Machtige mafia zegt pact met politiek op; "Als ze nee zeggen kan dat hun laatste antwoord zijn'

ROME, 17 OKT. Er zijn steeds meer tekenen dat er iets wezenlijks aan het veranderen is in de banden tussen mafia en politiek. De oude regels gelden niet meer: zowel mafiosi als politici willen een verandering, maar dan in tegengestelde richtingen. En dat gaat steeds duidelijker wringen, met soms dodelijke gevolgen.

De duidelijkste aanwijzing daarvoor is een mafiamoord van vorige maand die in het buitenland weinig aandacht heeft getrokken maar die in Sicilië als een teken aan de wand wordt beschouwd. Op de avond van 17 december, als hij thuiskomt van een diner, wordt de 61-jarige Ignazio Salvo vermoord bij zijn villa aan zee, net buiten Palermo.

Salvo was berucht en gevreesd op het eiland. Dertig jaar lang heeft hij namens de regio Sicilië belasting opgehaald. Bijna alle bureaus voor belastinginning waren in handen van hem en zijn familie, en zo kon hij de geldstroom naar de overheid regelen en op die manier een enorme invloed uitoefenen op het beleid van het regionale bestuur en van individuele politici.

Deze ondernemer was een van de belangrijkste schakels tussen mafia en politiek op Sicilië. Hij is jarenlang nauw bevriend geweest met de omstreden christen-democratische politicus Salvo Lima, de rechterhand van Giulio Andreotti op het eiland en het symbool van de symbiose tussen mafia en politiek. Lima is ook vermoord, op 12 maart van dit jaar, vlak voor de parlementsverkiezingen.

“De mafia heeft met de moorden op Salvo en op Lima duidelijk willen maken dat de oude regels niet meer gelden”, zegt Luciano Violante, de nieuwe voorzitter van de anti-mafiacommissie van het Italiaanse parlement. En de moorden op de rechters Giovanni Falcone en Paolo Borsellino zijn volgens hem vooral bedoeld om te laten zien hoe machtig de mafia is geworden.

In een gesprek met buitenlandse journalisten gaat Violante uitgebreid in op deze nieuwe situatie, die tot onzekerheid en angst heeft geleid bij die politici die jarenlang zaken hebben gedaan met de mafia. “Veel vooraanstaande christen-democraten en socialisten zetten al maanden geen voet meer in Sicilië, uit angst dat er contact met hen wordt opgenomen,” zegt Violante. “Hun probleem is wat ze moeten antwoorden. Als ze neen zeggen kan dat het laatste antwoord zijn dat ze geven.”

Maar een "ja' is bijna onmogelijk geworden, omdat de opstelling van de mafia is veranderd: zij wil niet meer samenwerken met politici, maar beschouwt hen als uitvoerders van haar wensen. Deze verandering valt samen met de opkomst van de bende van de Corleonesi, genoemd naar het dorpje Corleone, in het hart van Sicilië.

“Deze Corleonesi zijn nieuwe mensen met andere regels”, zegt Violante. “De oude mafia bemiddelde met de politici.” Zij is sterk geworden in de jaren zestig, bij de massale overgang van het platteland naar de belangrijkste stad, Palermo. De mafia legde haar handen op de terreinen aan de rand van de stad waar de nieuwe wijken moesten worden gebouwd, en begon toen te onderhandelen met lokale politici en ambtenaren.

“Die mafia sloot contracten,” zegt Violante. “Jij geeft me dit, ik geef je dat. De Corleonesi werken op een andere manier. Zij zijn nooit in de stad geweest. Zij handelen in drugs en hebben de semi-militaire structuren opgericht die daarbij nodig zijn. Iemand van de Corleonesi denkt niet in termen van: ik ga om de tafel zitten met een andere macht om te discussiëren. Hij zegt wat er moet gebeuren.”

Deze overgang van bemiddelen naar bevelen wordt door de meeste traditionele gesprekspartners in de politiek afgewezen, zegt Violante, lid van de ex-communistische Democratische Partij van Links, PDS. Daarom verwacht hij dat de mafia zal proberen de separatistische tendenzen aan te wakkeren. Het streven naar onafhankelijkheid heeft altijd bestaan op het eiland, en wordt versterkt nu ook in het noorden steeds meer mensen pleiten voor op zijn minst de federalisering van Italië.

Het is een hypothese die in brede kring opgang doet. De mafia is op zoek naar nieuwe gesprekspartners, en in dit kader kan het separatisme een bruikbaar vehikel worden. Het is volgens Violante niet ondenkbaar dat die gedachte ook buiten de mafia wordt aangemoedigd: een eventueel zelfstandig Sicilië zou een rol kunnen spelen als centrum voor off shore banking. Het eiland heeft niet voor niets het hoogste aantal banken per inwoner van heel Italië.

“Er bestaat in Europa geen echte financiële enclave,” zegt Violante. “Zwitserland is aan het ontdekken dat het bewaren van "vuil' geld op de middellange termijn alleen maar problemen geeft. En ook Oostenrijk, het land met de meeste kapitalen van twijfelachtige herkomst, kan niet helemaal beantwoorden aan de financiële belangen.”

Het brengt Violante op een ander thema: de vrijmetselarij. “Ik geloof dat de banden tussen de mafia en de vrijmetselarij belangrijker zijn dan die tussen mafia en politiek,” zegt hij. In een Siciliaanse stad als Trapani bestaat een loge waarin mafiosi, rechters, bankiers, politici en hoge politie-officieren elkaar treffen, zegt Violante. Hij wijst erop dat Giovanni Falcone in 1986 in Palermo een loge heeft ontdekt met tweeduizend leden, onder wie de "paus' van de mafia, Michele Greco.

Het gaat in de meeste gevallen om lokale loges, maar Violante wijst erop dat onderwerp nog met veel vraagtekens en hypotheses is omgeven. “Die loges bestaan, dat is een gegeven,” zegt Violante. “En ik begrijp niet waarom de officiële vrijmetselarij zich er niet van distantieert, waarom ze niet openlijk zeggen dat ze die Siciliaanse loges niet erkennen.”

Wat de banden tussen mafia en politiek betreft, zegt Violante dat de recente reeks arrestaties niet moet worden gezien als een definitieve ommekeer. “Daar is het nog te vroeg voor”, zegt hij, al wijst hij er tegelijkertijd op dat er ook politiek veel beweging is. “Maar in Palermo is nog niemand gearresteerd.”

Violante herinnert aan een incident in augustus. In Catania was een plaatselijke mafiabaas gearresteerd en met een busje naar de kazerne van de carabinieri gebracht. In plaats van hem over te dragen hadden de twee agenten de auto voor de kazerne geparkeerd en waren een kopje koffie gaan dringen. Toen ze terugkwamen was de gevangene verdwenen.

“Pas als ze mensen van het kaliber van Totò Riina arresteren, Bernardo Provenzano, Nitto Santapaola, de leiders van de Corleonesi, dan pas kan je zeggen dat er sprake is van een echte ommekeer,” zegt Violante. Vlak na het gesprek wordt bekend dat in Catania een broer van Santapaola is opgepakt.

“We moeten zien of dit offensief aanhoudt,” zegt Violante. “Na iedere grote aanslag is er steeds een antwoord van de staat geweest. Alle belangrijke wetten tegen de mafia komen na een belangrijke mafiamoord. Er was een soort ongeschreven pact: als de mafia binnen de grenzen bleef, bleef de staat dat ook. Bij de belangrijkste mafiamoorden is er steeds een rechter geweest, een politie-agent, die net iets verder is gegaan.”

De strijd tegen de mafia heeft ook een internationale component. Violante pleit voor sterke verbetering in de uitwisseling van informatie door de justitie, en niet alleen de politie, in Westeuropese en Noordamerikaanse landen. Hij probeert verder met zijn commissie te inventariseren wat de mafia in Oost-Europa aan het doen is, gealarmeerd door het bericht dat de afgelopen zes maanden 1.200 Colombianen een toeristenvisum hebben aangevraagd voor Polen.

Het einde van de koude oorlog kan volgens Violante een belangrijke stimulans zijn voor landen om nu serieus de strijd tegen de mafia aan te pakken. “In de tijd van het bipolarisme heeft ieder van de machten gebruik gemaakt van alles wat er op de markt was, legaal of illegaal,” zegt Violante. “Ook de mafia heeft daarbij een rol gespeeld, eveneens op nationaal niveau. De strijd tegen het communisme was een soort alibi voor samenwerking. De kernvraag is nu of de machten die gebruik hebben gemaakt van de mafia, zich daar zo makkelijk van kunnen ontdoen.”

    • Marc Leijendekker