Sociaal Economische Raad haalt in advies huzarenstukje uit met koppeling; Overlegeconomie krijgt een injectie

DEN HAAG, 19 OKT. Wat heeft het kabinet te bieden aan werkgevers en werknemers? Over deze vraag breekt politiek Den Haag zich het hoofd, nu werkgevers en werknemers afgelopen vrijdag in de Sociaal Economische Raad een akkoord hebben bereikt over het sociaal economisch beleid nà 1993. Sociale partners willen zich inzetten om meer banen te creëren, maar dan moet het kabinet de lastendruk (belastingen en sociale premies) verder verlagen.

In een advies aan het kabinet heeft de SER, het belangrijkste niet-ambtelijke adviesorgaan voor het kabinet, de marsroute uitgezet naar de Economische en Monetaire Unie. Minder belastingen en sociale premies moeten arbeid goedkoper maken en zo moeten extra banen worden gecreërd. Het accent ligt daarbij op de vergroting van de werkgelegenheid onder laag opgeleiden. De loonkosten voor met name deze groep moet worden verminderd en het verschil tussen een uitkering en een baan moet worden vergroot. De SER wil dat de CAO-onderhandelaars “meetbare en toetsbare” afspraken maken over de werkgelegenheid. Op centraal niveau zullen geen streefgetallen worden genoemd voor specifieke groepen - zoals allochtonen, langdurig werklozen, en gedeeltelijk arbeidsongeschikten - want de echte onderhandelingen worden in de bedrijven en bedrijfstakken gevoerd.

Een tijdpad voor lastenverlichting - bij voorbeeld een reductie van een half procentpunt per jaar - ontbreekt. De werkgevers hebben zich hiervoor sterk gemaakt, met name omdat er tussen hen en het kabinet nog steeds een meningsverschil is over de maximumhoogte van de collectieve lastendruk. Het kabinet gaat uit van 53,6 procent van het nationaal inkomen, volgens de werkgevers is in het Gemeenschappelijk Beleidskader van 1989 een maximum van 52,3 procent afgesproken. Werknemers vinden een tijdpad overbodig, zij redeneren dat een lagere lastendruk de uitkomst van het gevoerde beleid is.

Met het advies hebben de sociale partners de beleidsagenda voor de jaren negentig bepaald: lastenverlichting. In concreto vragen werkgevers en werknemers aan het kabinet om de uitvoering van de motie Bolkestein. Tijdens de algemene en politieke beschouwingen pleitte de VVD-fractievoorzitter voor een verdere verlichting van de lasten als openingszet van het kabinet in het overleg met sociale partners. De regeringfracties van CDA en PvdA vonden dit teveel gevraagd. In een motie spoorden fractievoorzitters Brinkman en Wöltgens het kabinet aan om met werkgevers en werknemers centrale afspraken te maken over loonmatiging en werkgelegenheid in 1993 en de volgende jaren. “Over politieke vergezichten gesproken”, meent een lid van de onderhandelingsdelegatie van de werkgevers. “Deze oproep valt in de categorie "alcoholist wilt u een glaasje'.”

Minister De Vries (sociale zaken) acht een extra lastenverlichting uitgesloten. Door de valutacrisis en de verslechtering van de internationale conjunctuur heeft het kabinet “voor een paar miljard aan problemen”, zei de CDA-minister zaterdag voor de Tros-radio. “Als we dat zodanig zouden kunnen oplossen dat we de portemonnee van de burgers buiten schot kunnen laten zodat de koopkracht zoals die in de Miljoenennota in het vooruitzicht was gesteld behouden kan blijven houden - dus zonder nieuwe lastenverzwaringen - dan denk ik dat dat al een heel belangrijke bijdrage is in de huidige omstandigheden.”

Het compromis dat de SER heeft bereikt over de koppeling tussen lonen en uitkeringen is een huzarenstukje. Werkgevers en werknemers stellen voor om de zogenoemde bruto-bruto koppeling los te laten. In plaats daarvan wordt gestreefd naar een “effectieve combinatie” van lastenverlichting en bruto verhoging van de sociale uitkering. Mensen met een uitkering zien hun inkomen wel meegroeien met de welvaartsontwikkeling, maar niet in die mate dat de financiële prikkel voor betaald werk ontbreekt, luidt de toelichting. Om de vakcentrale FNV tegemoet te komen is daar nog aan toegevoegd. “Dit alles binnen het raamwerk van een redelijke inkomensverdeling.”

Het advies aan het kabinet wordt eind november na fiattering door de voltallige SER officieel verstuurd. Deze week maakt het "officieuze advies' al onderdeel uit van de onderhandelingen tussen kabinet en sociale partners, eind november is te laat in veband met het "CAO-seizoen'.

CNV-onderhandelaar de Geus typeerde het advies als “een spectaculaire injectie voor de overleg-economie”. Sociale partners zijn het op hoofdlijnen eens en hebben de handschoen van Wöltgens opgenomen. Tijdens de algemene beschouwingen zei de PvdA-fractievoorzitter dat de overlegeconomie “een laatste kans” heeft om te bewijzen dat dit unieke Nederlandse fenomeen nog iets voorsteld. “Een open doekje”, schimpt een werkgever “want Thijs wist dat we vrijdag alleen nog even de puntjes op de i moesten zetten”.

Hèt kenmerk van de overlegeconomie is immers dat werkgevers, werknemers, ambtenaren en politici volledig op de hoogte zijn van elkaars agenda.

    • Cees Banning