Gevaarlijk spel

HET IS EEN droevige vertoning geworden, in Birmingham. Daarvoor waren drie redenen. De leiders op de ingelaste Europese top bijeen hebben tevergeefs getracht het onverzoenlijke uit de aandacht te houden. Vervolgens hebben zij geprobeerd te reageren op veranderingen in de openbare mening zonder te weten wat die veranderingen precies inhouden en waaruit zij voortkomen.

Ten slotte susten zij diezelfde openbare mening met de gebruikelijke dooddoeners van de politieke voorlichting. Wanneer de Europese politiek dichter bij het volk moet worden gebracht, is de geëigende weg dat volk wezenlijke beslissingsmacht te verlenen. Een vergadering van twaalf ministers zo nu en dan in het openbaar getuigt eerder van minachting dan van begrip voor wat de inwoners van Europa beweegt.

DE LEIDERS van Europa maken zich schuldig aan gevaarlijk spel. Zeker, het Deense referendum is voor het Verdrag van Maastricht uitgelopen op een fiasco. Het Franse referendum heeft dat fiasco nauwelijks goedgemaakt. De valutacrises en hun gevolgen hebben aangetoond dat het fraaie monetaire bouwwerk van regeringen en centrale banken niet bestand was tegen een stormloop van de speculatie. Maar in plaats van op zoek te gaan naar de aard van deze tegenslagen, in plaats van een begin te maken met beleid dat de oorzaken daarvan wegneemt en dat nieuwe wegen inslaat, hebben de leiders in Birmingham getracht de ontsporing van Europa voor te stellen als een gevolg van een misverstand, van een psychologische kortsluiting tussen het volk en de politiek, kortom een kleine panne die met het instrumentarium van de public relations kan worden verholpen.

Dit is gevaarlijk spel omdat het risico wordt vergroot dat precies dat gebeurt wat de twaalf leiders zeggen te willen voorkomen: definitieve averij aan het Verdrag van Maastricht. In twee parlementen is al te zien geweest welke glijpartijen er mogelijk zijn. De Bondsdag en de Tweede Kamer hebben deze week toegezegd gekregen dat zij, alvorens de mark en de gulden in 1999 ingevolge "Maastricht' opgaan in een monetaire unie, zich hierover nog eens mogen uitspreken. Ondanks alle ontkenningen van regeringskant kan een dergelijke manoeuvre slechts worden begrepen als een zware hypotheek op de aanstaande ratificatie. Bolkestein had hier het politieke gelijk aan zijn kant.

DE EUROPESE eenwording is langzamerhand in groot gevaar. Temeer omdat de meningsverschillen en de problemen worden weggemoffeld. Volgens de twaalf leiders is de Gemeenschap in haar ijver wat te ver doorgeschoten en zijn nu de staten weer eens aan de beurt. Een hypocriete schuldbekentenis en een doorzichtige belofte van beterschap. Maar samen zijn zij ontoereikend om de Gemeenschap dat te doen zijn wat zij volgens de slotverklaring van Birmingham letterlijk zou moeten blijven: een anker van stabiliteit voor een snel veranderend continent.