Over Badinter (3)

Mark Blaisse bespreekt het laatste boek van Elisabeth Badinter en deelt de inhoud mee van een merkwaardig interview, dat hij met de schrijfster had. Merkwaardig vanwege een aantal onzinnige dingen, door haar verkondigd. Ik wil mij hier beperken tot datgene, dat tot mijn competentie en blijkbaar niet tot de hare behoort. De man, zo stelt zij, is in aanleg een vrouw en in het bezit van twee vrouwelijke geslachtschromosomen, de X-chromosomen en tijdens zijn embryonale bestaan krijgt hij het mannelijke chromosoom, het Y-chromosoom erbij.

De werkelijkheid is anders. Op het moment van de bevruchting, als de eicel en de zaadcel zich verenigd hebben, ligt de genetische code vast en is bepaald of dit pre-embryo (met enig geluk) uit zal groeien tot een man of een vrouw: XX betekent een vrouw, XY betekent een man. Het Y-chromosoom is met enige kwade wil te beschouwen als inferieur aan het X-chromosoom, omdat het kleiner is en een deel van de erfelijke informatie van het X-chromosoom mist. Maar het bevat wel een stof, het H-Y antigeen, welke stof verantwoordelijk is voor de uitgroei van de gonaden, de geslachtsklieren, tot testikels en niet tot ovaria. Deze testiculaire differentiatie begint in de zevende week van de zwangerschap. Onder invloed van het mannelijk geslachtshormoon, het testosteron, verdwijnen de buizen van Müller, waaruit zich bij het vrouwelijke embryo de eileiders en de baarmoeder ontwikkelen, groeit het geslachtsknobbeltje uit tot de penis en dalen de testikels door de lieskanalen af in de huidplooien, die bij de vrouw de grote schaamlippen vormen en bij de man samengekit worden tot de balzak. In de vrouwelijke vrucht ontbreekt het H-Y antigeen, waardoor de gonaden in de 13de-16de week van de zwangerschap uitgroeien tot eierstokken, de buizen van Müller tot eileiders en baarmoeder worden en het geslachtsknobbeltje tot clitoris.

Van dit verschil in ontwikkeling kan men het volgende zeggen, maar ook niet meer: als de in eerste instantie aanwezige aanleg de kans krijgt om zich verder te ontwikkelen, ontstaat een vrouwelijk individu. Is de man daarom in aanleg een vrouw? Kan men hem zelfs als een mislukte vrouw beschouwen? Dit is een kwestie van welke invalshoek men kiest, met welke ogen men ernaar wil kijken. Het komt mij voor, dat het realistisch is om niet naar de vorm in eerste aanleg te kijken, maar naar de genetische code, die bepaalt of een vrucht zich in vrouwelijke of in mannelijke richting zal ontwikkelen. Elisabeth Badinter heeft de verkeerde invalshoek gekozen.

    • Dr. G.P.M. Kruyver