HOGERE WISKUNDE OP ST. ANDREWS

Golf als olympisch ideaal. Niet IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch maar zijn golfende zoon Juan (handicap 14) droeg de afgelopen week die gedachte uit op The Royal and Ancient Golf Club of St. Andrews. Engeland werd daar gisteren de verrassende winnaar van de Alfred Dunhill Cup, het officieuze wereldkampioenschap voor landenteams.

Juan Samaranch bevestigde als gast op de R & A het al geruime tijd publieke geheim dat golf op de nominatie staat om in 1996 als sport te worden opgevoerd op de Olympische Spelen in Atlanta. In de optiek van zijn vader zou het volgens Juan na Barcelona, waar tennissers, een aantal atleten en de basketballers van het "dreamteam' vrijwel zonder uitzondering de miljonairstatus hadden, belachelijk zijn dat golf nog langer zou worden uitgesloten van het grootste internationale sportfestijn. Zestig mannen en veertig vrouwen zullen volgens hem in Peachtree bij Atlanta aan de start verschijnen. Vooral de Verenigde Staten zijn bijzonder ingenomen met dat voornemen waarover de komende weken een definitieve beslissing valt te verwachten. Amerika vertegenwoordigt tenslotte een economische macht met naar schatting 25 miljoen beoefenaren die goed zijn voor een jaarlijkse omzet van ruim twintig miljard dollar.

Des te opmerkelijker was het dat de vertegenwoordigers van een land met een dergelijk potentieel aan golfers gisterochtend struikelden tegen Engeland in de halve finale in St. Andrews. De wind langs de zeebaan was 's ochtends iets gaan liggen waardoor 's werelds beste golfers er vrijwel zonder uitzondering in slaagden de 72-baan onder par te spelen. Met name de zeventiende hole (de Road Hole) vormde een breekpunt in het kampioenschap. Het is de moeilijkste hole van The Old Course, een par-4 van 423 meter die volgens de grootste golfers zelfs de moeilijkste hole op een kampioenschapsbaan waar ook ter wereld is. Een op de weg voor het hotel geraakte bal kan vaak nog het beste met een putter op de green worden geslagen en de manshoge bunker vlak voor de vlag vormt een obstakel dat zelfs de meest gevierde prof angst en ontzag inboezemt. Ook dit toernooi werd menig goede score hier weer eens om zeep geholpen.

St. Andrews is het klassieke voorbeeld van een golflinks, de term waarmee een baan wordt aangeduid die onmiddellijk langs de zee ligt. Het komt van het werkwoord "to link' en een golflinks verbindt de zee met het land. De voornaamste kenmerken zijn wind, glooiende fairways, terwijl de verraderlijke aspecten op St. Andrews nog eens worden vergroot door verborgen bunkers en enorme, aflopende greens. Zelfs één van Amerika's meest gelauwerde profs, Fred Couples, stond te stuntelen op de zeventiende hole, de Road Hole. Couples was één van de zes spelers die in de halve finales Verenigde Staten-Engeland en Australië-Schotland op de gevreesde hole een bogey - één boven par, de score die een speler in theorie kan halen op een hole - sloegen (de Australiër Davis gebruikte zelfs zes slagen voor de par 4). Couples kwam daardoor één slag tekort tegen zijn Engelse opponent David Gilford, Davis Love the third zelfs drie slagen tegen Steven Richardson, waarna alleen Tom Kite met één slag verschil won van de derde Engelsman, Jamie Spence. De 2-1 nederlaag vormde een bittere pil voor de Amerikanen die als enige troost hadden dat de tweede golfgrootmacht buiten Europa, het team van Australië, eveneens vroegtijdig kon afreizen.

Hun 2-1 nederlaag vormde vooral een hard gelag voor Australiër Greg Norman, de captain van het team, in St. Andrews gearriveerd met een nekblessure, die onder uiterst wisselende weersomstandigheden met rondjes van 72, 69, 67 en 68 in vier dagen geen enkele wedstrijd heeft verloren. Norman mag dan geen groot liefhebber van zeebanen met veel wind zijn, zijn klasse verloochent zich zelden. Met het nodige understatement reageerde hij op de barre Schotse omstandigheden toen hij zaterdag na zijn overwinning tegen de Zuidafrikaan Ernie Els droogjes opmerkte: “Je moet hier de juiste kleding uitkiezen om warm te kunnen blijven. Die factoren zijn even beslissend als je golfcapaciteiten. Wollen ondergoed is nog het beste. Maar dat heb ik vanwege het klimaat in Australië niet in mijn garderobe.”

De Britten begroetten een finale Engeland-Schotland met dezelfde stoïcijnse vanzelfsprekendheid waarmee zij Groot-Brittannië van oudsher al als het epicentrum van de golfsport beschouwen. Ondanks de opkomst van continentale grootmachten als Spanje, Zweden en Duitsland trekken de Britten hooghartig hun neus op voor het Europese vaste land waar beoefenaren en toeschouwers in veel gevallen een sociale status aan hun relatie met golf verbinden. Golf in Groot-Brittannië daarentegen wordt niet geassocieerd met een elitair tijdverdrijf. Toeschouwers nemen rustig van huis de met verfspatten besmeurde keukentrap mee om zich achter de brede mensenhaag een beter uitzicht te verschaffen op de gebeurtenissen op de baan.

St. Andrews wordt gezien als The Home of Golf, waar de autochtonen vaak vakbekwamer zijn dan menig profspeler elders. Al op de scholen worden kinderen in de gelegenheid gesteld zich te bekwamen in de finesses van het spel. De Britten hebben daardoor als het ware een claim gelegd op de traditie en historie van het toernooi in St. Andrews dat dit jaar voor het eerst werd afgewerkt in een zogeheten round-robin systeem met vier groepen van vier waarbij ieder deelnemend land in ieder geval verzekerd was van drie wedstrijden. Voor Japan, Korea, Thailand en Nieuw-Zeeland had dat tenminste de dreiging weggenomen dat zij na een vermoeiende vliegreis via een knock-outsysteem al na één verloren wedstrijd uit het toernooi zouden kunnen vliegen. Aangezien in de round-robin alleen Australië al zijn wedstrijden had gewonnen was er zaterdag voor de spelers op de baan naast het golfen een soort hogere wiskunde voor nodig om via het slagengemiddelde precies uit te kunnen rekenen wie het beste gepresteerd had en zich naast Australië had geplaatst bij de laatste vier. Waarbij Ierland, Spanje, Canada en Zweden uiteindelijk de belangrijkste afvallers waren.

Dat de apotheose een Brits feestje werd waarbij die "bloody continentals' en arrogante Australiërs en Amerikanen buiten de deur werden gehouden stemde St. Andrews wel tevreden. Het feit dat de Engelsen zelfs zonder hun topvedette Nick Faldo, de beste speler van 1992 en eerste op de PGA-lijst, de officieuze wereldtitel voor landenteams behaalden werd door de Schotten - die nu al vijf keer op rij door hun Engelse opponenten zijn afgetroefd - toch beschouwd als een belangrijk succes dat binnen eigen familiekring bleef. Richardson, Gilford en Spence verdienden met hun overwinning honderduizend pond sterling de man. Hun Schotse tegenstanders Brand junior, Montgomerie en Lyle moesten het met de helft van dit bedrag doen. Als captain van het Britse team kwam ook Richardson nog een keer terug op de snijdende wind op de baan. “Het moeilijkste was het warm houden van mijn handen. De angst dat dit niet zou lukken waardoor ik niet meer nauwkeurig zou kunnen slaan was deze finale mijn grootste probleem. Maar het mooiste moment van dit toernooi was toch wel dat we de Amerikanen hebben verslagen. We hebben daarmee nogmaals onderstreept dat de Europese tour echt niet onderdoet voor hun toernooiencircuit.”