MILIEU-MOORD MET VOORBEDACHTEN RADE

Ecocide in the USSR door Murray Feshbach en Alfred Friendly 376 blz., BasicBooks 1992, f 58,- ISBN 0 456 01664 2

Environmental Management in the Soviet Union door Philip R. Pryde 314 blz., Cambridge University Press, 1991. f48,50 ISBN 0 521 40905 5

Een stuk landbouwplastic er overheen en toedekken met teelaarde. Dat is je eerste reactie na het lezen Ecocide in the USSR, een boek over de toestand van het milieu en de volksgezondheid in de voormalige Sovjet-Unie. De auteurs Feshbach en Friendly zelf zijn minder pessimistisch. Zij hopen op de toenemende bewustwording onder de bevolking en de opkomst van ""groene bewegingen''. Of dat genoeg is, lijkt me na raadpleging van hun boek zeer de vraag.

De treurig makende gegevens over het milieu in Ecocide in the USSR zijn vorige week bevestigd door de Russische regering. Goskompriroda, het Staatscomité voor Natuurbescherming, publiceerde voor de eerste maal zijn tot nu toe geheime gegevens over de toestand van het milieu en de volksgezondheid. Feshbach, voormalig Sovjet-watcher in dienst van het Amerikaanse ministerie van handel en nu hoogleraar aan de Georgetown University in Washington, en Friendly, jarenlang de Moskouse correspondent van Newsweek, voorzien in hun boek deze cijfers van de nodige, soms uiterst cynische achtergronden.

Als historici te zijner tijd een autopsie verrichten op de voormalige Sovjet-Unie, zo valt te lezen in hun boek, dan zullen ze waarschijnlijk tot het oordeel komen dat de patient is overleden aan ecocide. Geen ander land in de wereld heeft de afgelopen zeventig jaar zo systematisch zijn bodem, lucht, water en bevolking vergiftigd. En voor geen ander land zijn de vooruitzichten zo somber om iets aan herstel te doen.

Tegenwoordig is het ook in de voormalige Sovjet-Unie bon ton om met de mond milieu-vriendelijk te zijn. En een metallurgische fabriek in Krasnoyarsk heeft tegenwoordig dan ook in grote neonletters op zijn dak staan dat natuurbescherming ""het verdedigen van het vaderland'' is. Maar ondertussen stoot die fabriek nog steeds 120.000 ton vervuilende stoffen uit, omdat ze geen geld hebben om te investeren in schonere produktieprocessen.

TELOORGANG

In het Westen kennen we de milieuproblemen van de Sovjet-Unie vooral als gevolg van enkele "incidenten'. Tsjernobyl is er één natuurlijk. Daarvan waren de gevolgen zelfs bij ons merkbaar. Maar ook het verdwijnen van het Aralmeer in Centraal Azie, de teloorgang van de steur in de Zwarte Zee (leverancier van kaviaar) en de dreigende vernietiging van het uniek ecosysteem in het Baikalmeer in Siberië zijn tot onze streken doorgedrongen.

Hoe ernstig deze problemen ook zijn, nog veel ernstiger is de meer sluipende vervuiling van het milieu en de daarmee gepaard gaande aantasting van de volksgezondheid. Een vice-minister van milieu uit de Oekraïne zei onlangs op een conferentie, dat niet alleen de omgeving van Tsjernobyl, maar eigenlijk zijn hele land gekwalificeerd kon worden als ecologisch rampgebied. En daarbij doelde hij niet alleen op de radioactieve vervuiling.

Een van de ergste vervuilers is de landbouw. Sinds het uitroeien van de boerenstand in de jaren dertig, is die steeds grootschaliger geworden. De afnemende produktiviteit probeerde men te compenseren met overmatig rondstrooien van onder meer kunstmest en bestrijdingsmiddelen (""We vergiftigen de insecten niet'', zei een landbouwdeskundige, ""we verzuipen ze''). Gevolg is dat 12 miljoen hectare landbouwgrond op dit moment zwaar vergiftigd zijn met pesticiden. De vervuiling van grond- en oppervlaktewater die daar weer het gevolg van is, maakt dat bijvoorbeeld het drinkwater in de streek Karakalpakia alles weg heeft van een dodelijke chemische cocktail.

De tomeloze industriële ontwikkeling in de voormalige Sovjet-Unie heeft er verder toe geleid dat meer dan de helft van de burgers dag in dag uit wordt geconfronteerd met ernstige luchtvervuiling. Daarbij worden de eigen normen vijf- tot vijfhonderdvoudig overschreden. Zo is het gehalte aan benzopyreen in lucht in Novokuznets in Noord-Rusland niet minder dan 598 keer de toegestane waarde. De slechtste luchtkwaliteit is te vinden in het gebied rond de Siberische stad Norilsk, waar enkele metallurgische bedrijven, waaronder een zeer vervuilende aluminiumsmelter, zijn gevestigd. De inwoners daar staan bloot aan bijna twee en een half miljoen ton vervuilende stoffen per jaar. Dat is - per hoofd van de bevolking - 222 keer de hoeveelheid waaraan de bewoners van Sao Paulo zijn blootgesteld.

MILIEUWETTEN

Overigens kende de voormalige Sovjet-Unie een uitgebreid stelsel van milieuwetten. Naast natuurbescherming, al door Lenin gepropageerd, beschikt men sinds de jaren zestig en zeventig ook over wetten op het gebied van lucht- en watervervuiling. In sommige opzichten gaan die verder dan de wetgeving in het Westen, zo blijkt uit het boek Environmental Management in the Soviet Union van Philip R. Pryde, hoogleraar geografie aan de universiteit van San Diego en Sovjet-kenner.

Zo is in de Grondwet opgenomen dat iedere burger de plicht heeft om de natuur te beschermen en zijn rijkdom te bewaren. Daarnaast zijn er de nodige instanties die waken over de kwaliteit van milieu en gezondheid. Het punt is alleen dat de wetgeving niet wordt gehandhaafd. Er is weleens controle, maar een etentje en een controlebeurt van de auto van de inspecteur doen wonderen.

Naast landbouw en zware industrie is de energiesector een van de grootste vervuilers van het leefmilieu. Over het aantal slachtoffers van de ramp in Tsjernobyl bestaat nog steeds verwarring. Officieel geldt nog steeds een dodental van ruim dertig, een aantal dat is bevestigd door een missie van het Internationaal Atoom Energie Agentschap. Milieu-activisten, zoals Yuri Sjterbak, houden het op 5000 doden, waaronder veel mensen die in de uren na de ramp belast waren met opruimwerkzaamheden.

Bovendien is er de vraag hoeveel mensen er blootgesteld zijn geweest aan straling of zelfs nu nog blootstaan. Een plaatselijke gezondheidsofficial houdt het op ruim vijftig miljoen mensen in de Oekraïne en Wit-Rusland, ofwel het grootste deel van de bevolking. Dat betekent dat het aantal gevallen van stralingsziekte in de nabije toekomst nog fors kan toenemen. Officieel heet het overigens nog steeds dat de gevallen van stralingsziekte meer door ""post traumatische stress'' worden veroorzaakt dan door feitelijke blootstelling.

Er staan trouwens in Rusland en de Oekraine nog steeds vele grafietreactoren van het Tsjernobyl-type RBMK in bedrijf; een type waarvan Britse nucleaire deskundigen al in de jaren vijftig vaststelden dat ongelukken ermee onvermijdelijk waren.

In beide boeken wordt gesteld dat Tsjernobyl wel het incident is geweest dat de burgers van de Sovjet-Unie de ogen heeft geopend voor de enorme vervuiling in hun land. Feshbach en Friendly spreken van de ""glasnost fall out''. Het duurde overigens wel drie jaar, voordat ook in de Sovjet-Unie kaarten werden gepubliceerd waarop de getroffen gebieden waren aangegeven. Wat dat betreft, viel de glasnost over het eigen falen dus nogal tegen. Of het nieuwe bewustzijn trouwens veel uithaalt, is de vraag. Niet zonder mededogen beschrijven Feshbach en Friendly hoe de enkele tientallen Sovjet "groenen' eenmaal op het pluche van de macht ook niet weten wat ze aan de enorme problemen moeten doen.

EXPLOSIE

Tsjernobyl is overigens niet het eerste geval van radioactieve vervuiling op grote schaal. In 1957 vond er in Khystym in de Oeral een explosie plaats van nucleair afval waardoor een enorm gebied werd vervuild. En in Semipalatinsk werd al jaren geleden gedemonstreerd tegen de vervuiling als gevolg van zowel boven- als ondergrondse kernproeven.

Ook anderszins zijn de Sovjets tamelijk slordig omgesprongen met radioactief materiaal. Zo heeft een geheime fabriek voor het maken van bommen in zijn tienjarig bestaan 1,2 miljard curie aan cesium en strontium geloosd in een nabijgelegen meer. Dat is twintig keer meer dan er bij Tsjernobyl aan radioactiviteit de lucht in is gegaan. En nog in 1990 kwam er radioactief beryllium vrij bij een ongeluk in Ust-Kamenogorsk in Kazakstan, waarbij meer dan 120.00 mensen werden blootgesteld aan een onbekende dosis.

Milieuvervuiling in combinatie met slechte voeding, overmatig alcoholgebruik en een meer dan miserabele gezondheidszorg heeft ertoe geleid dat de levensverwachting van de Sovjet-burger de laatste tien, twintig jaar is gedaald tot het niveau van een land als Paraguay. Ook de kindersterfte is gestegen. Slaagde men er in om tussen 1950 en 1970 de kindersterfte terug te brengen van 80 tot 23 per duizend geboorten, daarna is de Sovjet-Unie er als enige land ter wereld in geslaagd om de kindersterfte weer te laten stijgen tot gemiddeld 26 per 1000 geboorten. En dat zijn vermoedelijk nog geflatteerde cijfers, want in werkelijkheid zou het gaan om rond de 33 per 1000. Een groot aantal kinderen dat in de eerste twee weken na de geboorte overlijdt, wordt in de statistiek genoteerd als "doodgeboren', zo hebben Feshbach en Friendly ontdekt in de literatuur.

Het medisch systeem zelf ten slotte levert ook een flinke bijdrage aan ziektegevallen onder de bevolking. Veel Sovjet-burgers laten hun kinderen maar liever niet meer inenten uit vrees voor besmetting met hepatitis. In 1989 zijn een tiental kinderen in Volgograd besmet met HIV als gevolg van het gebruik van niet gesteriliseerde naalden. Een standaardgrapje onder Sovjet-dokters is of ze de patiënt zullen behandelen of hem zullen laten leven.

SOCIALISME

Hoe heeft het zover kunnen komen? Oppervlakkig gezien lijkt de vervuiling het gevolg van de tomeloze ambitie van Lenin en met name van Stalin om de Sovjet-Unie via industrialisatie om te vormen tot een moderne staat. Hetzelfde zou kunnen gelden voor de onvolkomenheden van de gezondheidszorg, onder het motto: jammer, maar andere dingen hebben prioriteit. Het zou kortom kunnen gaan om een geval van mismanagement op grote schaal, zoals we ook in het Westen hebben meegemaakt en nog dagelijks meemaken. Het boek van Pryde over Environmental Management leunt sterk op die benadering. Het is geschreven voor de augustus-coup van 1991 en er spreekt nog een soort optimisme uit over de mogelijkheden tot verandering als gevolg van glasnost en perestroika.

Feshbach en Friendly zijn in hun Ecocide een stuk cynischer. Zij hebben de coup zelf en de naweeën ervan nog wel gedeeltelijk in hun boek kunnen verwerken. Volgens hen hebben de milieu- en gezondheidsproblemen in de Sovjet-Unie meer fundamentele oorzaken. De minachting voor zowel natuur en milieu als voor de bevolking zat als het ware ingebakken in het socialisme. Het streven naar de heilstaat was zo sterk, dat alle remmen werden losgelaten, zowel moreel, politiek als wetenschappelijk.

Een illustratie van die destructieve megalomania op grote schaal is bijvoorbeeld het plan van Chroesjtsjov om van de Zwarte Zee tot aan de Witte Zee maïs te gaan verbouwen. Mede als gevolg daarvan zijn vele miljoenen hectaren vruchtbare grond verloren gegaan door water- en winderosie. Een ander voorbeeld is de irrigatie van de katoenvelden in Centraal Azie. Die is door het ministerie van landwinning en waterstaat dermate stompzinnig aangepakt dat niet alleen het Aralmeer steeds verder verdroogt door het aftappen van rivieren, maar dat tegelijkertijd de eertijds droge woestijnstad Ashkabad nu met 150 pompen beschermd moet worden tegen overstroming.

Volgens Feshbach en Friendly leidde de obsessie van het Sovjet-systeem met steeds grotere produktie, in combinatie met terreur, onvermijdelijk tot vergaande onverschilligheid van de plannenmakers en -uitvoerders. Zij halen de dichter Vladimir Mayakovsky aan die in 1920 vol optimisme schreef: ""We zullen je vernietigen / jij oude romantische wereld. / In plaats van geloof in onze ziel hebben we elektriciteit en stoom.''

Mayakovski pleegde in 1930 zelfmoord. Misschien kon hij de ellende van de Revolutie niet langer aanzien. Wat de bewoners van de voormalige Sovjet-Unie moeten doen om hun land weer leefbaar te maken? Ni znajoe, ik weet het niet.