Nationale wielertop laat het ook in Lombardije afweten

MONZA, 19 OKT. Voor het eerst sinds zestien jaar ontbreekt een Nederlandse naam op de erelijst van de wielerklassiekers. Afgelopen zaterdag in de Ronde van Lombardije, in 1981 door Hennie Kuiper gewonnen, hadden de nationale profs de laatste kans een wereldbekerwedstrijd oranje te kleuren. En weer mislukte het, zodat de vaderlandse wielerelite het met de tweede plaats van Steven Rooks in Luik-Bastenaken-Luik als beste prestatie moet doen in de WB-cyclus.

De Nederlandse afvaardiging, dertien in getal, kon in de tocht door het Italiaanse merengebied niet uitblinken, al verweerden Erik Breukink en Gert-Jan Theunisse zich dapper en naar vermogen. De twee toppers spartelden in de door regen, koude en mist geteisterde klassieker van de "vallende bladeren' tevergeefs. Het duo arriveerde na 241 kilometer op bijna acht minuten van winnaar Toni Rominger in het spookachtige Monza op de zeventiende en negentiende plaats. Vijf seconden eerder dan wereldkampioen Gianni Bugno.

De Koning, neo-prof Dekker, Mark Siemons, Van Orsouw, die in principe een overeenkomst heeft met Telekom, en Den Bakker haalden steunend en kreunend de eindstreep, maar hadden bijna een half uur achterstand op de Zwitserse triomfator.

Slechts 65 van de 171 gestarte renners bereikten de Viale delle Industrie. Hoewel de leider in het wereldbekerklassement Olaf Ludwig ook tot het leger der uitvallers behoorde, behield de Duitser de leiding, want ook zijn voornaamste concurrent Jalabert stapte na honderd kilometer af. Volgende week valt in Palma de Mallorca (Grand Prix des Nations) de beslissing in een tijdrit waaraan twintig renners deelnemen.

Sinds zaterdag zijn Chiappucci, Cassani en Alcala, die respectievelijk als tweede, derde en vierde finishten, de belangrijkste rivalen om Fondriest op te volgen. De wereldbeker voor ploegen kwam opnieuw in handen van Panasonic, de ploeg van Peter Post, vóór de Buckler-formatie van Jan Raas.

Daar waar de Nederlandse top het dit seizoen liet afweten, kan Rominger terugkijken op een meer dan geslaagd seizoen. De Zwitser boekte in Italië de veertiende zege van het seizoen en negenveertigste sinds het begin van zijn loopbaan in 1986. De 31-jarige kopman van Clas arriveerde evenals drie jaar geleden alléén aan de eindstreep.

In Monza kwam hij uit niets. Als een schim naderde hij de finish. In een sinister decor. Omgeven door felle koplampen en blauwe zwaailichten zegevierde hij voor de tweede keer in zijn loopbaan in de slotklassieker van het wielerseizoen. De nevels rond de voor hooikoorts gevoelige Helveet zijn inmiddels opgetrokken. Dit jaar mag gerust beschouwd worden als de doorbraak van de "muis' die tot vorig jaar zijn belofte als etapperenner louter in een kleinere rittenkoersen waarmaakte.

In de Ronde van Spanje maakte de nummer twee van de wereldranglijst een einde aan zijn reputatie te licht te zijn voor grote ronden. “Deze overwinning is waardevoller dan de eerste, want drie jaar geleden behoorde ik niet tot de favorieten”, zei Rominger na afloop. De winnaar kondigde aan volgend jaar zowel de Vuelta als de Tour in zijn programma op te nemen. “De Tour niet om mee te rijden, maar voor een plaats op het podium in Parijs. Ik heb dit jaar veel vooruitgang geboekt. Ik kan beter mee in de bergen dan ooit. De enige teleurstelling was het WK dit jaar. Ik was perfect in vorm, maar moest genoegen nemen met de vierde plaats. Deze overwinning is de revanche.”

Rominger ging al na 94 van de 241 kilometer in de aanval. Op de eerste beklimming van de zes, de Esino-Lario pas, kwam hij als eerste boven. Alleen Bugno kon aanklampen. Op dat moment was een groot deel van de deelnemers al op weg naar de warmte van de hotels. In de afdaling voegde Chiappucci zich na een angstaanjagende afdaling bij het tweetal. Breukink en Theunisse die zich aanvankelijk in het gezelschap van de Italiaan bevonden, durfden de risico's niet aan. Chiappucci gaf vervolgens het sein tot de beslissende ontsnapping. Rominger, Cassani en Alcala sloten aan. De rest was verslagen, al probeerde Bruyneel in zijn eentje het kwartet te achterhalen. Alcala verloor het contact tijdens de klim van Madonna del Ghisallo op zestig kilometer van de finish. Op het laatste obstakel schudde Rominger ook Cassani en Chiappucci van zich af. Hoewel de nummer twee uit de Tour en Giro in de afdaling van de Monte Lissolo met veel risico's naar beneden dook, gaf Rominger zijn voorsprong niet meer prijs. Chiappucci arriveerde op veertig tellen en boekte zijn tiende tweede plaats van het seizoen.