Kaukasiërs op eilandje in Turkije; Oorlog in Abchaziëbevestigt eigen identiteit

ANKARA, 17 OKT. “Zeker de helft van de mensen hier”, zegt Ali Gündüz (30), wijzend op de groep van zo'n dertig jonge mannen en vrouwen die op zondagmiddag de Culturele Vereniging voor Noord-Kaukasus in Ankara bezoeken, “zouden het liefst teruggaan naar Abchazië of andere delen van de Kaukasus. Praktische overwegen, bij voorbeeld het feit dat we noch onze opgebouwde pensioenen noch onze ziektekostenverzekering mee kunnen nemen, houden ons voorlopig hier. Maar ons hart is al daar.”

Sinds perestrojka en glasnost hun intrede deden in de voormalige Sovjet-Unie zijn de relaties tussen de bewoners in de Kaukasus - in Turkije wordt de verzamelnaam Circassiërs gebruikt - en hun naar schatting drie miljoen bloedverwanten in Turkije verstevigd. Dit proces heeft zich verder ontwikkeld naarmate de openheid in Moskou vorderde, het communisme wankelde en de Sovjet-Unie uiteindelijk uiteenviel in zelfstandige republieken.

“De burgeroorlog in Abchazië”, zegt Sönmez Baykan, eigenaar van het tijdschrift Marje dat zich richt op de Kaukasiërs in Turkije, “is een nieuwe katalysator. De strijd in deze autonome republiek is een bevestiging van het bewustzijn onder de mensen in de diaspora dat ze wel degelijk een eigen identiteit hebben. Bovendien verenigt het alle Kaukasiërs in Turkije.”

De emotionele betrokkenheid van de jongeren met wat ze beschouwen als hun vaderland, is groot. Sommigen zeggen pas op school Turks te hebben geleerd; anderen hebben - ook al naderen ze de dertig - nog steeds geen Turkse vrienden. Niet dat ze zich nu direct een vreemde voelen in de Turkse samenleving, maar op de een of andere manier zijn ze toch anders. Voor de jongeren in de grote steden vormt de Culturele Vereniging dan ook een eigen eilandje te midden van een gemeenschap die zich nou niet direct het hoofd breekt over culturele en etnische verschillen.

Toch ontvluchtten hun voorouders uit angst voor de Russische inlijving al in 1868 de Kaukasus. De meesten, Abchaziërs, Adzjariërs en Tsjetsjenen, weken uit naar wat toen het Ottomaanse Rijk was. In het huidige Turkije zijn de grootste concentraties nog steeds te vinden in Centraal- en Oost-Anatolië en de noordwestelijke provincie Marmara. Er zijn in deze regio's dorpen waar de etnische achtergrond van de bevolking vrijwel ongewijzigd is gebleven in de afgelopen 130 jaar.

Adapazari, een stadje onder de rook van Istanbul, is het symbool van de gemeenschap Abchaziërs die Turkije telt. Soechoemi, de hoofdstad van Abchazië, en Adapazari zijn sinds anderhalf jaar zelfs zustersteden. In Adapazari werd in augustus, enkele dagen na het uitbreken van de gevechten in Abchazië, dan ook massaal gedemonstreerd tegen de machthebbers in Georgië.

De 43 Culturele Verenigingen voor Noord-Kaukasus, verspreid over Turkije, vormden vervolgens allemaal een eigen crisisteam, die nu worden overkoepeld door het Abchazië Informatie Centrum in Istanbul. Het organiseren van de traditionele volksdanscursussen en culturele avonden is inmiddels dan ook bijzaak geworden. De Verenigingen zijn de politieke spreekbuis van de Abchaziërs, die via hun bloedverwanten in Turkije de publieke opinie ervan proberen te overtuigen dat het democratische aanzien van de Georgische leider Sjevardnadze slechts een dun laagje vernis is.

De wanden van het verenigingsbouw in Ankara hangen vol met berichten over het verloop van de burgeroorlog in Abchazië. Elke avond, zo tussen vijf en zes uur, verzamelen tientallen, veelal jonge mannen en een enkele vrouw, zich hier om de jongste ontwikkelingen te bespreken. Ze drinken thee, roken enkele sigaretten en vertrekken vervolgens naar huis, waar het nieuws wordt doorgeven aan familieden en buurtbewoners. Vijftig jonge mannen hebben zich inmiddels al bij het verzet in Abchazië aangesloten. “Ze vormen de meest radicale groep onder de Kaukasiërs in Turkije”, meent Ali Gündüz.

Door de Culturele Verenigingen wordt bovendien voedsel en medicijnen ingezameld voor het "oorlogsgebied'. De eerste zending van 23 ton is inmiddels afgeleverd, terwijl met het oog op de winter nu ook kleding wordt ingezameld. De Turkse regering stuurde na veel wikken en wegen vorige maand eveneens 15 ton hulpgoederen. Deze operatie werd met de nodige omzichtigheid omgeven omdat Ankara niet de indruk wil wekken partij te kiezen in dit conflict tussen Georgië en Abchazië. Het vliegtuig landde daarom dan ook eerst in Tbilisi om de Georgische autoriteiten de gelegenheid te geven de lading te controleren op wapens of eventueel ander militair materieel.

Desondanks vormt de Abchazië-kwestie zo langzamerhand wel degelijk een dilemma voor Ankara. De relaties tussen Turkije en Georgië verbeterden aanzienlijk sinds Sjevardnadze in juni naar Istanbul kwam om de Zwarte-Zee-overeenkomst te ondertekenen, een economisch samenwerkingsverdrag tussen de landen in deze regio. De Georgische leider stelde toen voor om Istanbul als centrum van deze organisatie aan te wijzen en tevens een commissie voor regionale geschillen op te richten. Tijdens het bezoek van de Turkse premier Demirel aan Georgië sloten de buurlanden bovendien een samenwerkings- en vriendschapsverdrag.

Maar nationalistische en religieus-fundamentalistische politici als Vehbi Dinçerler en Oguzhan Asiltürk dringen erjuist steeds meer bij Ankara op aan de kant te kiezen van de Abchaziërs. Eén van de belangrijkste argumenten in deze discussie is dat de Abchaziërs een overwegend islamitische bevolking vormen binnen het christelijke Georgë.

Maar sinds kort mengen ook de Georgiërs zelf, bij monde van hun eigen gemeenschap in Turkije, zich in dit debat. Hun omvang varieert van 1 tot 3 miljoen, afhankelijk van met wie men praat. Een van hun woordvoerders, Hasan Ekince van de Partij van het Juiste Pad, verklaarde onlangs dat Turkije “als buur en vriend het bloedbad behoort te stoppen”. Een dergelijke oproep heeft ook Sjevardnadze zelf een dezer dagen tot Turkije en andere landen in de regio gericht.

Ankara, dat grote waarde hecht aan een leider met wereldfaam als Sjevardnadze in een aangrenzende regio die toch al bol staat van de etnische strijd, verschuilt zich achter een versleten politiek cliché: we respecteren de soevereiniteit van andere landen. Met andere woorden: we bemoeien ons niet met binnenlandse twisten. Minister van buitenlandse zaken Çetin formuleerde het onlangs in het parlement heel wat duidelijker: “We moeten er voor waken om de etnische geschillen in de regio naar Turkije te verplaatsen.”

Maar in wezen heeft dat proces zich al voltrokken. Zo eisen de Kaukasiërs in Turkije zelf nu ook meer rechten. Cevat Bageoglu, voorzitter van de Culturele Vereniging voor Noord-Kaukasus in Ankara: “We moeten de mogelijkheid krijgen om onze eigen taal te spreken en boeken, tijdchriften en kranten te publiceren; we willen eigen scholen stichten en we willen officieel erkend worden als minderheid. Het is toch vreemd dat er pas vorig jaar voor het eerst een cassette met onze eigen volksmuziek kon verschijnen in Turkije.”

    • Froukje Santing