Onderzoek ramp: "Belangen scheiden lijkt me juister'

MR. PIETER VAN VOLLENHOVEN, voorzitter van de Raad voor de Verkeersveiligheid, ziet een ideaal dichterbij komen: de oprichting van een onafhankelijk onderzoeksinstituut bij rampen in de sector verkeer en vervoer.

DEN HAAG, 17 OKT. Ook bij mr. Pieter van Vollenhoven moet de vraag zijn opgekomen of minister Maij-Weggen er verstandig aan deed de leiding van het onderzoek naar de vliegramp in de Bijlmermeer in handen te leggen van haar eigen Rijksluchtvaartdienst (RLD). “Ik vind het in principe juister onderzoek over te laten aan een onafhankelijke instelling.”

Deze week werd duidelijk dat de minister van verkeer en waterstaat in strijd met de door Eerste en Tweede Kamer goedgekeurde nieuwe Luchtvaartrampenwet handelt door de RLD de leiding over het onderzoek naar de ramp met de El Al-Boeing toe te vertrouwen. Deze wet, die formeel nog niet van kracht is, schrijft voor dat de minister een onafhankelijke rechtspersoon met het onderzoek moet belasten.

Mr. van Vollenhoven beijvert zich al jaren voor echt onafhankelijk onderzoek naar de oorzaak van ongelukken. Als voorzitter van de Raad voor de Verkeersveiligheid en van de Spooorwegongevallenraad is hij een hartstochtelijk voorstander van één afzonderlijke, onafhankelijke raad voor het onderzoek naar de oorzaak van ongelukken in het verkeer op de weg, het spoor, het water en in de lucht. Hij heeft Maij-Weggen nu zo ver gekregen dat deze een evaluatie laat uitvoeren naar het functioneren van de bestaande ongevallenraden en naar een mogelijkheid om de raden te bundelen: de Raad voor de Verkeerveiligheid, de Spoorwegongevallenraad, en zo mogelijk de Raad voor de Scheepvaart, de Raad voor de Luchtvaart en de Commissie Binnenvaartrampenwet.

Van Vollenhoven hoopt vurig dat deze evaluatie uitmondt in een Nederlandse variant van de Amerikaanse "National Transportation and Safety Board' (NTSB). “De methodiek van het onderzoek naar oorzaken van ongelukken, hoe verschillend ook, is vaak één en dezelfde. Zeer vergelijkbaar met een McKinsey-bureau: of ze nou de krant doorlichten, het ministerie van defensie of het ziekenhuis, de aanpak is dezelfde.” Berichten dat hijzelf bereid is het voorzitterschap van een eventuele Nederlandse NTSB op zich te nemen spreekt Van Vollenhoven niet tegen.

“Ik ben nog steeds voorstander van een onafhankelijk onderzoek. Ik hoop in november in Delft met de NTSB, met de Canadezen en de Zweden een wereldfederatie op te zetten van dit soort onafhankelijke commissies.”

Maar is het niet eigenaardig dat juist in Nederland, waar de politiek zich destijds heeft uitgesproken tegen één afzonderlijke onafhankelijke commissie voor onderzoek naar de oorzaak van ongevallen, een wereldfederatie wordt opgezet?

“De Tweede Kamer is in principe niet tegen onafhankelijk onderzoek. Het argument is altijd geweest dat Nederland te klein is voor een echt afzonderlijk en onafhankelijk instituut; dat er in Nederland gelukkig te weinig ongevallen voorkomen waardoor je eigenlijk geen expertise kunt opbouwen voor een strikt onafhankelijk onderzoeksbureau. Maar er zit een fout in deze redenering. De expertise zou je wel kunnen opbouwen als je à la Amerika alle transportmotes bij elkaar stopt: de scheepvaart, de luchtvaart, de spoorwegen en het wegverkeer.

Dan lijkt u de meest geschikte kandidaat om dit onafhankelijk bureau te leiden, aangezien u al voorzitter bent van de Raad voor de Verkeersveiligheid en de Spoorwegongevallenraad.

“Mijn filosofie vond lange tijd in Nederland weinig weerklank. Het is pas heel recentelijk, doordat de overheid door bezuinigingen anders over veiligheid is gaan denken, dat het ministerie van verkeer en waterstaat nu bereid is te onderzoeken of een nauwere samenwerking tussen de verschillende raden als zinvol moet worden beschouwd.”

Betekent dit dat Verkeer en Waterstaat bereid is te onderzoeken of de raden in elkaar kunnen opgaan?

“De top van het departement, de minister en de secretaris-generaal, is nu voor het eerst bereid te gaan bekijken of dat zin heeft. Er komt een evaluatie, die ik in januari heb aangekaart, naar het functioneren en naar de toekomst van de Raad voor de Verkeersveiligheid en de Spoorwegongevallenraad. De taak van de evaluatiecommissie zal niet worden beperkt. Ze zal ook eens goed kijken naar de Raad voor de Scheepvaart, de Raad voor de Luchtvaart en de Commissie Binnenvaartongelukken.”

Voor de commissie zijn, zo meldt Van Vollenhoven, vier leden gevraagd: als voorzitter ex-minister en Staatsraad Gardeniers en als leden de voormalige burgemeester van Utrecht en Staatsraad mevrouw Vos, de Gelderse Commissaris van de Koningin Terlouw en zijn collega in Drenthe, Meijer. “Nog deze maand krijgen ze de opdracht. Het onderzoek duurt niet langer dan een half jaar.”

U hoopt dat dit een opzet is voor één afzonderlijk en onafhankelijk instituut voor het onderzoek naar de oorzaak van ongevallen?

“Kijk eens, ik heb hier jaren voor gepleit, op grond van de Canadese ervaring, de Amerikaanse ervaring en de Zweedse ervaring. Ik vind dat het de moeite waard is om te onderzoeken: heb ik nou gelijk of heb ik niet gelijk.”

De samenstelling van het team dat onderzoek doet naar de ramp in de Bijlmer is niet onafhankelijk naar de geest van de nieuwe Luchtvaartongevallenwet die al door de Tweede en Eerste Kamer is aangenomen. Wat vindt u daarvan?

“Ik denk dat we in Nederland, ondanks de bezwaren die we maken, toch nog vooroplopen in de kwaliteit en de intentie van de mensen die met het onderzoek bezig zijn.”

Maar het gaat hier niet om de kwaliteit van de mensen. Die is niet in het geding. Het gaat om de onafhankelijkheid van het onderzoek. Het gaat om de zuiverheid. De nieuwe wet schrijft voor dat de minister de leiding van het onderzoek niet in handen legt van de RLD.

“In theorie en in principe zou ik het onderzoek naar het ongeval strikt onafhankelijk willen houden”

Dus ook in dit geval?

“Als u mij om het principe vraagt, dan vind ik dat in principe juister om daarover nooit misverstanden te krijgen.”

Waarom wilt u niets zeggen over dit conrete geval, over het onderzoek naar de ramp in de Bijlmermeer?

“Omdat bij alle onderzoeken naar oorzaken van ongevallen de betrokkenen in eerste instantie belast zijn met het onderzoek. Bij spoorwegongevallen zijn het de Spoorwegen. Er is wel een onafhankelijke raad, in het geval van de Spoorwegen is dat de Spoorwegongevallenraad. Maar wij (de raad, red.) maken gebruik van de rapporten van de Spoorwegen. Wij kunnen er wel bijzitten als die rapporten worden opgesteld, maar het is niet de Spoorwegongevallenraad die de rapporten opstelt. Ik vind het juister, als er zulke belangen op het spel staan, dat je die dingen gescheiden houdt.”

    • Geert van Asbeck Tom-Jan Meeus