Dylan buitenstaander op eigen jubileum

NEW YORK, 19 OKT. Bob Dylan is wel "de stem van een generatie' genoemd. De bewuste generatie - die van de jaren zestig - was nog massaal vertegenwoordigd onder de muzikanten die hem vrijdag eer kwamen bewijzen tijdens een groots jubileumconcert in Madison Square Garden. Maar toen de 51-jarige zanger zelf opkwam om een couplet mee te zingen, bleek dat er van de stem maar weinig over is.

Gasten als Neil Young, George Harrison en Roger McGuinn namen, tegen het slot van de avond, ieder foutloos een couplet voor hun rekening van My Back Pages, de song waarmee Dylan zich in 1964 afzette tegen zijn stigmatisering als moralist en protestzanger. Toen het Dylans beurt was, volgde een gemurmelde strofe die niets met de rest te maken leek te hebben.

Met het vier uur durende concert in een uitverkocht Madison Square Garden werd gevierd dat in 1962 Dylans eerste elpee (Bob Dylan) verscheen. In totaal maakte hij 38 platen en schreef hij meer dan driehonderd nummers. Ruim dertig artiesten uit de muziekwereld, van jaren zeventig-rockers en folkzangeressen tot country-idolen en soulsterren, brachten hem een muzikale ode door een of twee van zijn nummers te vertolken. De zanger zelf - een stramme, spookachtige verschijning in donker pak - gaf solo-uitvoeringen van Song to Woody, opgedragen aan zijn inspirator Woody Guthrie, het maatschappijkritische protestlied It's Allright Ma, en de lieflijke ballade Girl From The North Country.

Dylan, die zich altijd heeft verzet tegen de legendevorming rond zijn persoon en een sterk wantrouwen koestert jegens het massapubliek, maakte een nerveuze en ongemakkelijke indruk, alsof hij zich een buitenstaander voelde op zijn eigen feestje. Behalve afkeer van adoratie speelde waarschijnlijk ook slijtage een rol. Vergeleken met zijn hoogtijdagen heeft de zanger, die nog 100 tot 125 keer per jaar optreedt, pijnlijk veel aan muzikale kracht ingeboet. Zijn verkreukelde uiterlijk en de gedempte, bijna breekbare uitvoering van zijn drie songs stonden in schril contrast met de vitaliteit van generatiegenoten als Harrison en Clapton, die moeiteloos fraaie interpretaties van zijn werk ten beste gaven.

Haaks op Dylans schuchtere presentatie stond ook het over-georganiseerde karakter van het "high tech'-concert, dat door de organisatoren - Dylans management, Columbia Records en Radio Vision international, een producent van concerten voor radio en tv - al weken tevoren werd aangeprezen als een "mega-happening'. De show, vastgelegd op high definition tv, werd rechtstreeks uitgezonden op Amerikaanse abonnee-tv en wordt nog vertoond in 68 landen. Een en ander moet samenvallen met het uitbrengen van de nieuwe Dylan-plaat, Good As I Been To You. De achttienduizend kaartjes voor het concert (35 tot 150 dollar per stuk) waren in zeventig minuten uitverkocht.

Onder het publiek bevonden zich opvallend veel jongeren, van langharige tienermeisjes in spijkerpak tot potige mariniers-types die de complete Dylan-canon moeiteloos konden meebrullen. Een viertal veertigers met walrus-snorren, voor de show uit Boston en Philadelphia gekomen, had zich bij de kassa's geposteerd in de hoop op het laatste nippertje een kaartje te kunnen bemachtigen.

Het concert zelf werd een kwalitatief sterk wisselend, kaleidoscopisch Amerikaans muziekevenement. Dylans nummers kregen vette rock-uitvoeringen van Rolling-Stone Ron Wood, bluesman Johnny Winter en Tom Petty. John Mellencamp, een in Amerika razend populaire country-rocker, bracht een uitgelaten Like A Rolling Stone, ontdaan van het venijn dat het origineel zijn kracht geeft. Johnny Cash toverde It Ain't Me, Babe om tot een robuuste country-stamper. Het effect van een American Band Stand werd versterkt door de vaste, vijfkoppige begeleidingsgroep voor de gastmuzikanten, die een adequaat maar tamelijk routineus rockgeluid produceerde.

Opwindend waren desondanks enkele "supersterren', zoals Eric Clapton die de band met zijn messcherpe gitaarspel wist op te zwepen in Love Minus Zero en Don't Think Twice It's Allright. Lou Reed, veteraan van de Newyorkse Velvet Underground, drukte overtuigend zijn stempel op het apocalyptische Foot of Pride. De in hippie-kledij gestoken Neil Young dompelde All Along The Watch Tower onder in zijn karakteristieke gitaargeweld. Roger McGuinn, leider van de jaren zestig band The Byrds kwam met hulp van Tom Petty's Heartbreakers tot een puntgaaf Mr Tambourine Man, de Dylan-cover waarmee The Byrds in 1965 doorbraken.

Indruk maakten ook Nanci Griffith en folkzangeres Carolyn Hester - in 1961 zelf begeleid door de jonge Dylan op harmonica - die een prachtige akoestische versie speelden van Boots Of Spanish Leather. Tracy Chapman gaf een behoorlijke vertolking weg van The Times They Are A-Changin'. Kris Kristofferson zong I'll Be Your Baby Tonight daarentegen op de automatische piloot en het nieuwbakken sterretje Sophie Hawkins ging de mist in met een temerig I Want You.

Opvallende afwezigen waren twee oudgedienden: folkzangeres Joan Baez en Robbie Robertson, gitarist van Dylans legendarische begeleidingsgroep The Band. De mysterieuze "special guest' op het programma bleek niet een van deze twee, maar Stevie Wonder te zijn, die een fraaie versie van Blowin' In The Wind ten gehore bracht. Wel aanwezig waren de resterende leden van The Band - Rick Danko, Garth Hudson en Levon Helm - die broederlijk naast elkaar gezeten een ontroerend When I Paint My Masterpiece speelden.

Het enige incident in de strak geregisseerde avond was het hysterische fluitconcert waarop de 25-jarige Ierse zangeres Sinead O'Connor werd onthaald. De kaalgeschoren O'Connor maakte zich begin deze maand in Amerika gehaat door in het tv-programma Saturday Night Live een foto van de paus te verscheuren. Geprovoceerd door het publiek slingerde ze Bob Marleys protestlied War de zaal in, waarna ze in tranen het podium verliet. Dylan, die geen woorden aan het voorval vuilmaakte - ook niet aan iets anders - moet hebben geweten hoe O'Connor zich voelde, gepokt en gemazeld in confrontaties met een vijandig publiek als hij is. Dat stadium in zijn loopbaan is hij nu echter gepasseerd. Dertig jaar nadat hij zijn debuut maakte als folkzanger, is met het jubileumconcert in New York zijn status als Amerikaanse volksheld bezegeld. Hij maakt alleen zelf niet de indruk dat het hem veel kan schelen.

    • Sjoerd de Jong