Spoedberaad van EG-leiders was de Top van de ijsberg

BIRMINGHAM, 17 OKT. De Europese regeringsleiders hebben gisteren in Birmingham met een symbolisch gebaar de onderlinge eenheid hersteld en de burgers beloofd hen meer te betrekken bij de EG-besluiten. De regeringsleiders zeggen binnen twee maanden met praktische voorstellen te komen voor een meer openbare besluitvorming. Zij zeggen nadrukkelijk de politieke en monetaire unie te zullen doorzetten en volledig vertrouwen te hebben in het Europese Monetaire Systeem. De doelen van het economische EG-beleid zoals bestrijding van de inflatie, het beperken van de overheidstekorten en de invoering van een binnenmarkt zonder grenscontrole blijven gehandhaafd.

Premier Major, die de bijeenkomst voorzat, zei er absoluut van overtuigd te zijn dat de twaalf lidstaten gezamenlijk op weg blijven naar een Europese Unie. “Niemand zal achter worden gelaten. Er komen geen kleinere groepen”, zei Major, verwijzend naar de geruchten over een "mini-Europa'. Volgens de Britse premier is het onderling vertrouwen hersteld. Minister Van den Broek zei dat de EG “door de ergste crisis-achtige toestanden heen is”. Premier Lubbers zag het ronduit zonnig in. Na het Deense referendum van begin juni had hij eigenlijk “alleen maar goed nieuws gehoord” over Europa.

De ingelaste top liet ook belangrijke onderwerpen onbesproken: de chaos in het EMS en de herintrede van het pond in het monetaire stelsel, bestrijding van de recessie, aanvullingen bij "Maastricht' ten bate van de Denen. Nieuwe grondregels voor een terughoudender optreden van de EG-instellingen werden evenmin vastgelegd.

Was Birmingham daardoor een overbodige top of een surrealistische top? Uiteindelijk had minister Van den Broek nog de treffendste kwalificatie voor de spoedbijeenkomst van Europese regeringsleiders. Hij sprak van de Top van de ijsberg, waarmee scherp werd aangeduid dat in Birmingham het gros van de problemen onder de oppervlakte was gebleven. Bedoeld om de vertrouwenscrisis in de EG na de serie debâcles over "Maastricht' te bedwingen, produceerde de "tussentop' niet meer dan een handvol bezweringsformules. Een "easy-to-read guide' voor de verworvenheden van Europa, zo kwalificeerde de Britse premier de Verklaring van Birmingham. Maar in werkelijkheid was de slotverklaring vooral makkelijk te lezen omdat er niet bijzonder veel van belang in stond.

Het was een top waar inhoudelijk zo weinig te beleven viel dat de meer dan tweeduizend mediavertegenwoordigers zich voluit op de gebeurtenissen in de marge stortten. Waarom bood de Deense minister Uffe Ellemann-Jensen premier Major een aantal miniatuur Deense appeltjes aan? En van welk ras waren ze eigenlijk? Antwoord: het ras Ingrid Marie, dat door een administratieve blunder van Brussel tijdelijk niet als appel was erkend. Vrolijkheid alom.

Was het juist dat de van prostaatkanker herstellende president Mitterrand "door de knieën' was gegaan (aldus de BBC) en naar het ziekenhuis was vervoerd?

Pag 5: Opvoedingsprogramma voor EG-burgers

Had de Bondsrepubliek de Denen gevraagd hun komende voorzitterschap op te geven, vanwege de interne bezwaren tegen "Maastricht'? Antwoord: nee, maar het bleek aardige bezigheidstherapie voor de landerig rondhangende journalisten.

"Birmingham' leek in menig opzicht de top van gisteren voor de problemen van gisteren. Premier Major moest zich een hele dag in een modern vergaderpaleis bezighouden met abstracties als "subsidiariteit' en "Europees burgerschap' terwille van zijn geloofwaardigheid als leider van de volop Eurosceptische Conservatieve partij. Maar die crisis verbleekte alweer bij de deuk die de mijnsluitingen in zijn gezag als politiek leider van de EG sloegen. Gisterochtend vroeg heel Engeland zich vertwijfeld af waar het politieke inzicht van Major gebleven kon zijn - welke premier bij zijn gezond verstand sluit 31 van de 50 Britse mijnen zonder daarover zijn voltallige kabinet te raadplegen? Wat dat betreft kon de aanblik van de geplaagde Major op de televisieschermen in het gezelschap van de Groten der EG niet op een beter moment komen. John Major hoorde tenminste nog ergens bij: de verklaring van de Twaalf dat een Europa zonder Engeland ondenkbaar was, was als zalf op de wonde bedoeld.

Maar de Britten hadden er gisteren hun hoofd dan ook niet helemaal bij. Te elfder ure werd aan de Birmingham Summit nog een binnenlands politieke draai gegeven. De gehele discussie over het Europa van de technocraten en het verlies aan nationale identiteit werd opzij geveegd ten bate van het Europa van de welvaart en rijkdom. Subsidiariteit, zo verklaarde een hoge Britse ambtenaar gaat in werkelijkheid over "jobs, jobs, jobs'.

Wie die sprong kon maken, had ook geen moeite meer met de slotverklaring, die volstond met vleiend proza over de rechten van de burger en de plichten van het Euro-complex om zich kwetsbaarder op te stellen. In de veronderstelling dat wie "Europa' en "Maastricht' maar goed uitlegt daarmee ook automatisch medestanders kweekt, legden de lidstaten zich vast op een compleet opvoedingsprogramma. De voordelen van de EG en het Unie-verdrag zullen "duidelijk aan onze burgers worden gedemonstreerd'.

Intussen wensten de regeringsleiders geen woord aan de openbaarheid prijs te geven over de werkelijke problemen. De chaos in het EMS, veroorzaakt door de dramatische val van het pond en de lire, willen de regeringsleiders blijkens hun slotverklaring alleen laten "analyseren' en "evalueren' door de ministers van financiën. Zij blijven in het EMS een “sleutelfactor voor economische stabiliteit en welvaart in Europa” zien. Het aanvankelijke streven van EG-voorzitter Major om tot een hervorming van het EMS te komen heeft daarmee definitief schipbreuk geleden.

Zoals verwacht beloven de regeringsleiders in hun slotverklaring besluiten voortaan “zo dicht mogelijk bij de burger” te nemen. Maar daarbij werd niet uitgelegd welke grondregels daarvoor in de praktijk zullen gelden. De lidstaten zijn daarover nog ernstig verdeeld. Bij het meer openbaar maken van de EG wordt gedacht aan het toegankelijk maken van “sommige” bijeenkomsten van de ministerraden voor pers en publiek. Een “meer systematische” consultatie van de nationale parlementen voorafgaand aan nieuwe besluiten. Een betere toegankelijkheid tot de bestuursinformatie van de EG-instellingen voor de burger. Een simpeler en helderder wetgeving. Ook krijgen de Europese Commissarissen er een taak bij: zij moeten ieder bij één van de nationale parlementen als "liaison' gaan fungeren en regelmatig voor commissies van die parlementen verschijnen om uitleg te geven.

Onder druk van de Benelux, Spanje en Ierland en tegen de zin van de Britten is vastgelegd dat eventuele nieuwe procedures het evenwicht tussen de EG-instellingen niet mag verstoren. Voor de Britten staat nog niet vast hoe het evenwicht tussen de instellingen op basis van het Verdrag van Maastricht er eigenlijk uit moet zien. De kleinere lidstaten willen vooral voorkomen dat de bevoegdheid van de Europese Commissie om wetsvoorstellen te doen wordt aangetast. Bondskanselier Kohl steunde gisteren deze opstelling door op te merken dat de nieuwe terughoudendheid van de Europese Commissie niet mag leiden tot een "repatriëring van bevoegdheden'.

De kleinere lidstaten vrezen voor wat wel een "renationalisatie' van gemeenschappelijk beleid wordt genoemd. Het eerste Britse ontwerp van de slotverklaring wezen de andere lidstaten met volgens Dankert “overweldigende meerderheid” van de hand omdat er teveel nadruk gelegd werd op behoud van de bevoegdheden van de individuele lidstaten ten koste van de Europese Commissie.

In Birmingham is ook niet in detail gesproken over mogelijke aanvullingen die het Verdrag van Maastricht voor de Deense kiezer alsnog acceptabel kunnen maken. De Deense premier Schlüter heeft toegezegd begin november een voorstel te doen om uit de impasse te raken. Over krap twee maanden, tijdens de Europese top die in Edinburgh wordt gehouden, willen de regeringsleiders een “raamwerk voor een oplossing” vaststellen.

En hoe denken de regeringsleiders de economische recessie die in de lidstaten steeds meer begint te knellen, aan te pakken? Voor de toekomst is dat een veel belangrijker probleem dan de vraag hoe de burger duidelijk gemaakt kan worden dat het "Europese burgerschap' een extra accessoire is en niet in de plaats komt van de nationale identiteit.

    • Folkert Jensma