Duitse "Zivis' vinden dat ze zinvol werk doen

In Duitsland doen op dit moment bijna 120.000 jongens hun vervangende dienstplicht in de sociale sector. Op grond van dit aantal is een vergelijking gerechtvaardigd met de situatie die in Nederland zal ontstaan als een sociale dienstplicht wordt ingevoerd.

BONN, 19 OKT. “De vervangende dienst is meer dan een aanhangsel van het leger voor de opvang van weigeraars. Het moet een tijd zijn die zowel voor de gemeenschap als voor de jongens zelf zinvol is. Als het doel is een personeelsgebrek op te lossen, dan wordt dat alleen maar erger. Dan doe je niets meer dan het probleem toedekken.”

Dat zegt dominee Dieter Hackler, Bundesbeauftragte für den Zivildienst. Hij is door de Duitse regering belast met het toezicht op de tewerkstelling van vervangend dienstplichtigen. Hackler (CDU) was dominee bij de evangelische kerk in Bonn, was lang maatschappelijk actief en “kende de trucs van de sociale sector”, toen Kohl hem in september 1991 benoemde tot Bundesbeauftragte.

De Zivildienst bestaat 31 jaar. In het begin ging het om een paar honderd weigeraars, maar in de jaren zeventig stijgt hun aantal tot zo'n 30.000. Na het wegvallen van de dreiging uit het Oosten en de eenwording van Duitsland neemt het aantal weigeraars sterk toe. Ook omdat volgens Hackler de verhouding tot het leger in Duitsland anders ligt dan in andere Europese landen, zijn op dit moment 118.000 jonge mannen na hun weigering bezig met vervangende dienstplicht. Net als in Nederland doen zij algemeen nuttig werk bij instellingen zonder winstoogmerk. De kandidaten mogen geen echte arbeidsplaatsen bezetten.

Dienstweigeren gaat in Duitsland gemakkelijk en wordt ook geaccepteerd. Van de gewetensbezwaarden wordt 94 procent in een schriftelijke procedure direct erkend op grond van een brief met een korte omschrijving van de reden. Van die mogelijkheid maakt momenteel zeventien procent van de goedgekeurden gebruik. Een op de vijf jongens wordt op medische gronden afgekeurd, 15 procent krijgt een vrijstelling omdat reeds twee broers dienden of omdat ze werken bij organisaties als de vrijwillige brandweer en de politie. Anders dan in Nederland moeten vrijwel alle dienstplichtigen meteen na hun middelbare school opkomen.

“Verreweg de meeste "Zivis' zijn tot mijn vreugde zeer gemotiveerd en identificeren zij zich sterk met hun werk”, zegt Hackler. “Zij vinden dat ze nuttig werk doen waar ze ook persoonlijk van leren.” Hij roemt vooral de inzet van degenen die individuele hulp bieden aan zwaar lichamelijk gehandicapten. In Duitsland kunnen deze gehandicapten om vervangend dienstplichtigen vragen die in ploegendienst zorgen dat zij thuis een volwaardig leven kunnen leiden. De meeste jongens werken in zieken-, verpleeg- en bejaardenhuizen. Verder bij mobiele sociale hulpdiensten, jeugdwerk en in opvanghuizen voor asielzoekers.

Pag 3: "Het is voor iedereen goed met bejaarden en zieken om te gaan'; "Het is onze christenplicht om te helpen'

De Duitse tafeltje-dek-je drijft zo'n beetje op de "Zivis' en een groeiend aantal is werkzaam bij natuurbehoud en milieuzorg. Negentig procent vindt zelf een plaats om de vijftien maanden door te brengen (drie maanden langer dan de militaire diensttijd).

Bundes Beauftragte für den Zivildienst Hackler zou het verkeerd vinden als vrouwen werden gedwongen tot sociaal werk. “Ik vind dat zij al veel doen. Als we het verplicht zouden stellen, zal hun natuurlijke bereidheid tot sociaal werk afnemen.” De rolverdeling waarbij vrouwen zorgen voor het "gezinsmanagement' zou volgens Hackler wel anders kunnen, maar voorlopig is het een gegeven. Als het doel van een algemene dienstplicht is om verantwoordelijker burgers te kweken, kan dat volgens hem veel beter via de scholen gebeuren. “Die zouden leerlingen meer op hun sociale plichten moeten wijzen en zich niet moeten terugtrekken achter hun dikke muren.”

“Deze samenleving isoleert de afwijkende mens”, aldus Hackler. “Terwijl het voor iedereen goed is om te gaan met een bejaarde die ons confronteert met onze sterfelijkheid en een zieke die ons de gezondheid op waarde leert schatten. Ik hoor vaak van Zivis dat ze nu weten hoe ze later hun stervende vader of moeder moeten verzorgen. Dat is heel positief. En voor een doorbreking van het traditionele rolpatroon is het goed dat juist jongens in de zorg werken.”

De Duitse vakbond voor de overheids- en dienstverlenende sector ÖTV, is geen tegenstander van de grootschalige inzet van vervangende dienstplichtigen in de sociale sector. Vooral niet omdat er in veel bejaarden- en ziekenhuizen een groot gebrek aan personeel is. W. Schelter van de afdeling gezondheidsbeleid van het hoofdkantoor van de ÖTV (2,2 miljoen leden) ziet wel problemen als dienstplichtigen terecht komen op plekken waar iemand met een normale arbeidsverhouding hoort te werken. “Dan worden arbeidsplaatsen vernietigd.” Hij schat dat er jaarlijks hoogstens duizend gevallen zijn waar het op die manier verkeerd gaat.

Meer moeilijkheden zijn er in de "grijze zone'. Het is niet altijd even duidelijk of de Zivi aanvullend werk doet, zoals de wet voorschrijft. Als hij de telefooncentrale van een ziekenhuis bemant, is de zaak duidelijk. “Maar als hij zonder begeleiding van een verpleegkundige zieken verzorgt, bestaat het gevaar dat hij dingen doet die eigenlijk niet mogen.” De omvang van dit misbruik op de glijdende schaal is volgens Schelter moeilijk te bepalen. Het personeel in de instellingen kan er het beste zelf op letten dat CAO's niet door de vervangend dienstplichtigen worden ondermijnd. Een algemene dienstplicht voor jongens en meisjes wijst de ÖTV van de hand, onder meer omdat Schelter een negatief effect op de economie verwacht, als in deze tijd van teruglopende kindertallen een hele jaargang jongeren lange tijd aan de arbeidsmarkt wordt onttrokken.

H. Casper is directielid van een klein bejaardenoord in een voorstad van Bonn. Vanuit het raam is de Drachenfels op een heuvel aan de andere oever van de Rijn te zien. Casper is zeer tevreden over zijn vijf Zivis, waarvan er drie in de verpleging werken, een als huismeester en een in de keuken. In het ruime, nieuwe gebouw staan hier een daar antieke meubelstukken uit de oude villa waarin het oord tot twee jaar geleden was gehuisvest. “De bewoners vinden dat mooi, daarom laten wij ze staan.”

De vijf Zivis werken samen met de 22 vaste arbeidskrachten. “Als we hen niet hadden, wist ik niet hoe we het zouden redden”, zegt Casper. Zijn inrichting komt gemakkelijk aan vervangend dienstplichtigen. “We hebben een goede naam en behandelen de Zivis niet als tweedeklas werknemers.” Een Zivi kan volgens Casper een echte vakman niet vervangen, maar wel een deel van diens taken overnemen en zo zorgen voor verlichting.

Aan een brede gang wonen de bejaarden in hun appartementen. Op de deuren staan naambordjes en het personeel belt alvorens naar binnen te gaan. Het is lunchtijd en dienstweigeraar Hartmut Mohncke (18) helpt mevrouw Ludwig met eten. Ze ziet niets meer en door de reuma in haar handen kan zij geen lepel vasthouden. Haar man is nog gezond en zit naast haar op een stoel. De kamer wordt voor een flink deel in beslag genomen door twee eenpersoons bedden die tegen elkaar aan staan.

Hartmut heeft net zijn Arbitur afgerond en wilde voor hij volgende jaar iets technisch gaat studeren, zijn diensttijd als huismeester in het bejaardenoord doorbrengen. Maar hij kwam terecht in de verzorging. Nu zegt hij niet anders meer te willen. “Ik was een beetje bang om oude mensen te wassen en zo, maar ik vind het nu heel interessant om met ze om te gaan. Je hebt er veel geduld voor nodig, en dat is niet eenvoudig, maar het is onze christenplicht hen te helpen.”