Op de rand van Europa

John Major moet gisteren een verzameling licht verbijsterde collega's op bezoek hebben gekregen in Birmingham. De gasten zijn wel wat gewend van die mevrouw die vroeger Brittannië vertegenwoordigde, maar zelfs zonder handtas zijn de Britten nu moeilijk te volgen. Zij verlagen de rente in paniek als reactie op de woede der mijnwerkers, die de leiders verwelkomen met "Stuff Maastricht'. Weinig presidenten en premiers zullen op de ingelaste Euro-top veel wijzer zijn geworden over de jongste woelingen van de Britse ziel.

Wie een tijdje in Engeland heeft gewoond volgt iedere crisis die het land treft met een gevoel van veilige herkenning. Van het continent af gezien past het allemaal in de niet bestaande tv-serie "End of an exhibition', met veel thee en antiek, af en toe een goed gekleed lijk, opgerold in een Canaletto, "Theems-gezicht bij mist', of zo. Het land is nu eenmaal een museum van zichzelf, en als het museum zelf instort, geeft dat rumoer. De oud-Engeland-gast weet dat het meestal meevalt.

Dit keer niet. Net terug van een paar dagen op herhalingsoefening, moet ik bekennen dat het nu anders is. Het gaat veel slechter met Groot-Brittannië dan ik uit alle dramatiek via krant, radio en televisie had opgemaakt. Verantwoordelijke politici, die al jaren genuanceerd over de EG praten, roepen afschuwelijke anti-Duitse dingen. Verstokte vrije markters smeken om regerings-ingrijpen. Engeland is grondig van slag.

Ik was eerst in Cardiff, het innemende centrum van die grote westelijke buiten-provincie Wales, waar "Engeland' altijd half als een bevriende, half als een bezettende mogendheid wordt besproken. De afkeer is er nooit zo morbide in daden omgezet als in Noord-Ierland, al kunnen Engelse vakantievierders er nooit helemaal zeker van zijn dat hun huisje in Wales er volgende zomer nog staat. Het politieke verzet van de Welsh heeft ook nooit de consequente felheid van de Schotse nationalisten gekregen.

Wales was misschien te dichterlijk, en vooral te veel uitgeput. De provincie was industrieel zo eenzijdig afhankelijk van kolen en staal dat de grote neergang in die twee takken van bedrijf heeft gezorgd voor een economie die volkomen afhankelijk was van ontwikkelingshulp uit het verre Londen. De laatste mijn-parkiet in de Rhondda Valley zwijgt. Alleen als de Japanners er tv's komen bouwen, is er iets te doen.

Net als in Noord-Ierland wordt de provincie bestuurd door een minister, die in het kabinet zit en Wales "doet'. Stel je voor dat hier iemand "Minister voor Nederland beneden de grote rivieren' zou zijn, verantwoordelijk voor wegen, scholen, fabrieken, alles. Deze bewindsman, David Hunt, hoorde ik dezer dagen een groep Europeanen en Japanners losjes toespreken over zijn rijkje. Het ging allemaal de goede kant op, let niet op de "Maastricht'-problemen, wij Britten horen in het hart van Europa thuis. Investeert u gerust in Wales.

Het gebouw van de South Glamorgan County Council, waar Hunt zijn glimmende brochure uitsprak, staat bovenop de resten van wat eens een wereldhaven voor het Empire was. Niets, niets is er over van dat zeevaart-verleden. Zelfs de uitgang naar de zee willen ze afsluiten om een fijn recreatiemeer zonder eb en vloed te creëren.

Alles wat het in Cardiff doet, is met bewonderenswaardige inzet opgebouwd door of met hulp van de Welsh Development Board, een instelling die met regeringsgeld dit leeggeschepte landsdeel helpt zich uit het moeras te tillen. Tussen de verlaten loodsen en het rondgeschepte puin, liggen wegen en gebouwen, hotels en fraaie uitzichtpunten te wachten op een toekomst. Er is het één en ander bereikt, maar wie het onopwindende Nederlandse gezicht van de recessie gewend is, schrikt in Wales.

Hij ging een nieuw model Japanse terrein-auto's importeren, de resolute, gedrongen man die mij uitlegde hoe het zakenleven in Cardiff er voor staat. Verschillende van zijn zakenvrienden waren al failliet, opgeknoopt door hun bank, die, toen de waarde van hun bedrijfsgebouwen daalde beneden hun hypotheek, extra zekerheid vroeg, of vervroegde aflossing - allemaal desastreus bij instortende omzetten.

Mijn docent reële economie hoopte in een jaar honderd van die auto's-met-onnodige-aandrijving-op-vier- wielen te slijten. Maar adverteren was eigenlijk te duur. En wie het geld heeft om geld te lenen voor zo'n ding van meer dan 20.000 pond, wist hij ook niet precies. Als ze maar wisten dat het concurrerende Britse vehikel 10.000 meer kostte en het er niet bij haalde.

Deze dealer zal wel blij zijn met de volle procent rente-verlaging die Major en zijn kanselier gisteren overhaast uit de hoge hoed toverden. Maar de gaten in de bedrijfsbegroting en in de portemonnee van veel gewone Britten zijn langzamerhand zo groot, dat één procent opluchting de kooplust niet zomaar herstelt.

De dichtgespijkerde winkels en bedrijven in de stad en verderop in het tijdens de jaren '80 zo welvarende zuiden van het land spreken boekdelen. Niemand heeft een sluitende verklaring voor deze economische malaise. Recessie in Amerika, te hoge rente in Duitsland plus het korset van het Europees Monetair Systeem. Het is allemaal een beetje waar, maar niet afdoende.

Labour zegt dat de Conservatieven geen idee meer hebben wat ze moeten doen. Dat lijkt een verantwoorde analyse. Het vervelende is dat die nooit gevolgd wordt door een begin van een samenhangend alternatief. Britten zien economie als een knoppendoos (geldhoeveelheid, rente, wisselkoers), niet als een fijnmazig nationaal proces. Op alle knoppen is al gedrukt, niemand weet een nieuw wasprogramma.

Nu bijna alle mijnen in één klap dicht moeten van de regering, is de sfeer van opstand overgeslagen naar Conservatieven in de regeringsfractie, die woorden als "misdadig' gebruiken om het beleid van de eigen regering te omschrijven. De diepte van de recessie is onthutsend. Ook oude rotten praten er met minder geamuseerde distantie over dan gebruikelijk. Het meest verbazende van de economische radeloosheid is dat het een laag vernis heeft weggeschuurd die een buitengewoon primitief soort xenofobie bedekte.

Het codewoord voor uitdrukking van alle wanhoop en beantwoording van de schuldvraag was "Maastricht'. Europa mag van geluk spreken als de Britse volkswoede zich eerder al meester maakt van de mijnsluitingen. De parlementaire kans daarvoor doet zich volgende week al voor. Het zal maar even helpen. De rauwe waarschuwingen aan de rafelranden van Europa zijn niet met een paar avonden voorlichten of debatteren af te kopen.