Fokker

Het hoofdartikel (NRC Handelsblad, 12 oktober) stelt terecht “Nederland heeft geen industriebeleid”. Tot de toenmalige minister van Economische Zaken het enige stukje industriebeleid, namelijk de Lucht- en Ruimtevaart de nek omdraaide door Fokker op te dragen een partner te zoeken, bestond zoiets nog.

Fokkers aandeelhouders en raad van commissarissen verergerden de zaak door een financiële man als voorzitter van de raad van bestuur te benoemen. Een financiële man als leider van een bedrijf (anders dan een bank) is meestal het einde van het bedrijf. Financiële experts denken te veel geldgericht en behalve bij banken is geld een bijprodukt en geen hoofdzaak. Hebzucht (corporate raiders, junk bonds) verergert dit nog eens.

Onder leiding van een financieel expert en een overheid zonder industrie politiek lijkt Fokker verkocht te gaan worden aan een bedrijf zonder verkoopbare produkten, waar binnenkort bijna evenveel personeelsleden zullen worden ontslagen als Fokker nu telt. Ook maakte DASA kenbaar (voorlopig?) niet te denken aan de ontwikkeling van een Fokker 130 of 70. De Fokker 50 heeft helemaal geen kans.

Voor de werkgelegenheid bij Fokker en de Lucht- en Ruimtevaartinfrastructuur in Nederland is verkoop van Fokker desastreus. Ik ben het niet eens met de stelling in het hoofdartikel dat Fokker te klein is voor een zelfstandige toekomst. Fokker is krachtig en groot genoeg, maar behoeft wel rugdekking van de Nederlandse overheid (dat heeft de Nederlandse economie in het verleden geen windeieren gelegd), en een produkt-gerichte, (geen geld-gerichte) voorzitter van de raad van bestuur. De beste dienst die de heer Nederkorn Fokker kan bewijzen, is zijn functie neerleggen; de beste dienst die Nederland zijn lucht- en ruimtevaart industrie (en eigen economie) kan bewijzen is het geven van bankgaranties voor de snelle ontwikkeling van de Fokker 70 en Fokker 130 en het bedrijf niet in meerderheid aan DASA te verkopen.