Vliegtuiglobby wil 100 mln extra steun Fokker

ROTTERDAM, 17 OKT. De Nederlandse overheid moet jaarlijks circa 100 miljoen gulden beschikbaar stellen voor research en technologie-ontwikkeling ten behoeve van de vliegtuigbouw. Die bijdrage moet komen bovenop de middelen uit het zogenoemde "revolving fund' waaruit nu allerlei activiteiten, inclusief de ontwikkelingssteun voor Fokker, worden gefinancierd.

Deze eisen heeft de Nederlandse vliegtuiglobby deze week bij het kabinet op tafel gelegd. De opstellers van de nota, de TU Delft, het Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR), Fokker en het Nationale Luchtvaart- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR), achten deze extra impuls voor de vliegtuigtechnologie nodig als Fokker zijn leidende rol bij de ontwikkeling van vliegtuigen van 65 tot 130 passagiers - zoals voorzien bij de overname door het Duitse Dasa - wil kunnen waarmaken. “Alleen door het handhaven en waar nodig agressief ontwikkelen van kennis, technologie en techniek op hoog niveau kan dit leiderschap behouden blijven”, aldus het pleidooi.

“Nederland wil nadrukkelijk het zelfscheppend karakter van Fokker behouden. Als je zegt je dat een nieuwe generatie vliegtuigen wilt ontwikkelen, moet je zorgen dat Fokker de kennis heeft om dat ook te doen”, zegt namens de indieners van de nota NIVR-voorzitter en oud-minister van economische zaken drs. G.M.V. van Aardenne. Hij wijst erop dat tijdens de onderhandelingen over de verkoop van Fokker de Nederlandse overheid uitdrukkelijk de wens heeft geuit dat de zelfscheppende vliegtuigbouw in Nederland behouden blijft. In het afgesloten principe-akkoord is trouwens al vastgelegd dat de overheid een deel van de opbrengst van haar Fokker-aandelen zal storten in een pot voor vliegtuigontwikkeling.

De nota bepleit een scheiding aan te brengen tussen projectfinanciering (hiertoe dient onder andere het door het NIVR beheerde revolving fund) en de financiering van het "voortraject' voor vliegtuigontwikkeling. Gevreesd wordt dat de omvang van het revolving fund, dat zichzelf uit de opbrengst van verkochte vliegtuigen steeds vernieuwt, in de toekomst onder druk zal komen te staan, onder andere door afspraken in GATT-verband.

Het voortraject, in de vorm van een vliegtuigtechnologieprogramma, behoeft volgens de nota een extra impuls om Fokkers leidende rol in het samenwerkingsverband met Dasa veilig te stellen. In Nederland zijn al sinds lange tijd geen volledig nieuwe vliegtuigen ontwikkeld. De huidige en op de tekentafel liggende Fokker-toestellen zijn alle afgeleid van de F27 Friendship en de F28 Fellowship. Daarom is het volgens de nota nodig de relevante kennis uit te breiden en op te frissen en dienen nieuwe technische teams te worden geformeerd. Bij de technologie-ontwikkeling denken de opstellers van de nota vooral aan omvangrijke demonstratieprogramma's op het gebied van aerodynamica (vleugelontwikkeling, voortstuwingsintegratie), constructies en materialen, bij voorbeeld de introductie van vliegtuigdelen als stabilo's, vleugels en rompen van composietmateriaal. Ook valt te denken aan systeemconcepten als "fly by wire'. Fokker zal naar vermogen ook zelf meebetalen aan dit soort werkzaamheden.

Volgens de vliegtuigsector is een overheidsbijdrage van 100 miljoen gulden in lijn met wat in andere landen gebruikelijk is. Zou Fokker niet op vergelijkbare wijze worden gesteund, dan ondergraaft dit zijn concurrentiepositie. Het voorstel past volgens de indieners ook in wat in GATT-verband op dit terrein als norm is aanvaard.

“Nederland moet zijn relatief sterke positie in de vliegtuigbouw in Europa verdedigen”, licht NIVR-voorzitter Van Aardenne toe. “Je moet zuinig zijn op iets waarin je heel sterk bent. Er is niets tegen samenwerking in de sector, maar je moet wel zorgen dat het hier blijft. Je moet als overheid investeren in het technologie-traject. Als je ziet dat de begroting van Economische Zaken tot de structurele dalers behoort terwijl de overdrachtsuitgaven voortdurend blijven stijgen, dan weet je dat je op de verkeerde weg bent.”

    • Ben Greif