De "België-route' blijft open voor uitgelote studenten; "Vrijheid onderwijs niet opofferen aan Nederlands probleem'

ANTWERPEN, 19 OKT. Bij de vijf medische faculteiten in Vlaanderen staan dit jaar bijna vierhonderd eerstejaars uit Nederland ingeschreven die in eigen land zijn uitgeloot. Nog eens tweehonderd Nederlandse eerstejaars studeren in Vlaanderen diergeneeskunde of tandheelkunde. In Antwerpen zijn aan het Universitair Centrum dit jaar 170 Nederlanders aan hun studie medicijnen begonnen, samen met "slechts' 107 Belgen, terwijl in Leuven 127 Nederlanders (op een totaal van 479 eerstejaars) aan dezelfde studie zijn begonnen. Zij treffen daar 32 landgenoten in de collegebanken aan, die het jaar moeten overdoen. In Gent komen 80 van de 220 studenten diergeneeskunde uit Nederland.

Dank zij de "België-route' kunnen ieder jaar veel meer dan 1485 studenten - de numerus fixus voor geneeskunde die in Nederland op grond van de capaciteit van de acht faculteiten en de verwachte vraag naar artsen is vastgesteld - aan een artsenopleiding beginnen. België bespaart Nederland op die manier twee grote medische faculteiten. De Fransen, die aan het einde van het eerste studiejaar een scherpe selectie onder geneeskundestudenten plegen toe te passen, hebben nog meer profijt van de Belgische weerzin tegen aantasting van de studievrijheid. Waalse medische faculteiten weten nauwelijks raad met de horden Franse studenten, die in België een nieuwe kans wagen. De helft van alle eerstejaars medicijnen aan Waalse universiteiten bestaat uit Fransen.

Voor Nederlandse studenten is studeren in België bovendien financieel aantrekkelijk. Voor bepaalde studierichtingen, waaronder geneeskunde, behouden zij hun recht op studiefinanciering, hun OV-jaarkaart én de volledige vergoeding voor het collegegeld, ook al ligt dat in België duizend gulden lager. Daar komt overigens verandering in: vanaf volgend jaar kunnen alle Nederlandse, Vlaamse en Noordrijnwestfaalse studenten aan elkaars universiteiten studeren met behoud van studiefinanciering, maar voor de vergoeding van het collegegeld gelden voortaan de wetten van het land waar men studeert.

De toeloop van Nederlanders en Fransen vergroot de druk op de ministers van onderwijs in de beide deelregeringen om maatregelen te nemen. België is onderhand het enige land in Europa dat niet op een of andere manier de toelating tot de medisch georiënteerde studierichtingen heeft beperkt. “We hebben over die kwestie onlangs een bijeenkomst gehad van alle Belgische decanen”, zegt de decaan van de Antwerpse faculteit der geneeskunde prof. J. Hulselmans, “maar de meerderheid heeft zich daar om principiële, intellectuele of sentimentele redenen tegen de instelling van een numerus clausus verklaard. Ik ben er zelf ook tegen. Volgens mij gaat het om een cyclisch verschijnsel, dat wij tien jaar geleden al eens met de Duitsers hebben meegemaakt. Dat gaat vanzelf weer over.”

Intussen vaart zijn universiteit wel bij de Nederlandse belangstelling, geeft Hulselmans toe. Belgische universiteiten worden per student gefinancierd; een geneeskundestudent levert zelfs 350.000 frank per jaar op. In Vlaanderen mogen buitenlandse studenten worden meegerekend, in Wallonië niet. Dat verklaart wellicht de grotere Waalse haast om maatregelen te nemen. De woordvoerder van de Waalse onderwijsminister M. Lebrun bevestigt dat in Wallonië hard gewerkt wordt aan de invoering van een numerus clausus, maar aan Vlaamse kant wordt minder haast aan de dag gelegd, ook al heeft minister Ritzen onlangs in de Eerste Kamer gezegd dat Vlaanderen er goed aan zou doen een numerus clausus in te stellen. Die uitspraak heeft aan de Vlaamse universiteiten veel irritatie veroorzaakt. Decaan Hulselmans: “Wij kunnen toch moeilijk onze vrijheid van keuze van onderwijs gaan opofferen om een Nederlands probleem op te lossen. Maar anderzijds mag het bij ons ook geen problemen veroorzaken. Er werd door een van mijn collega's voorgesteld om dan maar een numerus clausus alleen voor Nederlanders in te stellen. Ik heb toen gezegd: dan hangen we overal aan de ingang een bordje neer met "Eigen volk eerst'. Over die oplossing is dus niet meer gepraat.”

De Vlaamse minister van onderwijs, L. Van den Bossche, wil nog niets kwijt over de invoering van een numerus clausus: “Wij zijn de zaak serieus aan het bestuderen, maar het is nu nog te vroeg er iets over te zeggen”, zo luidt zijn commentaar. Als Van den Bossche toch zou besluiten een numerus clausus in te stellen, gebeurt dat eerder onder druk van de Belgische minister van sociale zaken Moreau, die de kosten van de gezondheidszorg probeert terug te dringen. Artsen zouden eerder met pensioen moeten gaan, er zou een vestigingswet moeten komen en de medische faculteiten zouden minder studenten moeten opleiden. De laatste oplossing heeft de zegen gekregen van de Belgische artsenorganisaties omdat die hun belangen het minst schaadt. Maar de universiteiten zijn er niet gelukkig mee. Volgens hen is een dergelijke maatregel overbodig omdat de wal op een goede dag het schip toch keert. Een groot deel van de Nederlandse studenten verdwijnt immers na een of twee jaar weer: de gelukkigen omdat zij bij hun tweede poging worden ingeloot en de ongelukkigen omdat zij hun eerstejaars-examen niet halen. “Nederlandse studenten hebben de neiging de studie te onderschatten”, legt de Leuvense monitor P. Remmerie uit: “In het begin merken ze dat ze een voorsprong hebben op de Belgen, dus studeren ze minder. Maar dat is snel voorbij. Belgische studenten werken volgens mij gemiddeld 55 uur per week. Een Nederlander heeft dat er niet voor over. Uiteindelijk bij examens slaagt 50 procent van de Belgische studenten, tegenover slechts een kwart van de Nederlandse.”

    • Jacques Herraets