de Spaanse eredivisie, met twee punten voorsprong op Atletico Madrid (dat gisteren gelijk speelde tegen het door Bert Jacobs getrainde Gijon) en drie op Barcelona. De zestigjarige La Coruna-trainer Arsenio Iglesias, die eigenlijk vorig jaar al met pensioen had willen gaan, merkte zaterdagavond op dat zijn ploeg het nu tot aan de winterstop gemakkelijker krijgt omdat de ontmoetingen tegen Real Madrid en Barcelona achter de rug zijn. Zijn ploeg won ook van Real Madrid.

Iglesias gelooft overigens niet dat zijn vorig jaar maar net in de hoogste divisie gebleven ploeg het huidige niveau zal kunnen vasthouden. Met Bebeto, diens verdedigende landgenoot Mauro Silva en spelverdeler Djukic beschikt hij weliswaar over drie voortreffelijke spelers, maar elders in zijn elftal moet hij het doen met afdankertjes van de echte topclubs, zoals Nando, Aldana en Lopez Rekarte.

Van tactische “systemen” moet hij niet veel hebben en de lof die trainers als Cruijff en Benito Floro daarvoor krijgen toegezwaaid acht hij dan ook overdreven. Uiteindelijk hangt het volgens de laconieke Iglesias toch allemaal van de kwaliteit van de spelers af. Cruijff, zo merkte hij zaterdag op, is met het klimmen der jaren hoogstens wat evenwichtiger geworden. Dat wil in zijn ogen zeggen: meer op de verdediging gericht.