Onkreukbaarheid materie of geest

De wet gaat ervan uit dat overheidsdienaren onkreukbaar zijn, maar de vraag is hoe je dat wordt? Wordt de mens onkreukbaar geboren of wordt hij in onkreukbare plooien gestreken? Is onkreukbaarheid een karakterstof of een inzicht dat zich in het leven vormt? Vorm je het uit jezelf of pas als het wordt voorgedaan?

Het zijn vragen die elke bezorgde moeder van elke kersverse ambtenaar zich weleens heeft gesteld: Hoe wordt mijn zoon een onkreukbaar ambtenaar, volgens de normen die het wetboek van strafrecht vooronderstelt? De eerste bron die dejonge ambtenaar zelf raadpleegt, is het Algemene Reglement voor Ambtenaren, maar dat maakt hem niet veel wijzer. Dat Reglement beschouwt het niet als een zedelijk vraagstuk, maar als een scheppingsordonnantie waarover geen discussie nodig is, subsidiair een axioma waarover geen discussie mogelijk is. Onkreukbaarheid is er zoals water en licht.

Intussen zit onze jonge ambtenaar met een vraag waarop hij antwoord wil hebben. Het kan zijn dat hij een departement treft waar de traditie al 175 jaar voorziet in onkreukbare ambtenaren. Maar bij wie moet hij zijn licht opsteken als hij begint in een omgeving waar dat vangnet van interne zekerheden ontbreekt? Geen bibliotheek die zijn vragen oplost, geen ervaren collega's die hem op weg helpen, geen ouder orakel dat hem wijsheid geeft, hij zal er op eigen kracht uit moeten komen.

Het was een probleem dat zich ook presenteerde aan de stichters van de staat Israel: ze hadden aan alles gedacht, maar dit ene probleem hadden ze over het hoofd gezien. De jonge democratie stond nog geen week op eigen benen of premier David Ben Gurion moest zich er al het hoofd over breken. Een jonge ambtenaar kwam zijn kamer binnen en vroeg hem opgewonden: Mr. Prime Minister (het verplichte Hebreeuws zat er nog niet bij iedereen goed in en de meeste ambtenaren spraken nog beter Engels), de Tien Geboden zeggen niets over onkreukbaarheid, wat moeten we doen?

Ben Gurion, die meer aan zijn hoofd had en ook nog supervisie moest geven aan een leger in oorlogstijd, kon er niet lang over nadenken, maar hij zat nooit verlegen om goede invallen en hij gaf zijn jonge ambtenaar (naamgenoot) zonder op te kijken deze wijze raad: “Beste David, onze staat is bijna een week oud, we moeten nu voor onszelf nadenken”.

In een democratie mogen ook ambtenaren voor zichzelf denken. In een democratie hoeven ze geen zedelijke normen aan hun superieuren te ontlenen, die ontlenen ze aan zichzelf. Vroeger (laten we het maar weer noemen: in de tijd van Drees) ging dat de ambtenaren goed af, maar nu wordt ook de overheidsdienst bedreigd door het “sluipend gevaar van bezoedeling van de ambtelijke reputatie, die de hoge waarden van de rechtsstaat ontkent” (minister Dales).

Als de BVD weet hoe hij het probleem moet aanpakken, kunnen de voormalige gummizolen van de Haagse Kennedylaan op mijn sympathie rekenen. Maar dan zullen ze het in alle openheid moeten doen, met methodes die voor iedere belanghebbende controleerbaar zijn, en volgens pedagogische normen die zich lenen voor openbaar debat. De laatste keer dat er een fundamentele politieke discussie over zulke normen is gevoerd, is al weer 340 jaar geleden, bij de behandeling van de Instructie van Johan de Witt in de Staten van Holland. En als de BVD met iets moderners tevoorschijn komt dan die oude handleiding voor de Raadpensionaris (die ook zichzelf de duimschroeven van de integriteit aandraaide) dan ben ik dubbel benieuwd naar het zedelijk fundament van de onderzoekers van de Kennedylaan. Het propageren van onkreukbaarheid is één ding, het opvoeden tot onkreukbaarheid is een heel ander ding.

Wil de BVD het verstandig aanpakken, dan moet hij niet te hard van stapel lopen. En dan doet hij er vooral goed aan zich er rekenschap van te geven dat er op dit punt geen enkele moderne staatkundige traditie bestaat. Om corruptie te bestrijden, moeten we eerst tot onomkoopbaarheid opvoeden, maar wie is gekwalificeerd tot opvoeden? De BVD? Liever niet. De rijksrecherche? Nee, dank u (een mooie gelegenheid om ook de corruptiebestrijding van de rijksrecherche, die zich sinds jaar en dag in het geniep afspeelt, eens aan publieke criteria te onderwerpen). De staat dan? Een generatie of anderhalf geleden had de rijksoverheid nog figuren als Fock (secretaris-generaal onder Drees) en Van Duyne (verantwoordelijk voor de opleiding van hoofdambtenaren) en tal van anderen die er borg voor stonden dat de traditie van De Witt scrupuleus werd bewaakt. Maar de tegenwoordige departementen worden door de bank genomen ambtelijk geleid door technocraten, "mandarijnen zonder gezicht', aan wie ik mijn kinderen niet zou durven toevertrouwen.

Het beste departement lijkt mij nog Binnenlandse Zaken, niet omdat dat de moeder van alle departementen is (en 179 jaar oud), maar omdat dat een mooie lijfspreuk heeft waarmee het in personeelsadvertenties reclame maakt: het ministerie met de primaire taak op te komen voor de handhaving en instandhouding van de rechtsstaat. Minister Dales lijkt mij geknipt om zo'n cursus te geven, niet alleen aan haar eigen ambtenaren, maar ook aan die van andere departementen. Ze heeft het vereiste morele gezag, de bijpassende overtuiging en de portefeuille die haar recht van spreken geeft. Nazaat van Thorbecke en van Drees, maar ook een beetje van Sam van Houten, de enige echte mennoniet in het gezelschap: een radicale antibureaucraat, die zijn levenlang een doopsgezinde argwaan tegen staatsdiensten had en een onverzoenlijke afkeer van corruptie. Als Dales die lijn doortrekt, dan komt het nog wel goed met de beroepsmoraal van de Nederlandse ambtenaar.

P.S. De fractievoorzitter van het CDA in de Tweede Kamer, L.C. Brinkman, heeft in het begin van de week, in een toespraak buiten de Kamer, een model voor een opgewaardeerd burgemeesterschap gelanceerd. Brinkman liet in die toespraak blijken dat zijn opvattingen over het openbaar bestuur niet hebben stilgestaan. Zakelijk sneed zijn kritiek op het uitgeklede burgemeesterschap hout, maar het was wel buitengewoon ongevoelig van hem om niet op te merken dat de functie van de Amsterdamse burgemeester Van Thijn, hoezeer die ook mag zijn gedevalueerd, juist de afgelopen tijd in de Bijlmer haar sociale waarde heeft getoond als nooit tevoren.