FRANKEN

Op zoek naar de vijfde eeuw. De Franken tussen Rijn en Maas door Anthonie H. Heidinga en Gertrudis A. M. Offenberg 136 blz., gell., De Bataafsche Leeuw 1992, f 39,90 ISBN 90 6707 257 5

Het onderwerp van Op zoek naar de vijfde eeuw is op zichzelf interessant. De Frankische nederzetting uit de vijfde eeuw die in 1989 en 1990 bij het Noordlimburgse Gennep werd opgegraven, is in Nederland de enige in zijn soort - er is trouwens nu niets meer van te zien, omdat het onderzoek vooraf ging aan de bouw van een waterzuiveringsinstallatie op dezelfde plaats. De opgraving werpt enig licht op wat in de overgangsperiode van de Romeinse tijd naar de middeleeuwen in Nederland is gebeurd. Bij gebrek aan historische en archeologische bronnen was dat voordien bijna volledig duister.

Het dagelijks leven van de Franken speelde zich af tegen een achtergrond van politieke en sociale veranderingen. De Romeinen moesten als gevolg van volksverhuizingen steeds meer terrein van hun vroegere wereldrijk prijsgeven aan de Franken, Friezen, Saksen en andere Germaanse volkeren. Deze ontwikkelingen worden in het eerste deel van Op zoek naar de vijfde eeuw beschreven. Daarbij komen ook de relatie tussen de Romeinen en de "barbaarse' volkeren en hun wederzijdse benvloeding aan de orde. Dat gebeurt op een manier die aansluit bij de heersende wetenschappelijke opvatting dat het eenzijdige beeld van aan de ene kant geciviliseerde Romeinen en aan de andere woeste barbaren achterhaald is.

In het tweede deel van het boek worden de geschiedenis van de nederzetting en de leefwijze van haar bewoners behandeld. De vondst van Romeinse munten maakt het aannemelijk dat aan het einde van de vierde eeuw Franken zich in Gennep vestigden als huurlingen van de Romeinen. Zij hadden als taak de wacht te houden bij de belangrijke vaarroute over de Maas. De eerste resultaten van het onderzoek wijzen erop dat de nederzetting, net als steden en legerplaatsen, bevolkt werd door een gemeenschap die maar voor een klein deel in haar eigen onderhoud voorzag, en dus vrijwel alles moest importeren. Er zijn maar weinig sporen van graanbouw gevonden. Verder blijkt uit analyse van de aangetroffen beenderen van dieren dat de Franken ook niet op grote schaal vee hielden.

Gennep kende een zekere mate van welvaart. Daarvan getuigen de vondsten van haarpennen en mantelspelden, die door eigen edelsmeden zijn gemaakt, en grote hoeveelheden "geïmporteerd' aardewerk en glas. Het laatste duidt er op dat die aanvoerlijnen langs de Maas geen schade hebben ondervonden van de politieke chaos in de vijfde eeuw.

Rond 500 kwam er een einde aan de nederzetting, maar het is nog niet duidelijk hoe dat is gebeurd. Er is bijvoorbeeld geen brandlaag gevonden die op een gewelddadige verwoesting wijst. Dit is slechts een van de vele onduidelijkheden rond de geschiedenis van deze Frankische nederzetting. Veel onderzoek moet nog worden voltooid, want de opgraving is pas kort geleden afgerond.

Helaas is Op zoek naar de vijfde eeuw een teleurstellend boek. De lezer zit bij aankoop opgescheept met een werk vol taalfouten en kromme zinnen. Een schoolmeester zou in ieder geval een rode streep zetten door uitdrukkingen als "vakjargon', "zeldzaam voorkomen', en zinsneden als ""zoals de hele vijfde eeuw tot voor kort nog grotendeels in nevelen gehuld was, bleef het beeld vaag totdat in 1989 bij Gennep aan de Limburgse Maas een grote, onmiskenbaar Germaanse nederzetting uit de late vierde en vijfde eeuw werd blootgelegd''.

Bovendien zakken de schrijvers (een hoogleraar middeleeuwse archeologie en een wetenschapsjournaliste) wel erg diep door hun knieën om de lezer bij de hand te nemen. Dat leidt tot geforceerde verbanden met onze tijd: een vroegmiddeleeuwse gordel met beslag lijkt "macho' en roept associaties op met Hells Angels en ""andere leatherboys''.

Het idee voor dit boek is ontstaan tijdens een lunch, georganiseerd door het Waterschap Zuiveringschap Limburg (medefinancier van de opgraving en het boek) ter gelegenheid van het leggen van de eerste steen voor de nieuwe zuiveringsinstallatie. Op dat moment was dat ongetwijfeld een goed idee. Maar na vertering van alle spijzen had men moeten inzien dat het beter was geweest nog even te wachten op meer onderzoeksresultaten. En wie weet had er nog eens iemand naar de tekst kunnen kijken.

    • Theo Toebosch