Mijnwerkers

Waarom huilde ik, een huisvrouw uit de middenklasse van net boven de gemiddelde leeftijd die in een leuk huis in een groene buitenwijk woont, de avond na het nieuws van de sluiting van 31 kolenmijnen tijdens de afwas?

Voor wat of voor wie waren mijn tranen? Voor de 30.000 mijnwerkers wier hoop voor de toekomst ontnomen werd, voor hun gezinnen die geconfronteerd worden met de angst van ontbering, voor de gemeenschap waarin ze leven en die nu net zo verdoemd is als de mijnen zelf, of zelfs voor de mijnwerkers die de klap nog zullen krijgen?

Het gevoel van gemeenschap, van gedeelde sociale verantwoordelijkheid is een fragiel wezen, maar wat zijn we zonder dat gevoel? Minder dan dieren, zij hebben tenminste een kudde-instinct. Wij worden als produkten die afgedankt of verkocht worden voor de prijs van goedkopere elektriciteit als de regerende machten dit beslissen.

De krachten van de markt zijn nu het belangrijkste, medeleven wordt alleen mogelijk geacht als het economisch goed gaat.

Door te handelen zoals zij gedaan heeft, heeft de regering niet alleen haarzelf beschadigd en gedenigreerd, maar ook alle inwoners van dit land, de kiezers van om het even welke partij, die, als zij tevoren gevraagd waren in te stemmen met deze situatie, zeker een duidelijk "nee' gezegd zouden hebben.

Mijn tranen en de tranen van velen zijn voor de toekomst, voor de rechtvaardige en zorgende maatschappij die bezig is ons te ontglippen. Iedereen op elke maatschappelijk niveau moet nu een huivering van afgrijzen voelen.

Ingezonden brief van Mrs. Jean Nuttall uit Kings Langley, Herts (Groot-Brittannië) in The Guardian van vandaag.