Brendel overtuigt niet in sonates Beethoven

Concert: Alfred Brendel, piano. Programma: Beethoven, sonates opus 31, nr 1, 2, 3, en opus 101. Gehoord 18/10 Concertgebouw, Amsterdam.

Alfred Brendels persoonlijkheid is niet vrij van tegenstrijdigheden. Zo beweerde hij stellig gekant te zijn tegen iedere specialisatie en bewees hij vervolgens met zijn concertcycli en integrale opnamen een Schubert- en Beethovenspecialist te zijn. Twee complete uitgaven van de Beethovensonates heeft hij immiddels op zijn naam staan en precies tien jaar geleden gaf hij onder meer in Amsterdam een Beethovencyclus. Gisteravond opende hij de serie Meesterpianisten met een eerste aflevering van een nieuwe Beethovencyclus. Deze keer vinden de concerten met grote tussenpozen plaats en loopt de serie over drie seizoenen.

Vergeleken met de nu ongeveer vijftien jaar oude Philips-opnamen is Brendels Beethoven-interpretatie vrijer geworden, de soms wat schoolmeesterachtige nadrukkelijkheid heeft plaatsgemaakt voor een natuurlijk doorstromende muzikale gedachtengang, die hij met formidabele pianistische beheersing zeer genuanceerd weergeeft. Het merkwaardige is echter dat Brendel steeds grote lijnen zoekt, ook daar waar ze niet te vinden zijn in de partituur. Feilloos trof hij het zangerige karakter van het eerste deel van opus 101 met het Schubertachtige thema dat Wagner terecht aanduidde als "unendliche Melodie'. Maar bij het thema waarmee opus 31 nr. 3 inzet, werd stelselmatig over de rusten heengespeeld, zodat het stokkende karakter omgezet werd in een vloeiende beweging. In de dynamische tekens gaat Brendel sterke contrasten uit de weg en laat bij voorkeur geleide overgangen ontstaan, zoals een fortissimo akkoord dat doorklinkt in een pianopassage, of een serie trillers die exact hetzelfde klinken, óók wanneer onder sommige sforzato staat genoteerd. Door Brendels behoefte aan lange lijnen werd zelfs het barse karakter van het "Vivace alla Marcia' in opus 101 versluierd: het gepuncteerde ritme werd onder grote bogen samengevat.

Een musicus als Brendel weet precies wat hij doet en wanneer hij afwijkt van de voorschriften in een partituur, dan is dat binnen de marge van zijn eigen visie. Als een persoonlijke visie overtuigt, dan gaat men niet muggeziften over oncorrecte kleinigheden. Maar Brendels visie op Beethoven overtuigde mij niet. Alle kleinigheden bij elkaar werden een ernstig obstakel. De oorzaak hiervan is dat zijn blik bijna voortdurend is gericht op wat gaat komen. Hierdoor wordt bij het publiek de aandacht afgeleid van het moment en er ontstaat op den duur een gebrek aan concentratie. Dat is niet alleen tegenstrijdig aan Beethovens muziek, maar ook aan het meesterschap en de toewijding van Alfred Brendel.

    • Katja Reichenfeld