Grieken content met herverkiezing Iliescu

In het noorden van Griekenland wonen de Vlachen, een bevolkingsgroep die behalve Grieks ook een Romaanse taal spreekt. Het Vlachisch wordt mondeling overgeleverd. Onderwijs, kranten of radio in deze taal bestaan niet. Even leefde in Griekenland de vrees dat de verkiezingen in Roemenië de Vlachen tot een kwestie zouden kunnen maken.

ATHENE, 17 OKT. De verkiezingsoverwinning van de Roemeense president Ion Iliescu is in Athene met nauwelijks verhulde tevredenheid begroet. Eerder waren in Bulgarije en Albanië groeperingen aan de macht gekomen uit het voormalige anti-communistische kamp. In beide gevallen bleken de nieuwe machthebbers zich Grieks-onvriendelijk op te stellen. In Roemenië is het anders gelopen.

De voormalige communist Iliescu gaat in Athene door voor een man met veel begrip voor het Griekse standpunt inzake Macedonië, terwijl uit het kamp van zijn tegenstander, Emil Constantinescu, kreten werden vernomen die hier minder goed vallen, zoals "Macedonië voor de Macedoniërs'. Maar er was nog iets anders. Constantinescu werkte samen met mensen die warm liepen voor de "Vlachische kwestie', waarover Iliescu en zijn voorganger Ceau sescu zich nooit druk hebben gemaakt. Zijn nederlaag heeft, in Griekse ogen, de wereld behoed voor het oplaaien van weer een minderheidskwestie op de Balkan, “die geen kwestie is”.

Verspreid over Noord-Griekenland wonen enkele honderdduizenden Vlachen die naast het Grieks een Romaanse taal spreken. Deze vertoont sterke gelijkenis met het Roemeens en de naam die zij zichzelf geven, is Aroemenen. De meeste Griekse deskundigen prefereren de stelling dat het gaat om afstammelingen van legioensoldaten uit de tijd van de Romeinse overheersing. Roemeense geleerden en politici daarentegen gingen ervan uit dat het stammen waren die in de vroege Middeleeuwen uit Roemenië waren "afgezakt'. Er wonen ook Vlachen in Bulgarije, (Slavisch) Macedonië, Servië en Albanië.

In het begin van de jaren zestig bleek mij dat alle schoenpoetsertjes die in Athene werkten - een fenomeen dat nu niet meer voorkomt - afkomstig waren uit het Pindosgebergte en met elkaar "Vlachisch' spraken, hetgeen meteen dienst deed als geheimtaal om indrukken uit te wisselen over de financiële en andere merites van de klant (want zij waren altijd samen). Onderwijs in hun taal was er niet, evenmin als geschreven teksten of radio-uitzendingen; de taal werd van vader op zoon overgeleverd, of liever van grootmoeder op kleinkinderen, en bleek als zodanig zeer taai - nog steeds.

De Vlachen voelen zich, net als die andere grote taalminderheid, de Albanezen, "Griekser dan Grieks' en zijn trots op de vele nationale figuren die zij Griekenland hebben geleverd, met als laatste de minister van buitenlandse zaken, wijlen Evangelos Averof. Tijdens de laatste wereldoorlog liep een poging van de Italiaanse bezetters, in de Vlachische streken een "Romeins Legioen' op te richten, op een mislukking uit.

Nog niet zo lang geleden bestond er een taboe op hun "culturele uitingen', vooral liederen in het Vlachisch, maar daar zijn inmiddels de scherpste kantjes afgeslepen. Binnen de nu weer aan de weg timmerende Vlachische organisaties, vooral ook die in het buitenland, wordt echter geijverd voor taalfaciliteiten, een pleidooi waarvoor ook het Europees Bureau voor Minder Gesproken Talen in EG-verband warm loopt.

De Roemeense belangstelling voor deze bevolkingsgroep - in Boekarest op 700.000 gesteld - dateert van de tweede helft van de negentiende eeuw. Tussen 1906 en 1911 waren de diplomatieke betrekkingen tussen beide landen verbroken omdat Athene niet tegemoetkwam aan een Roemeense eis, de kerkdiensten in de betreffende gebieden in het Roemeens te laten houden. In 1913, toen Griekenland Roemeense steun nodig had na de Balkanoorlogen, heeft de grote staatsman Venizelos schriftelijk beloofd dat er Roemeense geestelijken en leerkrachten mochten worden toegelaten komen, maar daar is niets van gekomen. Roemeense politici die de zaak opnieuw willen aanzwengelen, beroepen zich nog steeds op deze brieven.

Een grote Balkan-kwestie zal de Vlachische niet worden. Maar juist daarom zou de Griekse regering eens kunnen overwegen of zij niet zou kunnen overgaan tot een liberalisering van het taalbeleid. Het is een beetje tegenstrijdig dat zij gretig ingaat op het Italiaanse initiatief het Grieks, dat in enige dorpen van Zuid-Italië wordt gesproken, te cultiveren met behulp van Griekse leerkrachten, en zelf niets doet voor de cultivering van het op eigen bodem gesproken "Vlachisch' en Albanees, om over het "Macedonisch' maar te zwijgen.

    • Frans van Hasselt