Juan Carlos begraaft broer Alfonsito in Spaanse aarde; "Beoogde koning wilde klooster in na doden jongere broer'

MADRID, 17 OKT. Woensdag was de kleine kist uit de muur gehaald op het kerkhof van Cascais, in Portugal, en in een witte bestelwagen gezet. 's Avonds laat bereikte hij Madrid, waar hij de nacht in het paleis van El Pardo doorbracht. Donderdagochtend legde hij in het gezelschap van de koninklijke familie en enkele vertrouwde edellieden de laatste kilometers af naar El Escorial. Het was echt begrafenisweer rond het kasteel: nat, winderig en koud. Don Juan de Bourbon, de ernstig zieke vader van de koning, had niettemin zijn hospitaal in Pamplona verlaten en was met zijn artsen in een militair vliegtuig naar Madrid gekomen om een vurige wens in vervulling te zien gaan: de bijzetting van zijn lievelingszoon Alfonso in het vorstelijk pantheon van het Escorial.

Alfonsito kwam zesendertig jaar geleden om het leven bij een ongeluk in het landhuis van de familie, de Villa Giralda in Estoril. Juan de Bourbon leefde destijds in ballingschap in Portugal, maar zijn zoons Alfonso (14) en Juan Carlos (18) gingen naar school in Spanje om hun kansen op de troon te behouden bij herstel van de monarchie. Hun vader had daarvoor na moeizame onderhandelingen met generaal Franco een regeling getroffen. Er was weer zoiets als een verstandhouding tussen beide mannen ontstaan. De dictator had de troonpretendent zelfs een geschenk laten geven: een fraai versierd pistool, dat uiteraard achter slot en grendel werd bewaard. Tijdens de paasvakantie waren de jongens thuis. Alfonso, de ondernemendste van de twee, had in Lissabon kogels gekocht en zeurde bij zijn moeder om het pistool even te mogen zien. De volgende dag moest de familie een communiqué uitgeven waarin werd gemeld dat de jongste zoon bij het reinigen van een schietwapen om het leven was gekomen. Een kogel had hem in het voorhoofd getroffen. Hij was vrijwel terstond dood.

Tot op de dag van vandaag durft men in Spanje nauwelijks hardop te zeggen wie het noodlottige schot heeft afgevuurd. Van alle kranten die gisteren een reportage aan de herbegrafenis wijdden, was er maar één die het taboe durfde doorbreken en zakelijk vermeldde dat het Juan Carlos was, de huidige koning van het land.

De gebeurtenis heeft diep in het leven van zijn familie ingegrepen. De moeder van de prinsen, Doña Maria de las Mercedes, moest geruime tijd in een zenuwinrichting in Duitsland worden opgenomen. Hun grootmoeder, koningin Victoria Eugenia, zag het als een straf voor haar overgang tot het katholicisme. Juan Carlos schijnt in een klooster te hebben willen intreden. De geruchten hierover waren lange tijd zo sterk, dat ze door middel van een officiële verklaring moesten worden ontkend. Dynastieke belangen gaan boven schuldgevoel.

Maar Don Juan, die aan keelkanker lijdt, wilde niet sterven voor de resten van zijn jongste zoon naar Spanje zouden zijn gebracht. De plechtigheid was kort en besloten. Ze speelde zich af voor het altaar van de Sagrada Forma, een reliek uit de tijd van de opstand tegen de Nederlanden, dat hoogstwaarschijnlijk een vervalsing is maar niettemin al twee eeuwen favoriet bij de Spaanse koningen. Volgens een woordvoerder van het koninklijk huis was er niet gehuild. Zelfs niet door Don Juan en Doña Maria de las Mercedes, die in haar rolstoel was gekomen. De minister van justitie vervulde de juridische formaliteiten. De koning keek grimmig. Het overschot van zijn broertje moet nu een tijd in een soort quarantaine-ruimte staan. Daarna wordt het bij de rest van de familie ingemetseld in de marmeren grafkelder, waar nog altijd iedere ochtend om vijf uur een mis wordt opgedragen voor het zieleheil van alle overleden prinsen en prinsessen, koninginnen en koningen.